Mongolië

Mongolië is een land in het noorden van Azië en heeft meer dan drie miljoen inwoners. Het land grenst aan China en Rusland. Mongolië is het land van een mix van allerlei klimaten, zoals: landklimaat, woestijnklimaat en hooggebergte klimaat. De wintermaanden zijn koud en duren lang. Zomers kan de temperatuur flink oplopen.

3.14 – Mongolië | Problemen aan de grens

De trein stopt in Zamyn-Uud. In deze stoffige plaats moeten de Mongoolse formaliteiten worden afgehandeld. Vrij snel na aankomst op het verrassend mooie station worden de paspoorten ingenomen. Waar onze medepassagiers de gestempelde paspoorten na een paar uur weer terugkrijgen, moeten wij de trein verlaten. Ons visum blijkt te zijn verlopen. Het visum is 30 dagen geldig, maar inmiddels is het de 31ste dag. Met droge ogen wordt ons medegedeeld dat we daarom $266 moeten betalen. Niet alleen zullen we een nieuw visum moeten kopen om onze aanwezigheid te legaliseren, ook worden we beboet vanwege een strafbaar feit. Niets lijkt er erger te zijn dan het bezit van een verlopen visum. We proberen te charmeren, te discussiëren, mee te buigen en om te buigen. Niets werkt. De grenscommandant is onvermurwbaar.

We zijn ontzettend dom en naïef geweest. Niet alleen hebben we de dagen verkeerd geteld, ook hebben we bijna geen contant geld bij ons. We zijn gelukkig niet de enige die uit de trein zijn gehaald. De Koreaanse familie Lee heeft precies dezelfde problemen. Om de één of andere duistere reden zijn er in Zamyn-Uud vier banken. Nummer 1 is gesloten. Nummer 2 accepteert geen Mastercard en heeft ook geen ATM. Nummer 3 accepteert geen buitenlanders en nummer 4 is net zo gesloten als de eerste. We hebben dus nog steeds een probleem. Maar hoe komen we aan geld om het probleem op te lossen? In een situatie als deze blijkt hoe aardig en goed van vertrouwen mensen kunnen zijn. De Nederlanders met wie de coupe delen lenen ons € 150,- Met de dollars die wij nog hebben zouden we genoeg moeten hebben. Helaas vindt de grenscommandant het nodig om een rondje zinloos te bellen om de precieze koers van de Euro te bepalen. Daarna volgen nog een aantal onduidelijke administratieve handelingen die in een slakkengang worden afgehandeld. We zien onze trein het station verlaten als de laatste stempel wordt gezet en onze paspoorten met een grote grijns worden teruggegeven.

Samen met de familie Lee blijven we achter op het lege station. Zij wonen al jaren in Mongolië en kennen de taal en de gebruiken. Door deze lieve familie worden we op sleeptouw genomen om op een alternatieve manier in Erenhot te komen. We charteren een ‘taxi’ naar de grens. Onderweg wordt er in een stoffige zijstraat een vaag papiertje opgehaald, wat nodig lijkt te zijn om de met de auto de grens over te steken. Op wonderlijke wijze raakt de taxi bij de grens oververhit en blijkt daarna kapot te zijn. Er zit niets anders op dan het laatste stukje te lopen. De Mongoolse zijde van de grens bestaat uit prikkeldraad, grote aantallen grenswachten en een slagboom over een grindpad dat de weg moet voorstellen. Gebouwen zijn er niet. Achter het prikkeldraad wacht een groot aantal mensen op een lift over de grens. Lopend mag de grens niet worden overgestoken. De familie Lee regelt en ritselt en weet een jeep te charteren die beschikt over de juiste papieren. Dan gaat het snel. In sneltreinvaart worden de Mongoolse formaliteiten afgehandeld en snellen we door niemandsland naar de Chinese grens.

De superioriteit van de Chinezen straalt ons tegemoet. De weg is voorzien van een verse plak asfalt, er staan nieuwe gebouwen die staan te zoemen van de airco, computers en efficiency. Onder een enorme regenboog lopen we China binnen. We stappen weer in de jeep om over de brede en lege straten van Erenhot naar het station te snellen. De trein naar Hohhot staat er nog, maar van de Chinees met onze kaartjes is geen spoor meer te bekennen. Aan het loket slaagt de taalbarrière er niet in om de aanschaf van twee kaartjes te voorkomen. Voor 70 Yuan (€ 7) hebben we recht op plek in de afgeladen ‘hard-seat klasse’, waar we uitgeput, stoffig en bezweet plaatsnemen op het tussenbalkon. We worden aangestaard of we van Mars komen. Dit ligt niet ver van de waarheid als we ons bedenken waar we ons net nog bevonden.

3.13 – Mongolië | Treinen door de Gobi

Vanavond om 20.00 uur vertrekt de trein naar China. We hebben nog alle tijd om naar de Chinese ambassade te gaan om het visum op te halen. Al vroeg staan we voor de deur waar zich nog geen rij heeft ontwikkeld. We zijn dus snel aan de beurt. Voor de visa moeten we $ 100 betalen, maar dan wel met nieuwe biljetten. De $ 20 biljetten die wij hebben zijn van een oude serie. Voordat we onze paspoorten meekrijgen moeten we eerst naar een bank om de biljetten om te wisselen. Daarna zijn we dan wel de gelukkige bezitters van een 90 dagen visum.

Het station van Ulaanbaatar is klein. Dit is niet zo vreemd omdat het land maar één spoorlijn kent. Het is de spoorlijn die Rusland, Mongolië en China met elkaar verbindt. Er rijdt een dagelijkse trein van China naar Rusland en een dagelijkse trein van Rusland naar China. Beide treinen rijden dwars door Mongolië en stoppen in de hoofdstad van Mongolië. De trein draagt dan ook de passende naam ‘TransMongolië Express’. De kwaliteit van deze trein is beduidend minder dan de treinen waarmeer we door Rusland zijn gereden, maar in elk geval kunnen de ramen open. We delen de coupe met een Chinees, maar als blijkt dat onze buren een Mongoolse Nederlandse en een Filipijnse Nederlander zijn, voeren we de grote wisseltruc uit. Dit stelt ons in staat om weer eens lekker in het Nederlands te ratelen. Onze reisgenoten zijn de dag hiervoor getrouwd en zijn nu op huwelijksreis naar Beijing. Samen bekijken we de foto’s van hun Mongoolse huwelijksfeest. Iets wat je niet iedere dag te zien krijg.

Net ten zuiden van Ulaanbaatar, rijden we door een groot aantal scherpe bochten en klimmen we gestaag, om op een hoger gelegen plateau te komen. Het wordt helaas al snel donker zodat we niet lang van het uitzicht over het Mongoolse land kunnen genieten. Dan maar slapen. Iets wat in de trein geen straf is. Het vertrouwde en rustgevende kedeng kedeng staat garant voor een diepe slaap, vol dromen over lange treinreizen door uitgestrekte landen.

Als we wakker worden rijdt de trein door het lege, vlakke en kale landschap van de Gobi. In het Mongools betekent Gobi dan ook ‘heel groot en droog’. In deze uitgestrekte woestenij, waar herkenningspunten ontbreken, zien we af en toe een witte stip aan de horizon; de ger van een nomadische familie, die hier op de een of andere manier kunnen overleven. Om hier te wonen moet je uit het goede hout zijn gesneden. De winters zijn hier bitterkoud met temperaturen tot minus 40 graden Celsius, terwijl de zomerse temperaturen kunnen oplopen tot 50 graden Celsius. Er is geen plek op aarde met zulke grote temperatuurverschillen. En toch wonen er hier mensen, zoals in de stoffige grensplaats met China. Hier beleven we weer een heel ander avontuur.

3.12 – Mongolië | Het regelen der dingen

Voordat we naar China kunnen zijn er nog wel een aantal zaken die we moeten regelen. Zo hebben we een visum nodig en zou een treinkaartje ook wel handig zijn om weg te kunnen uit Ulaanbaatar. Aangezien het wel zo handig is te weten wanneer we het visum op z’n vroegst kunnen verwachten, is het handig dat we als eerste een bezoek brengen aan de Chinese ambassade aan de Zaluuchuudyn Urgun Chuluu. Omdat we deze straatnaam met de beste wil van de wereld niet kunnen uitspreken, lijkt ons een wandeling er naar toe efficiënter dan een taxirit. Gelukkig zijn we op tijd opgestaan, zodat we redelijk vooraan in de steeds langer wordende rij staan. Op het aanvraagformulier kruizen we het vakje voor een 90 dagen visum aan. Om ons succes op goedkeuring daarvan te vergroten, vullen we in het veld ‘te bezoeken plaatsen’, een aantal ver van elkaar gelegen Chinese steden in. Met uitzondering van Lhasa, dat dan weer wel. Die laatste zou alleen maar tot gedoe leiden bij de goedkeuring van de aanvraag. We laten de aanvraagformulieren en onze paspoorten achter bij een beambte en krijgen te horen dat we vrijdag weer terug kunnen komen om het visum op te halen.

Nu we weten wanneer we ons visum hebben, kunnen we naar het station voor de treinkaartjes. Dit leidt in eerste instantie tot een hoop frustratie, omdat we bij de loketten worden weggestuurd, zonder dat ons duidelijk wordt waarom. Dankzij een behulpzame Mongool komen we er achter dat we bij het International Trainticket Office te moeten zijn, wat diep zit weggestopt in het stationsgebouw. Het loket is echter gesloten, maar onze nieuwe vriend weet raad. Hij blijkt te werken voor een reisorganisatie die gespecialiseerd is in treinkaartjes naar en in China. Dat treft, want wij willen naar China en dan als eerste graag naar Hohhot. Wat volgt is een hoop geregel en geritsel op een voor Mongoolse begrippen bijzonder efficiënte manier. Gesloten loketten gaan aan de achterkant open en al snel bezitten wij kaartjes voor de trein van vrijdagmiddag naar de Chinese grensplaats Erlian. Daar zal een medewerker van zijn organisatie ons opwachten met de Chinese kaartjes naar Hohhot. Voor de wederzijdse identificatie ontvangen we een geplastificeerde voucher, met daarop de naam van de reisorganisatie en de foto van de persoon die ons in Erlian zal opwachten.

Om het succes te vieren belanden we snel op een terras, waar we klinken met de glazen: taktoi! (proost). Met nog genoeg tijd over, besteden we de rest van de dag met andere logistieke zaken. We hebben ducktape nodig om onze tent weer waterdicht te krijgen, leesvoer en een broek voor Floor. Dat laatste blijkt nog een heel probleem te zijn. De Mongoolse meiden hebben een compleet andere lichaamsbouw dan Floor, waardoor ze is aangewezen op het moeilijk te verkrijgen maatje XXL. In maatje S zou je met moeite een tuinkabouter kunnen proppen. Als je geen probleem hebt met T-shirts met Fido Dido print, is de mode hier ook best hip te noemen.

Het versturen van een postpakket is een heel avontuur. Er is een hele procedure voor nodig om een paar boeken en Cd’s naar huis te sturen. Met de gevulde, maar zeker nog niet dichtgeplakte doos begeven wij ons naar de douanebalie in het postkantoor. Achter deze balie werken vijf mensen, waarvan er maar eentje iets doet. De overige vier zijn druk met poederen van neuzen en televisie kijken. Daar wordt de inhoud gecontroleerd en het pakket gewogen. De doos wordt dichtgeplakt en er worden een aantal stempels gezet. enveloppe dichtgeplakt en worden er stempels gezet. Met het nu dichtgeplakte pakket melden we ons bij de postbalie. Het pakket wordt nogmaals gewogen om het tarief te bepalen. Te behoeve van de verzekering, natuurlijk, moeten we in detail opgeven wat er in het pakket zit en wat de waarde er van is. Pas dan worden de postzegels geplakt en wordt het pakket geplaatst tussen de uitgaande post. Het pakket is begonnen met de lange reis naar huis, iets wat wij nog niet van plan zijn.

3.11 – Mongolië | Nationaal Park Gorkhi-Terelsj

Vanuit Ulaanbaatar is het zestig kilometer met de bus naar Nationaal Park Gorkhi-Terelsj. Het is dan wel het meest toeristische deel van Mongolië, voor kamperen wel het meest geschikt. Langs het water van de rivier staan al vele stadse Mongolen te kamperen. Niet voor niets staat Mongolië bekend als de grootste camping ter wereld. Als een ware expeditie volgen we het heldere water stroomopwaarts. Op een grote open plek, op een hoogte boven het water, maken we ons kamp. Het landschap wordt gedomineerd door de kleuren groen en blauw. Het blauw van de oneindig blauwe lucht en het prettig kabbelende water. Groen van het dennen, waarmee de bergen rondom zijn begroeid. We kamperen naast een doorwaadbare plaats in de rivier, waar de hier vrij rondlopende paarden en koeien dankbaar gebruik van maken. Heen en weer en nog een keer.

Het is een warme dag en het water van de rivier lonkt. Niet alleen voor verkoeling, maar vooral om uiting te kunnen geven aan ons Nederlandse waterbouwkundige aard. Als eerste bouwen we een koelkast voor de meegebrachte pivo. Al snel bouwen we een strekdam, wat weer leidt tot een dieper zwembad. Hoe meer de dam vorderde, hoe moeilijker het werd. We werkten van beide oevers naar elkaar toe. De stroming werd sterker en sterker. Maar wij Nederlanders laten ons niet kisten en sluiten de rivier af, voor een paar seconden althans, want al snel stroomt het water net zo hard over de dam heen. Missie mislukt, maar het ging dan ook niet om het resultaat. Er is weinig mooier dan zinloze dammen bouwen.

De rivier waaraan we staan is diep genoeg om de uitlaatpijp van normale auto’s te verzuipen. Dat houdt de Mongolen echter niet tegen. Als volwaardige Mongolen rijden ze zich vast in het midden van de rivier. Dit gebeurt niet één, maar meer dan een tiental keren. Met man en macht wordt vervolgens geprobeerd de auto weer op het droge te krijgen. Ook Jeroen steekt zijn beste beentje voor, wat weer leidt tot een uitnodiging om te komen eten bij een kamperende familie. We worden volgestopt met mals lamsvlees en groenten van de barbecue. Al snel volgt de drank. Dit keer de gedestilleerde variant op de gefermenteerde paardenmelk. De smaak daarvan komt nog het meest in de buurt van dieselolie en maakt van ons dus geen liefhebber.

Wakker worden we door het geluid van vrolijk knorrende varkens en het zachte en tevreden gebrom van de koeien en de yaks rondom onze tent. Kamperen in de vrije natuur is het mooiste dat er is. Na het ontbijt vervolgen we onze trektocht langs de rivier. Een mooie wandeling langs het heldere water van de meanderende rivier. We ontmoeten een paar leraren uit de stad, die hier de zomer als semi-nomaden rondbrengen. Zij nodigen ons uit om onze tent naast hun ger te plaatsten. Het zou hier vanwege de rondzwervende wolven onveilig zijn. Niet dat we bang zijn om het geluk te hebben om een wolf tegen het lijf te lopen, maar zo’n uitnodiging slaan we natuurlijk niet af.

Omdat er om 8.00 uur ‘s ochtends een bus vertrekt naar Ulaanbaatar, lopen we terug naar Terelsj. Het lijkt ons slim om onze tent op te zetten in een van toeristen verstoken gerkamp. Dat lijkt een goede beslissing. We worden uitgenodigd in de disco-ger, waar de verjaardag wordt gevierd van een van de lokale Mongoolse meiden. Er wordt gezongen, geborreld en nog meer geborreld. Het lijkt heel gezellig, maar de mannen zijn zo dronken dat we maar snel opstappen. Daarop stormt de meest dronken Mongool uit de disco-ger en trekt met een onbehouwen haal onze hele tent aan gort. Wat een godvergeten tyfus Mongool. Waarom?

Waarschijnlijk hebben we gewoon botte pech, maar we schrikken er wel van. Het positieve aan deze gebeurtenis is wel dat een andere familie zich over ons ontfermt. Onze spullen verhuizen naar elders en een naaimachine wordt aangerukt. Al snel wordt er driftig genaaid en heeft onze tent er een flinke toef karakter bij. Terwijl de dronken Mongool er door de minder dronken Mongolen van langs krijgt, overhandigen wij een tas met boodschappen aan onze redders van vandaag.

3.10 – Mongolië | Nadaam Festival

Terug in Ulaanbaatar worden we door ‘Bobby’ in het UB Guesthouse welkom geheten met het treffende ‘welcome back to civilisation’. Dat hebben we inderdaad wel even nodig, voordat we ons in een volgend avontuur storten: het Nadaam festival. Naadam is het nationale festival van Mongolië, dat ieder jaar van 11 tot en met 13 juli wordt gehouden. Het festival wordt ook wel het ‘Eriin Gurvan Naadam’ genoemd, dat ‘de drie mannelijke spelen’ betekent. De spelen zijn Mongools worstelen, paardenraces en boogschieten.

Het is al flink druk wanneer we een kaartje voor de openingsceremonie bemachtigen. Voor drie euro per persoon zitten we tussen de Mongolen. De angst dat de ceremonie voor toeristen zou zijn,, blijkt ongegrond. Het stadion zit stampensvol Mongolen in hun traditionele kostuums, met her en der een plukje blanken. De ceremonie zelf is een potpourri van folklore en moderniteit; van dansen en kostuums, van Mongoolse keel-muziek tot hedendaagse rock en zelfs breakdancing. Omdat er niet zo iets is als een back-stage gaat alles even soepel en strak georganiseerd, maar dat zou hier ook helemaal niet passen. Het zijn tenslotte niet de Olympische Spelen. Nadat de Mongoolse president een lange en voor ons onbegrijpelijke toespraak heeft gehouden is het moment daar om de sponsoren te presenteren: praalwagens van diverse bedrijven rijden in een carnavaleske optocht een aantal rondjes over het terrein terwijl er bijpassende muzak uit de luidsprekers schalt. Het is er erg vermakelijk om hier de markteconomie tot uiting te zien komen.

Enige honderden dikke, nog veel dikkere en ook moddervette worstelaars in strakke blauwe broekjes en open shirt (tegen deelname door vrouwen) betreden het veld: de eerste ronden van het worstelen is aangebroken. Elk paar worstelaars heeft een tweetal scheidsrechters. Na een hoop ceremonieel gedoe van zowel worstelaars als scheidsrechters gaan er diverse partijen tegelijk van start. De meeste zijn na een paar seconden al weer voorbij. De winnaar van iedere partij loopt in een soort van trage vogeldans een ererondje langs een viertal vlaggen. Dit gaat uren en uren door. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het stadion langzaam leeg loopt.

Terwijl we buiten op het een terras genieten van gevulde pannenkoeken, waarvoor we nog geen 8 cent per stuk betalen, worden we geïnterviewd door de Mongoolse televisie over wat we van het Nadaam vinden. Omdat we nagesynchroniseerd en wel op het Nationale nieuws verschijnen, zullen we nooit weten of ze onze reactie op het handboogschieten op prijs hebben gesteld. Deze sport is uitermate obscuur: uitermate serieus en geconcentreerd zijn serieus uitziende mannen stukjes bot ergens van af te schieten met een stuk elastiek. Het meest bijzondere aan Nadaam is dat het de jaarlijkse ontmoeting is van tienduizenden nomaden van de steppe die in hun beste traditionele kledij rond paraderen. Dat ze daarbij ook stokjes bot wegschieten snappen wij best wel.

Terug in het stadion is het verder wachten en nog eens wachten op wat verder komen gaat. In Mongolië leer je wel geduld te krijgen. Alles komt zoals het komt of niet komt. Zo ook de finale van het worstelen, waar iedereen vol spanning op zit te wachten. De laatste partij gaat tussen twee giganten. Machine: geen dikzakken, maar gespierde reuzen, waardoor je direct begrijpt dat Mongolië ooit het grootse en meest gevreesde wereldrijk is geweest. Het stadion is bomvol en de spanning is om te snijden. De lucht zindert van de emotie. Wellicht daarom is de complete politiemacht van Mongolië aanwezig om de boel in toom te houden. De worsteling  tussen de giganten duurt een vol uur. Een groot deel van de tijd staan de kolossen in elkaar geklonken; te wachten op een millimeter on-balans van de tegenstander. Iedere minuscule beweging leidde bij de uitzinnige menigte tot gejoel en geklap. Een  finale tussen Nederland en Duitsland is er niets bij. Na een paar laatste strategisch minuten, vol geduw, getrek en geworstel gaat de iets kleinere reus onderuit. Game over, maar Mongolië is weer een nieuwe held rijker.

Alle reden voor nog een groot feest op het Sukhbatar Square. De meest populaire band van Mongolië zal daar een afsluitend concert geven. We staan te midden van de tienduizenden hippen en minder hippe Mongolen, die gaandeweg het concert steeds enthousiaster werden. Er wordt gedanst, gezongen en gejoeld. De band, Hurd is dan ook echt erg goed. Terwijl de band de laatste nummers uit de luidsprekers laat knallen, wordt vanaf drie kanten vuurwerk ontstoken. Het is een mooi moment om op te slaan op de mentale schijf: terwijl het mooiste nummer van de band over het plein gaat, licht de hemel op van het vuurwerk dat de lucht in gaat. Het is een bijzonder land.

3.09 – Mongolië | Worteltjestaart

Midden op de Mongoolse steppe, ligt het weinig inspirerende Tsetserleg. In deze grauwe hoofdstad van de provincie Arhandgaj staan geen struiken en al helemaal geen bomen. Aan het einde van de hoofdstraat ligt een boeddhistische klooster met de onuitspreekbare naam Buyandelgeruulekh Khidd. Het is gebouwd in 1586 en heeft de vernielingen van de Communisten overleefd. Vanaf de heuvel kijken we uit over Tsetserleg, waarvan een tiental lage betonnen gebouwen het kleurloze centrum vormen. Daaromheen ligt een rommelig gebied vol omheinde woonerven, met agressieve honden en versleten hutten en tenten. Tot onze grote verbazing heeft zich in dit weinig aantrekkelijke oord een Engels echtpaar gevestigd, dat hier een bedrijf runt met de naam Fairfield Bakery. De bakkerij verkoopt een assortiment broodjes en gebak, waarvan het water je in de mond loopt. Een absolute aanrader is de versgebakken worteltjestaart. Een culinair orgasme na twee weken schapenvlees en zure yoghurt snoepjes.

Langzaam maar zeker hebben we genoeg van het rijden over de niet bestaande wegen van Mongolië. Alles doet zo onderhand ook zeer. Dit is ook niet zo verwonderlijk, want aan comfort is er bij het ontwerp van de Russische minibus niet gedacht. Het rijden wordt echter niet saai. Het land is zo mooi en indrukwekkend dat je maar naar buiten blijft kijken. Het landschap is onveranderd leeg en kaal, waardoor je enorm ver kunt kijken en alle gevoel voor schaal is verdwenen. De Mongoolse steppe bestaat uit kort, geelgroen gras. In de nattere delen is het gras voller, groener en sappiger met daartussen een weelderige bloemenzee.

Het land staat helemaal ‘vol’ met de kuddes die van de Mongoolse nomaden zijn. Er staan nergens hekken, zodat de schapen, geiten, paarden, koeien, yaks en de kruising daartussen, overal vrij rond kunnen lopen. Zoals al eerder gezegd maken die kuddes voor een groot deel het landschap. De schaal wordt daardoor inzichtelijk. Het is daarnaast een erg mooi gezicht al die stipjes. Het langs rijden is ook erg grappig. Regelmatig liggen de kuddes op de weg. Een hoop getoeter moet de beesten stimuleren om een andere plek te zoeken. De runderen boeit het echter allemaal niets en lopen bekakt een stukje verder. De schapen raken volledig in paniek en stuiteren de weg af. De geiten zijn koppig en nemen de tijd. Maar het mooiste zijn de grondeekhoorns. Er lopen er hier miljoenen. Ze zijn bijzonder grappig, want ze spelen veel of kijken rechtopstaand wat er allemaal aan de hand is. Wanneer we met de auto langskomen, ontstaat er paniek en duikelen ze allemaal richting hun holen. Het gaat vaak niet zo soepel en ze gaan vaak op hun bek, je ziet ze uitglijden, met elkaar in botsing komen en ondersteboven in de holen duiken.

Aan het begin van de verharde weg naar Ulaanbaatar ligt Karakorum. De oude hoofdstad van Mongolië is in de 13e eeuw gesticht door Dzjengis Khan. Vlak buiten Karakorum ligt het uitgestrekte Erdene Zuuklooster. Het is het oudste boeddhistische klooster in het land en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het complex vormt een vierkant van 400 bij 400 meter. Het wordt omgeven door een 7,5 meter hoge muur waarin 108 stoepa”s zijn verwerkt. Hangend tegen een van deze witte stoepa’s kijken we uit over het Mongoolse leven. Een leven waar de paarden worden gemelkt om te voorzien in een voorraad airag: de gefermenteerde paardenmelk waaraan je even moet wennen. Een beetje vreemd, maar wel lekker.

3.08 – Mongolië | Terkhiin Tsagaan Nuur

Aamaa heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij wil er dan ook zeker van zijn dat we ergens staan, waarvan hij weet dat we er staan. De enige manier om dit te bereiken, is ons daar te brengen. Voor een ervaren chauffeur en met de Russische minibus, is geen weg te ruig en geen plek onbereikbaar. We klimmen over de eerste rij heuvels, waarna we diep in een trechtervorming dal worden afgezet op een plek met drinkwater en brandhout. We nemen afscheid van Aamaa die ons beloofd vanavond op te komen zoeken. Niet alleen voelt hij zich verantwoordelijk, bovenal vindt hij het plezierig om tijd met ons door te brengen.

Niet snel daarna brandt ons vuur en staat er een potje met eten te pruttelen. In de rust van deze vallei is het genieten van de warme zon en de grondeekhoorns die zich niet laten verleiden voor een close-up. Wanneer de buitentemperatuur voldoende is gestegen om thermiek te genereren, verschijnen de grote vogels in de lucht. Adelaren en gieren met een enorme spanwijdte, waarvan de schaduwen op de grond nog veel groter zijn. Het duurt niet lang als we vanuit de verte een paar paarden zien naderen. Niet veel later zien we dat het niet alleen paarden zijn. Het is een Mongoolse familie die langzaam maar zeker dichterbij komt. Ze stoppen naast onze tent en stijgen van hun paard. We begroeten elkaar met ‘sain baina uu?’ en het daarop volgende ‘sain ta sain baina uu’. Helaas hebben we elkaar door de taalbarrière niet zo heel veel meer te melden. Een kop thee is echter altijd lekker en goed om aan te bieden. Het bijpassende biscuittje wordt afgeslagen. Na de thee nemen onze gasten afscheid, stappen op hun paard en verdwijnen langzaam in de Mongoolse leegte.

IMG_0921IMG_0925
Na een kopje thee gaan de bezoekers weer verderHet uitzicht over Terkhiin Tsagaan Nuur is niet onplezierig

”s Nachts blijkt dat het niet zo slim was om onze tent op te zetten in het trechtervormige dal. De wind jaagt met stormkracht vanuit de bergen door ons kamp. De tent trilt en trekt aan de scheerlijnen, maar houdt het gelukkig wel goed vol. Het kan alleen altijd gekker. Het begint te regenen en te onweren. Buiten de tent wordt de hemel verlicht door tientallen bliksemschichten. Miljoenen volts schieten naar de grond. De donder rolt krakend en knetterend door het dal, terwijl de tent bijna wordt losgetrokken van de grond. In deze wilde uitgestrektheid lijkt onze kleine tent niet geheel op haar plaats. We voelen ons dan ook niet heel prettig, maar kunnen daar ’s nachts niet zo veel aan veranderen.

De volgende dag besluiten we dat langer blijven geen optie is. Over de kale bergkammen lopen we langzaam terug naar beneden. Daar profiteren we van een luie dag. Het meer is uitermate geschikt voor een grondige wasbeurt van lijf en kleding. Met de tandenborstel in de mond zwemmen we in het meer. We kopen een versgevangen vis van een local, die we door ons gastgezin laten klaarmaken. De vis wordt verwerkt in en soort van pannenkoeken, waar een lichte vissmaak aan zit. Het overgrote deel van de vis is waarschijnlijk in de magen van de familie verdwenen.

Een nieuwe onweerstorm bevestigd onze eerdere beslissing. We zijn blij dat we beneden zijn. De zon zakt langzaam maar zeker achter de bergen, ondertussen de bergen en de onweerswolken verlichtend met een diepe gele gloed. De gele kleur wordt dieper en gaat over naar oranje, waardoor er aan de horizon een enorme brand lijkt te woeden. Een lucht als deze hebben we nog nooit eerder gezien.

3.07 – Mongolië | Grondeekhoorns op de steppe

Het is ruim 300 kilometer over zandwegen, door kuilen en over hobbels, naar het zuidelijk gelegen Terkhiin Tsagaan Nuur (het grote witte meer). We steken de beboste bergen over, om weer in de lege Mongoolse steppe uit te komen. Boven op een pas hebben we zicht op een geweldig Mongools panorama. Hier stoppen we voor de lunch. Het opwarmen van de soep duurt alleen een eeuwigheid vanwege de ijle lucht. Het voordeel hiervan is dat we langer kunnen genieten van het indrukkende uitzicht. Aan de ene kant is het land lukraak voorzien van de witte gers van de nomaden en de verspreid staande kuddes met schapen, paarden en runderen. Door het ontbreken van water is het land aan de andere kant van de pas volkomen leeg.

De oncomfortabele, maar zeer indrukwekkende reis door het lege land wordt opgevrolijkt door de vele grondeekhoorns. Bij het zien of horen van onze auto schrikken ze zich een ongeluk. Ze snellen over de weg, rollen door het gras, vallen om, slippen weg en duiken op z’n kop hun hol in. Deze voor ons erg humorvolle paniekreactie wordt verstrekt als Aamaa op de claxon drukt; dan buitelen de grondeekhoorns over elkaar en duiken ze met z’n tweeën een hol in, waarvan de ingang er maar 1 per keer toelaat. Hilariteit alom. Ondertussen roken we sigaretten van het lokale merk Altai, waarvan we inmiddels niet meer hoeven te hoesten, vanwege de stoflongen die we hebben opgelopen door het rijden over deze wegen.

Rijdend door dit landschap horen we voor de honderdste maal dezelfde Mongoolse muziek. Aamaa heeft dan wel meerdere cassettebandjes bij zich, er is maar één tape die nog iets anders voortbrengt dan gekraak en geruis. De muziek past perfect bij het landschap en het meezingen door Aamaa is zeker een toevoeging. Hij kan bijzonder goed zingen, vooral het zogenaamde zingen van (uit) de keel kan hij erg goed en zuiver. De muziek van Hishigbayar & Delgerma gaat over liefde, trouwen, mensen en kinderen. Het mooiste nummer gaat over het onderhouden van lange afstand relaties. Omdat Aamaa in elk stadje meerdere schatjes heeft, kunnen we hem hier goed mee pesten.

Terkhiin Tsagaan Nuur ligt in een vulkanisch gebied en is omgeven door de kraters van de reeds geleden gedoofde vulkanen. Het diepblauwe water, midden van alle tinten groen van de steppe ziet er erg aantrekkelijk uit. Aan de oever van het meer zien we twee witte stippen staan, wat ons kamp voor de nacht blijkt te zijn. Het is hier alleen niet zo ontspannen als we hadden gehoopt. We waren al gewaarschuwd voor de vliegen in dit gebied, maar we waren niet voorbereid op een frontale aanval van miljoenen kleine vliegen die ons leven zuur proberen te maken. Het doordringende ‘bzzzzz’ is overal. Aangezien je hier prachtige wandelingen kunt maken in een vulkanische omgeving, besluiten we om straks met de tent de bergen in te gaan. Hopelijk vinden we daar meer ontspanning.

3.06 – Mongolië | Hövsgöl Nuur

Terwijl Björn en Jeroen zich afvragen waar die heipaal in hun hoofd vandaan komt, komt de gids met de paarden voorgereden; te paard welteverstaan. De paarden zijn vanochtend uit de bergen gehaald, waar ze een half wilde kudde hebben rondlopen. Ze zijn van een beduidend kleiner type dan dat we in Nederland kennen, waardoor we er wat suffig uitzien als we de paarden hebben bestegen. Een kort practicum in linksaf, rechtsaf, remmen en starten (tsjuu, tsjuu) en dan gaan we op pad. Het tempo ligt laag, want luisteren doen de paarden niet en zin hebben ze al helemaal niet. Het paard van Floor moet zelfs worden voortgetrokken door de gids.

Na een kleine twee uur zien we Hövsgöl Nuur schitteren in het brede dal. Het water is azuurblauw en zo helder en vlak als een spiegel. Het meer is onderdeel van dezelfde breukzone als Baikal, heeft een gemiddelde diepte van 264 meter en bevat 2 procent van werelds zoetwatervoorraad. Omdat het water zo schoon is, kan het direct uit het meer worden gedronken. In het winter is het meer volledig dichtgevroren. Het 120 centimeter dikke ijs vormt dan de tijdelijke hoofdweg tussen Mongolië en Rusland.

We maken ons kamp op de oostelijke oever van het meer. Het water is te koud om uitgebreid te zwemmen, maar een snelle wasbeurt is na uren te paard geen overbodige luxe. Een kampvuur is noodzakelijk, want met het ondergaan van de zon, verdwijnt ook alle warmte. In het wateroppervlak wordt de pastelkleurige schemering weerspiegelt. Langzaam wordt het donker en gaat de hemel over naar een inktzwart plateau, waarin miljoenen sterren staan te schitteren. De weerspiegeling van het wateroppervlak maakt het onmogelijk te bepalen waar de lucht eindigt en het water begint.

De nacht is zo koud, dat er van een comfortabele nachtrust geen sprake is. Onze Mongoolse gidsen, die overigens gewoon buiten bleven slapen zonder slaapzak, lijken daar in het geheel geen last van te hebben gehad. De lange wollen traditionele jas (een del) die zij dragen is duidelijk van betere kwaliteit dat onze dure slaapzakken. Volgens hen was het ook helemaal niet koud. Als je gewend bent aan temperaturen tot veertig graden onder nul, heb je natuurlijk ook wel een ander referentiekader. Fysiek is de tweede dag op het paard een marteling. Door de benen en billen gaan een vreemd soort stekende pijnen. Leuk vinden we het eigenlijk niet meer. Net als we besluiten dat het voor alle partijen beter is om te stoppen, komen we aan op onze bestemming. Bovenop een heuvel, uitkijkend over het uitgestrekte water van het meer, maken we ons kamp. Het gezellige geknabbel van de reeën naast onze tent, is het enige geluid dat we ‘s nachts horen. De stilte is verder volmaakt.

3.05 – Mongolië | Sprinkhanen en vodka

Vanaf Mörön is nog een kleine 100 kilometer naar Khovsgol Nuur, het grootste en naar verluid mooiste meer van Mongolië. Omdat de weg voornamelijk bestaat uit sporen vol kuilen en gaten, hebben we er toch nog drie uur voor nodig. Bij de ingang van het nationale park moeten we 2 dollar per persoon betalen. Voor dat bedrag mogen we hier nu drie dagen verblijven. Tot onze teleurstelling rijden we vandaag niet door naar het meer, maar worden we afgezet in een kleine toeristenkamp in het dorpje Hatgal. Daar maken we kennis met Jimmy, met wie we een tweedaagse paardrijtocht langs de westzijde van het meer organiseren. We nemen ook een gids en een pakpaard mee. Dan zien we tenminste het meer en kunnen we ook in de vrije natuur slapen. Dat is tenslotte wat we willen. Dat is pas vanaf morgen, vandaag blijven we in Hatgal.

In het kamp is een Nederlands stel neergestreken. Zij hebben besloten om zich permanent te vestigen in Mongolië en iets te gaan beginnen voor toeristen. Wat en een hoe ze de winter willen gaan overleven weten ze nog niet. Wij overleven hier stiekem best prettig. Niet alleen kunnen we lang en warm douchen, ook krijgen we rundvlees te eten. De hoeveelheid valt alleen wat tegen. Geen steak per persoon, maar een klein schaaltje reepjes om te delen met ons vijven. Omdat onze gezonde trek niet voldoende is verholpen, besluiten we dat het tijd is voor een experiment met de vele sprinkhanen in het veld. Deze schijnen gefrituurd erg lekker te zijn. Na een succesvolle sprinkhanenjacht keren de jagers terug met een goed gevulde pot. Na een paar mislukte pogingen, blijkt 20 seconden in de hete olie de optimale tijd om de springhanden krokant, knapperig en smakelijk te bereiden. De Mongolen denken hier toch anders over, want vol gruwel wordt het bord vol delicatessen afgewezen. En wij maar denken dat het in Mongolië onfatsoenlijk is om te weigeren wat je wordt aangeboden.

Een kampvuur is een fijne plek om elkaar te leren kennen. Aamaa blijkt te zijn geboren in het westen van Mongolië en is een jaar of zes geleden naar Ulaanbaatar gekomen. Dat kostte hem 29 dagen. In de winter rijdt hij ook toeristen rond, maar dan met name in de Gobi. De rest is dan namelijk volstrekt onbegaanbaar. Hij is volgens ons een echte Mongoolse hotshot en heeft de aandacht van alle Mongoolse vrouwen. Wij denken dat hij in elk stadje een schatje heeft. Volgens Aamaa klopt dit niet, want in M?r?n heeft hij er een stuk of vier. Dat zijn er minder dan de naar schatting 24.000 wolven die er in dit land leven. Er wordt flink op deze wilden beesten gejaagd, omdat ze het vee opvreten. ’s Winters gaan daarom de schapen op stal, het overige vee blijft buiten staan. De roedels wolven jagen ook op de koeien en de yaks. De Mongolen hebben daar wat op gevonden, want de koeyak (khainag), wordt met rust gelaten. Het is dan ook niet het meest aantrekkelijke dier om te zien. Wat het oog niet blieft, dat vreet het niet.

Jeroen en Björn worden door Aamaa en Jimmy uitgenodigd om mee te gaan naar de lokale kroeg. In een kleine colonne, met Mongolen en twee toeristen afgeladen auto’s, rijden we naar de paar straten verderop gelegen kroeg: een houten keet met tafels en drank. Er is geen muziek, dus het zijn de verhalen en de volksliederen die zorgen voor het amusement, die beter worden als er meer vodka op tafel verschijnt. Taktoi!, zoals de Mongoolse proost gaat. Later in de nacht wordt er nog gedanst, of hoe die door vodka opgewekte spastische bewegingen ook mogen heten. De alcohol wint echter langzaam maar zeker van ook de sterkste Mongool. Aamaa wordt om 2.00 uur ‘s nachts horizontaal in een andere kamer gedeponeerd. Björn wordt dronken van de straat geplukt en Jeroen weet het allemaal niet zo heel goed meer, behalve dat we erg vroeg op de ochtend weer thuis worden afgeleverd.

3.04 – Mongolië | Mörön de gekste

We rijden over de hoofdwegen van Mongolië. Dit zijn niet meer dan zandwegen met flinke kuilen en gaten, die zich door het landschap slingeren. Ieder jaar liggen de wegen weer anders, omdat ze min of meer de gerkampen verbinden, die ook ieder jaar weer ergens anders staan. Bij een stop wil Aamaa worstelen. Hij is klein, maar zeer gespierd en sterk. Natuurlijk verliest Jeroen, maar er zal een moment komen dat er wordt gewonnen. Jeroen eet niet voor niets de hele dag door lamsvlees. De beestenboel wordt gevormd door een lucht vol vogels en een steppe vol met grondeekhoorns, aan paar joekels van marmotten en af en toe een vos.

We komen aan in Mörön. Een stad(je) tussen het niets. Helaas is er nog geen water beschikbaar, waardoor we even moeten wachten op de noodzakelijke opknapbeurt. Dan maar basketballen met de kinderen. De meest fanatieke jongen weet niet van ophouden. Niet zonder reden, want hij zit in het Mongoolse team en daarmee is hij zelfs in Novosibirsk geweest om tegen Rusland te spelen. Niet alleen heeft hij van Rusland gewonnen, maar ook maakt hij gehakt van de lange toeristen. Hij vindt het erg geweldig om Engels te spreken met de reizigers die langskomen. Wij vinden het wat minder om met hem te spelen.

We besluiten om op stap te gaan. Waar is het centrum van deze ‘stad’? We volgen de zandweg naar de enige kruising. Er valt op straat bijzonder weinig te beleven. Grote aantallen fanatieke of valse honden staan achter de omheiningen vol opwinding te blaffen en te kwijlen. Dit doen ze vast niet omdat ze ons zo aardig vinden. Voor de zekerheid wapenen we ons daarom maar wat wat stenen. Achter een groot standbeeld van de held van deze aimag (‘aimag’ betekent stam, maar wordt ook gebruikt om de regio aan te duiden), de heer Davaadorj, treffen we een groot uitgevoerde ger. Het is de lokale disco. Binnen is het een donker hol, waar de muziek van twijfelachtige smaak (R&B en rap) is en van nog slechtere geluidskwaliteit. Het is in deze discotheek niet de bedoeling om te zitten of ze zijn hier niet gewend aan bezoekers met lange benen, want de zitplaatsen zijn bijzonder oncomfortabel. De benen passen niet tussen bank of tafel. Na een paar lokale biertjes vinden we zitten ook niet meer nodig en dansen we de sterren van de hemel tussen en met de lokale jeugd. Het is maar goed dat we hier nooit meer terugkomen.

3.03 – Mongolië | De weg vol pech

We staan vroeg op om het klooster te bezoeken dat naast onze ger staat. Er zou een ochtend ceremonie plaatsvinden, maar de enige activiteit in de weide omtrek komt van de honderden grondeekhoorns die rennen, springen, vallen en weer door gaan. Het is een bijzonder fijn tafereel zo vroeg in de ochtend. Beter dan het ontbijt dat ons wordt voorgeschoteld, want echt prettig smaken het muffe schaap en naar overgeefsel smakend aaruul (gedroogde kwark) niet op dit vroege uur. Voordat we kunnen vertrekken heeft Aamaa een paar uur nodig om de auto te repareren. De vering blijkt namelijk aan beide kanten te zijn gesneuveld. Omdat Aama blijkt te beschikken over een MacGyver achtige handigheid, hoeven we ons geen zorgen te maken over een goede afloop.

Wanneer we Erdenet, de locatie van één van de grootste kopermijnen ter wereld, passeren, beginnen we te slingeren. Een lekke band. We worden gedropt bij een familie in een ger, waar we zullen blijven tot dat Aamaa de auto weer heeft gerepareerd. De kinderen zitten ons vanaf een afstand stil aan te staren. Vol interesse bekijken ze hoe en wat we allemaal gaan eten. We delen alles met hen. Buiten de ger ontdooid de boel. Er ontvouwd zich een watergevecht en een kampioenschap worstelen met vijf kinderen tegen één volwassene. Het is een dolle boel. Fysiek gesloopt door het stoeien met de kinderen stappen we in de weer gerepareerde auto. Net op tijd, want een enorm noodweer van hagel en regel, daalt neer over Erdenet.

Het indrukwekkende Mongoolse landschap trekt hortend en stotend aan ons voorbij. Hortend en stotend, omdat er hier geen verharde wegen zijn. Net als we genoeg hebben van al die uren in de auto en ergens willen stoppen om de tent op te zetten, komen we aan op onze bestemming: Khutag Ondor, een woestijnachtig gebied met zandduinen aan de Selenga rivier. Tussen de zandduinen zoekt een kudde winderige schapen en geiten naar schaarse stukjes gras. We zetten onze eigen tent op, want kamperen op de grootste camping ter wereld is wat we willen. Net als zwemmen in deze heerlijke rivier. Na een avondmaal van mutton (schaap) maken we een vuur aan de oever van de rivier. Aan de heldere hemel fonkelen miljoenen sterren. Ook Aamaa komt bij het vuur zitten en de uit Ulaanbaatar meegebrachte vodka gaat rond. We hebben goede, bijzondere en grappige gesprekken door het maken van tekeningen in het zand. Onder andere over de wilde beesten die vannacht rond ons tent zullen sluipen. Slaap lekker. Misschien tot morgenochtend.