Rusland

Rusland ligt op twee continenten; Europa en Azië. Politiek gezien hoort Rusland meer bij Europa, aangezien hier de belangrijkste steden liggen en ruim 70 procent van de bevolking hier woont. In totaal wonen er meer dan 142 miljoen mensen. Het land grenst met meer veertien landen, waaronder: Oekraïne, Wit-Rusland, Polen en China. Tot 1991 maakte Rusland deel uit van de Sovjet-Unie. Na het ineenstorten van deze communistische staat werden veel deelrepublieken onafhankelijk. Heel langzaam vervaagt Lenins invloed een beetje en wordt Rusland moderner

2.6. Rusland | Het ijzeren gordijn

Voordat we op de trein naar Mongolië kunnen stappen, moeten we de in Nederland bestelde treinkaartjes nog ophalen bij het reisbureau in Irkutsk. We volgen de aanwijzingen op de ons gemailde routebeschrijving, waardoor we ons al snel in een bus bevinden die ons naar de buitenwijken van de stad brengt. Op aanwijzing van de buschauffeur stappen we uit in een wijk vol met flats van zes verdiepingen. Klopt dit wel? In Rusland is het adres opgebouwd uit het blok-, flat- en huisnummer. Aangezien bordjes geheel ontbreken werkt die informatie weinig verhelderend, waardoor we aangewezen zijn op de aanwijzingen van de mensen op straat. Zo komen we terecht in een flat, waar we op de 5e verdieping (een lift ontbreekt) een deur aantreffen met een bel. Achter deze deur bevindt zich een kleine driekamerflat, waarbinnen een volledig operationeel reisbureau is gevestigd met 12 medewerkers. Een van deze medewerkers is Igor, waarmee we al veelvuldig e-mailcontact hebben gehad. Hij is blij ons te zien en overhandigd ons de kaartjes voor de trein naar Mongolië die later vanavond vertrekt.

Waren we de eerste twee etappes de enige niet-Russen in de trein, deze keer blijken we de wagon alleen maar met anderen toeristen te delen. Dit is ook wel eens fijn, want af en toe willen we wel iets meer dan een houtje-touwtje gesprek. Jammer genoeg rijdt de trein vanaf Irkutsk zo langzaam dat we pas bij zonsondergang langs Baikal rijden. Hierdoor krijgen we maar een heel klein stuk van deze mooie route mee, voordat de nacht langzaam maar zeker valt. Net zo langzaam maar zeker, maar dan langzamer, naderen we Mongolië. Niet alleen rijdt de trein met een slakkengang, ook stoppen we in elk dorp dat we onderweg tegenkomen. Na Ulan-Ude verandert het landschap al snel in een steppelandschap met hier en daar een dorpje langs de rails. Buiten de trein zien we dat de mensen meer Mongoolse trekken krijgen. Dit stemt ons hoopvol, aangezien we onderweg zijn naar Mongolië.

Laat in de ochtend komen we aan bij de ‘grens’, wat eigenlijk meer een grenszone is. Aan de Russische kant stopt de trein om volgens de dienstregeling de komende zeven uur ook niet meer verder te rijden. Gelukkig is er buiten het kleine station een markt. Daar kunnen we niet alleen wat boodschappen doen, ook laten we ons de shaslick en de pivo goed smaken. Floor besluit terug naar de trein te gaan om in de coupe te luieren, terwijl Jeroen op het perron een boek leest (en pivo drinkt). Als de trein plotseling begint te rijden worden de achterblijvers enigszins ongerust. Helemaal als de terugkeer van de trein nogal lang op zich laat wachten. Maar ach, de provodnitza loopt ook nog op het perron rond en de trein zal toch zeker niet zonder conducteur vertrekken. Toch? Het duurt twee lange uren voordat de trein weer aan komt rijden. Deze trein bestaat op dat moment nog maar uit twee wagons, waarbij Floor er uit één uit het raam zwaait. De afgelopen uren heeft de trein van voor naar achteren bewogen om de rest van de wagons af te koppelen. Als de achterblijvers instappen begint de trein nog eens drie uur lang heen en weer te rijden. Van A naar B en weer terug naar A om weer door te gaan naar B om weer een volledige trein te worden. Het waarom hiervan ontgaat ons volledig.

Dan zijn we weer terug op het station. De grenspolitie stapt in. De paspoorten worden gecheckt door grenswacht 1 en ingenomen door grenswacht 2. We vullen de in- en uitreisformulieren in die we van grenswacht 3 hebben ontvangen, waarna we weer twee uur moeten wachten. Al die tijd zijn de toiletten afgesloten, waardoor iedereen inmiddels moet pissen als een otter. Dat we flink aan de pivo hebben gezeten maakt dit niet comfortabeler. Dan krijgen we onze paspoorten weer terug en rijden we de daadwerkelijke grenszone binnen. Het is een zwaar bewaakt gebied met militairen, wachttorens, kilometerslange hekken met prikkeldraad en honden. Langs weerszijden van het hek loopt een brede zandweg waarover militaire jeeps rijden.

Aan de Mongoolse kant worden de toiletten vrijgegeven, waarna er in de wagon een ontspannen en tevreden sfeer neerdaalt. De Mongoolse grenspolitie komt binnen en overhandigt ons een in het Mongools opgesteld vragen formulier. Wat is het en wat moeten we waar invullen? Met de hulp van een Mongoolse en een staaltje internationale samenwerking, waar de VN een puntje aan kan zuigen, komen we er uit. De paspoorten worden gecheckt, de bagage gecontroleerd, met zaklampen wordt er onder de banken en boven de deur gekeken, waarna we nog een tweetal formulieren moeten invullen. Of we vreemde en/of besmettelijke ziektes onder de leden hebben en of we radioactieve stoffen bij ons hebben. Wat voor soort mensen zullen dat laatste positief beantwoorden? Na alle grensformaliteiten rijden we een paar kilometer verder om halt te houden in Sukhbaatar. Hier moeten we nog eens drie tot vier uur wachten. Na elf lange uren hebben we dan toch eindelijk de grens tussen Rusland en Mongolië overgestoken. Een grens die nog functioneert als een ijzeren gordijn.

2.5. Rusland | Listvyanka aan het Baikal meer

In Listvyanka wordt het ons duidelijk dat er geen vervoer is naar Bolsiye Koty. We zullen hier dus een overnachting moeten organiseren. Het voordeel van een toeristisch oord als Listvyanka is dat er een informatiecentrum is, waar de medewerkers Engels spreken. Zo komen we al snel terecht bij een homestay, waar we voor 400 Roebel (€ 12,-) een kamer krijgen zonder comfort. Een gat in de grond (buiten) gaat door voor het toilet en een harde plank doet dienst als bed. Voor een douche worden we gewezen op de banja (Russische sauna) in de tuin, waarvoor we 300 Roebel extra moeten betalen. Als we alleen willen douchen kost het ons 50 Roebel. We worden wel wat chagrijnig van al die extra kosten, maar het genot van de banja maakt veel goed. In de hitte gaan we elkaar te lijf met berkentakjes, want zo’n afranseling op het oververhitte lichaam schijnt gezond zijn. Ook gezond zijn de emmers ijskoud Baikal water om snel en grondig af te koelen.

Na het avontuur in de banja smaakt de omol (gerookte vis) twee keer zo lekker. We genieten van het uitzicht op Lake Baikal en verwonderen ons over de feitjes: Baikal is ontstaan toen 26 miljoen jaar geleden twee aardplaten als gevolg van tektonische bewegingen uit elkaar zijn gaan drijven. Als gevolg daarvan ontstond er midden op het continent een trog van 11 kilometer diep, die zich langzaam vulde met water en sediment. Nu heeft Baikal een gemiddelde diepte van 1.700 meter diep, hoewel het op sommige plekken een diepte van 6 kilometer bereikt. Hiermee is Lake Baikal het diepste meer ter wereld. Ook is Baikal het grootste zoetwaterreservoir ter wereld. Het bevat zelfs meer zoetwater dan de grote meren tussen Canada en de Verenigde Staten samen.

We maken kennis met Nicolai, die niet alleen lokaal Thaibox kampioen is, maar ook nog eens journalist en eigenaar van een boot. Met dit laatste is het meeste geld te verdienen, zo ook aan ons. Wij zijn erg benieuwd naar het fenomeen dat we vanaf zijn boot hopen te kunnen zien. Voor de ingang van de Angara, de rivier die begint in Lake Baikal en door Siberië, via de Lena uiteindelijk in de Noordelijke IJszee uitkomt, ligt een natuurlijke drempel en een rots. De drempel vormt de scheiding tussen de rivier en het meer. Van een diepte van maximaal zeven meter, nagenoeg loodrecht naar een kilometer diepte. Doordat het water van Baikal zo helder is, zie je het water na de drempel loodrecht zakken tot het zwarte niets. Erg indrukwekkend.

Ook indrukwekkend is het maken van een wandeling langs het meer. De wandelpaden worden gevormd door smalle paadjes langs de klif, hoog boven het water. Soms erg spannend, maar je wordt dan wel beloond met fantastische uitzichten op het blauwgroene water van Baikal. Doordat het water een maximale temperatuur heeft van 4 graden Celsius, zijn er geen organismen die het water vertroebelen en verkleuren. ‘s Ochtends rolt er een mistwolk uit de bergen naar het dal. ‘s Avonds rolt deze mistwolk terug de bergen in. Tussen deze mistwolken door, is de 50-60 kilometer verder gelegen overkant zichtbaar.

We wandelen tussen wilde grassen en velden vol met bloemen. De waterkant lonkt als een romantisch strand, dat wacht op een kampvuur en een picknick. Helaas bedriegt de schijn ons hier. Miljoenen vliegen vormen op en langs de waterlijn een krioelende massa. Het aanleggen van een rokerig vuur helpt niets en maakt alleen onze eigen ademhaling bijna onmogelijk. Helaas, dan maar weer weg. Boven op een klif vinden we dan toch nog een relaxte plek om te genieten van het weidse uitzicht over het blauwgroene water van Baikal. Hier is de wind hard genoeg om alle nare insecten uit de buurt te houden.

2.4. Rusland | Irkutsk

Op 5.200 kilometer van Moskou rijdt de trein Irkutsk binnen, hoofdstad van de gelijknamige regio (oblast) Irkutsk, gelegen aan de Angara tussen het stuwmeer van Irkutsk en het Baikalmeer. Het is nog vroeg op de ochtend, maar ondanks het vroege uur is het kwik al gestegen tot iets boven de 30 graden. Dit is geen temperatuur om, met een zware rugtas op de rug, door een warme en onbekende stad te dwalen op zoek naar een hotel. We bergen onze spullen op in een kluis op het station om de zoektocht te veraangenamen. Deze zoektocht wordt ons niet gemakkelijk gemaakt, doordat we ook hier weer worden geweigerd bij de eerste twee hotels waar we informeren voor een kamer. Uiteindelijk vinden we een kamer in hotel Arena voor 600 Roebel (€ 18,-) per nacht.

Na een welverdiende pivo op een pleintje voor het hotel, is het tijd om te struinen door de stad. Irkutsk lijkt een mooie stad te zijn. Er staan veel houten huizen te midden van het vele groen. Langs de brede en schaduwrijke lanen staan ook veel gebouwen met een Europese architectuur. Deze zijn gebouwd tijdens de bloeiperiode van Irkutsk, toen er eind 19e eeuw goud in de omgeving werd gevonden. Irkutsk heeft de naam ‘het Parijs van Siberië‘ te zijn, maar dit vinden wij toch wat te veel eer. Sowieso is hier een stuk minder te beleven als in Parijs. Onze zoektocht naar vertier leidt tot niets. De centrale markt zijn ze aan het afbreken als we deze eindelijk hebben gevonden en cafés en restaurants zijn een zeldzaamheid. Zelfs langs de oever van de Angara rivier zijn geen  andere mensen dan een enkele skater. Het is een zwoele zaterdagavond, maar waar is iedereen? We verbazen ons wat er allemaal niet gebeurd. Het is leuk om hier te zijn, maar voor ons een tikkeltje te saai.

We hadden bedacht dat we met de boot (Raketta) van Irkutsk naar Bolshie Kothy zouden gaan. We moesten dus naar de haven, maar met welke bus komen we daar? Bij de bushalte maar aan een Russische vrouw gevraagd. Omdat zij verder niet zo veel te doen had en de mogelijkheid om Engels te oefenen niet aan haar neus voor bij liet gaan, ging zij met ons in de bus mee naar de haven. Daar bleken er maar drie boten per dag te gaan en deze waren alle drie al volgeboekt. Helaas, geen Raketta voor ons. Dan maar met de bus naar Baikal. Maar hoe dan? Ook daarbij worden we geholpen door onze Russische vriendin. We kunnen met de bus naar Listvyanka aan het Baikal meer, zo’n 60 kilometer van Irkutsk. Maar dan moeten we eerst weer terug naar het busstation in de stad. Nog steeds worden we op sleeptouw genomen door onze Russische vriendin. Bus in, bus uit, tram in, tram uit. Na een hoop gedoe dan toch aangekomen op het busstation, bleek de bus pas om 14.30 uur te vertrekken. Bij het loket kopen we voor 60 Roebel (€ 1,80) twee buskaartjes en maken ons op om nog 2 ½ uur te wachten. Al die tijd bleef onze nieuwe vriendin met ons wachten. Staand welteverstaan, want behalve op de grond was er geen plaats om ergens te zitten. En op de grond mag je niet gaan zitten, want daar krijg je blaasontsteking van. Althans, volgens onze tijdelijke metgezel.

Uiteindelijk vertrekken we dan toch. We hebben het grootste deel van de dag verspild met zinloos heen en weer rijden. Waarschijnlijk hadden we het zonder hulp een stuk sneller voor elkaar gekregen, maar dat was dan weer een minder mooi verhaal geweest en dan hadden we ook geen uren kunnen praten met een Russin. Na een rit van anderhalf uur in te volle en te warme bus, die om de haverklap afslaat en de heuvels amper aankan, rijden we Listvyanka aan het Baikalmeer binnen.

2.3. Rusland | De trein gaat verder naar Irkutsk

We stappen in de trein en worden dit keer begroet door een mannelijke Provodnitsa. Hij controleert onze kaartjes en reageert op onze Nederlandse paspoorten met: ‘Niederlande?! Ruud Guullet!’. Naast nederwiet is voetbal Nederlandse beste exportproduct. Dit keer moeten we een coupe delen met een Russisch echtpaar dat nogal aan de maat is. We hebben al snel onenigheid over frisse lucht in de coupe. Het raam kan niet open, dus zetten wij de deur op een kier. De deur wordt vervolgens door iemand anders weer dicht gedaan, waarschijnlijk vanwege het gesnurk van onze dikke medepassagier. Aangezien een slaaphouding met de handen over de oren weinig comfortabel is en een grote Rus wakker stompen misschien niet zo’n goed plan is, besluit Jeroen dan maar op te staan. Dan maar koffie en een sigaret in de restauratie met de Moldavische kok.

De trein rijdt tussen Novosibirsk en Irkutsk door een veel interessanter landschap. Langs het spoor staat het vol met wilde bloemen. Floor herkent salvia’s, gele lelies, roosjes, euphordia en een roze bloeier die lijkt op helleborus. Dat lijkt raar voor de tijd van het jaar, maar volgens de Lonely Planet is de grond hier tot juli bevroren. Het is hier al wel ontdooid en dat geeft vast de bloemenzee. Ook zien we honderden en nog eens honderden citroengele vlinders. Er is meer reliëf, de vegetatie is divers en er zijn meer dorpen in de taiga langs de spoorbaan. Niet die verzakte van eerder, maar met mooie, goed onderhouden houten huizen. Waar de bevolking van leeft is ons een raadsel, maar het zal voor een deel te maken hebben met de spoorlijn, maar ook met zelfvoorzienende landbouw. Je ziet mensen werken op het land, een oud omaatje met tassen lopen langs de weg, en langs watertjes veel spelende kinderen en relaxte gezinnetjes. Het is een bijzonder aangenaam tafereeltje, terwijl de trein maar verder gaat. Heuvel op, heuvel af. Bochtje in, bochtje uit. Het is werkelijk waanzinnig mooi om de ondergaande zon te zien weerkaatsen op de trein, terwijl deze door een bocht rijdt.

In de wagon hangen tabellen, waarvan je kunt aflezen waar de trein stopt en voor hoe lang. Elke paar uur stopt de trein langer dan twee minuten, waardoor je even de benen kan strekken op het perron en wat lekkers kan kopen. We passeren een aantal grote, smerige industriesteden met namen als Krasnojarsk en Tayshet. Elke vier minuten passeren we een lange goederentrein, gevuld met erts of olie. Grote rangeertreinen staan afgeladen met goederentreinen en met olie besmeurde wagons. Hier zien we hoe Poetin aan zijn roebels komt om zijn Rusland weer te laten bloeien.

In Krasnojarsk hebben de dikke Russen de trein verlaten. Hun plaats wordt ingenomen door een tweetal Chinezen. Begrijpen doen we elkaar niet, maar we hebben in elk geval veel lol met ons Chinese woordenboekje. Later komt er nog een Russische vrouw met kind bij, die net doet of wij niet bestaan. Om er in te slagen, vier anderen op drie vierkante meter volstrekt te negeren, moet je beschikken over bijzondere klasse. Doordat we met zoveel mensen in een kleine ruimte zitten, stijgt de temperatuur en daalt de hoeveelheid zuurstof. Voor een aangename reis is het dus prettiger om op de gang te genieten van de verkoelende bries die door de openstaande ramen waait. Nog maar een nacht te gaan en dan zijn we in Irkutsk.

2.2. Rusland | Novosibirsk en Akademgorodok

We hebben Novosibirsk uitgekozen voor een top, omdat we het ongeveer in het midden van de lijn Moskou – Irkutsk ligt en we wel eens willen meemaken hoe de mensen in het koude Siberië overleven. Het vinden van een betaalbaar hotel valt vies tegen. Ondanks dat we beschikken over een zakenvisum waarmee we in theorie geheel vrij zouden moeten kunnen reizen, worden we overal geweigerd, zodat we zijn aangewezen op het duurste hotel van de stad. Pas later komen we er achter dat dit komt omdat we hadden moeten reserveren. In het Sibir hotel maken we gebruik van de grote badkamer voor een grondige reiniging, zodat we fris en fruitig de stad kunnen verkennen.

De stad ademt een ontspannen sfeer. Brede straten omzoomd met populieren, veel terrassen en nog veel meer mensen die het er van nemen. De mooie meiden gaan gekleed in korte rokjes en strakke shirtjes, terwijl ze met hun hoge hakken langs komen tikken. De mannen zien er beduiden minder verzorgt uit en zijn meer geïnteresseerd in hun Baltica (pivo) of een pot snelschaken in het druk bezochte park. De kampioen is in staat een spel te winnen in minder dan 2 ½ minuut. Hij is dan ook een professionele schaker. Het is vandaag 30 graden waardoor we in elk geval het vooroordeel dat het hier altijd koud en ellendig is kunnen wegstrepen. Wel zijn de straten wit van de sneeuwt en is de lucht vol met witte vlokken. Dit wordt veroorzaakt door de zaden van de populieren die als een soort dons door de lucht zweven en een dunnen deken vormen op de grond. Dit fenomeen noemt men zomersneeuw.

Vanaf Novosibirsk gaan me met de minibus, eigenlijk een gedeelde taxi, naar Akademgorodok. Tot 15 jaar geleden was deze stad niet toegankelijk voor buitenstaanders en stond zelfs niet aangegeven op de kaart. Akademgorodok betekent letterlijk Academiestadje en is in de voormalige Sovjet-Unie de benaming voor wijken of stadsdelen waar een groot aantal wetenschappelijke instellingen geconcentreerd is. Nu vormt deze voormalige geheime enclave het centrum van de Russische ICT-ontwikkelingen. Vlak buiten Akademgorodok ligt de Ob Sea (Obskoe More). Een stuwmeer in de rivier de Ob. Het zou een heel mooi weer kunnen zijn, ware het niet dat het er een enorme bunzing bende is. Alles wat de mensen hier gebruiken, wordt achteloos achtergelaten en neergesmeten. Ook de mensen in de trein gooien hun afval uit het raam, met het excuus dat arme mensen de troep langs het spoor verzamelen. Ondanks de troep, waardoor we het gevoel hebben op een vuilnisbelt te zijn aangeland, maken we het er het beste van. Boven een kampvuur aan het water roosteren we worsten en later zetten we onze tent ergens beschut op. Heerlijk vrij en zonder zorgen.

‘s Ochtends blijken we bepaald niet de enige te zijn geweest die hier de nacht hebben doorgebracht. De vissers zijn gebleven en op het strand staan een aantal tenten. Na een rondje te hebben gezwommen gaan we weer terug naar Novosibirsk, want vandaag reizen we weer verder. Op het station van Novosibirsk willen we onze bagage in een kluis doen, maar niets is hier simpel. Op de kluizen staan tijden, maar wat dit betekend is ons niet duidelijk. Zijn ze dan open of juist dicht? Is het Moskou tijd of toch de lokale tijd? Niemand spreekt hier Engels en wij spreken nog geen Russisch. Het kost ons dus meer dan gemiddelde moeite om onze tassen in een Russische kluis te plaatsen. Nu maar hopen dat we nog terug krijgen.

We hebben onze handen vrij voor shashlik en een verdere verkenning van Novosibirsk. Met de metro reizen we af naar een recreatiegebied langs de rivier de Ob. Met drie mensen en nog veel meer biertenten moeten we concluderen dat het aan gezelligheid ontbreekt. Het is een veel beter plan om lekker te eten en boodschappen te doen voor de komende dagen in de trein. Wonder boven wonder krijgen we onze bagage zonder moeite terug. Meer moeite hebben we er mee om te achterhalen waar de trein straks vertrekt. Niemand begrijpt ons en wij begrijpen de Russen niet. We ontmoeten een Rus die met dezelfde trein meemoet. Hij neemt ons op sleeptouw. Trap op, trap af. Perron 2. Een omroepbericht. Trap op, traf af naar perron 1, waar onze trein komt binnenrijden.

2.1. Rusland | Kedeng kedeng naar Novisibirsk

Voor de komende dagen en nachten nestelen we ons in de tweepersoons coupe die ons in het tweedeklas rijtuig wordt toegewezen. Deze coupe is normaal gesproken de slaapplaats van de conductrice (Provodnitsa), maar nu dus even niet. Het zou ook leuk zijn geweest om de coupe te delen met Russen, maar we vinden de privacy nu wel even lekker. De Provodnitsa fluit haar fluitje, waarna de trein stipt om 0.35 uur het station verlaat. Kedeng, kedeng, kedeng… Door dit heerlijk ritmische geluid vallen we in een diepe slaap, waaruit we pas ver na Moskou weer ontwaken. Naast onze coupe staat de samovar van het rijtuig. Het is een kolengestookte boiler, die door de Provodnitsa op temperatuur wordt gehouden. Wie zien onze medepassagiers in badjassen en pyjama’s heen en weer lopen om bekertjes, kopjes en bakjes met heet water te vullen. Ook wij tappen het hete water voor de koffie en de thee.

Als je denkt in de trein tot rust te komen, dan heb je het mis. De coupe van een paar deuren verder wordt bevolkt door zes Russen uit Irkutsk. Ze werken bij de spoorwegen en maken wagons en locomotieven. Ze hebben een 12-daagse cursus gevolgd in Moskou en gaan nu weer naar huis. Blijkbaar is vijf dagen en vijf dagen terug voor een cursus hier volkomen normaal. De stemming zit er in elk geval goed in en wij moeten er deel van uitmaken. Jeroen wordt uitgedaagd voor een paar potten schaak. Op het spel staat de betaling van de drankrekening. De verwachte afgang blijft de eerste twee potten uit, waarna er op sportieve wijze met een gelijkspel wordt geëindigd . Daarmee heeft Jeroen vrienden voor het leven gemaakt en aangezien vrienden in Rusland nou eenmaal samen roken en drinken, wordt het zicht op het Russische landschap al snel op meerdere manieren vertroebeld. Opvallend is de wijze waarop de Russen aan roken. Alsof hun leven er van af hangt zuigen en trekken ze hun sigaretten krom en stoken ze de boel bijna inclusief het filter weg.

We rijden door een eindeloos en eigenlijk erg saai en eentonig landschap. Tot aan de Oeral verandert er aan het landschap niets: Natte dichte naaldbossen strekken zich in alle windrichtingen uit. Af en toe stoppen we op kleine stationnetjes in onaantrekkelijke dorpjes in het sompige land. Na het passeren van de Oeral bevinden we ons in Azië. Daar gaat het monotone landschap onverminderd verder. De vegetatie is niet veel anders dan in Nederland. Veel dennen, afgewisseld met berken. Verderop zijn het alleen nog maar berken. Van zichzelf is het landschap niet aantrekkelijk, maar de herhaling en de eindeloosheid maakt het bijzonder indrukwekkend. Het ritme van de trein gaat ook onverminderd door: kedeng, kedeng. Kedeng kedeng.

De trein ruikt naar een niet onaantrekkelijke mix van ijzer, olie en mensen. Het is een heel herkenbaar en nostalgisch luchtje. Op de een of andere manier wordt je ook vanzelf erg smerig. Douchen is er alleen niet bij, want voor water zijn we aangewezen op een pisstraaltje op een steeds goorder wordend toilet. Omdat we inmiddels vrienden zijn met de Provodnitsa ,mogen we af en toe van haar toilet gebruik maken. De Provodnitsa is verantwoordelijk voor onze tweedeklasse wagon. De wagon is uitgerust met vloerbedekking, is volledig gelambriseerd en bestaat uit negen afsluitbare coupes voor vier personen. De banken zijn tevens de bedden. Ook zorgt zij er voor dat de samovar op temperatuur blijft en dat iedereen na een stop weer is ingestapt. Om haar salaris aan te vullen houdt ze er een levendige handel in frisdranken, pivo en koekjes op na. Hierdoor komen wij en onze vrienden niets te kort.

De ‘bewoonde’ wereld wordt bepaald door ingestorte huizen, boerderijen en fabrieken . Af en toe passeren we een dorpje en om de paar uur stoppen we in een stad. We kunnen dan even de benen strekken en de koopwaar bekijken van de lokale ‘middenstand’ die voor hun inkomsten afhankelijk is van de trein en de passagiers die daarmee worden aangevoerd. Alles is te krijgen. Van knuffelberen, tot bosaardbeien, deken, potten en pannen, maar met name drank, sigaretten, gedroogde vissen en groenten van het land. De Provodnitsa vult haar ‘winkeltje’ aan, het water wordt ververst en de trein (de wielen) wordt gecheckt door er op te tikken met een ijzeren staaf (Russian engineering volgens onze buren).

Na een lange stop op het station van Jekatterinaburg, de stad waar de laatste tsaar en zijn familie zijn geëxecuteerd, rijden we via Omsk door naar het eindpunt van deze etappe: Novosibirsk. We hebben de afgelopen dagen erg veel gelachen en vooral met gebaren kunnen praten. We hebben elkaar volledig of totaal niet begrepen. Jeroen is inmiddels omgedoopt tot het meer Russische Jochem en Floor gaat vanaf heden door het leven als Flora. Met onze nieuwe identiteit stappen we in Novosibirsk uit de trein. We zijn 3.343 kilometer verwijderd van Moskou en nog veel verder van Nederland.

1.8. Rusland | Moskou

We blijken ons te hebben vergist in de datum van vertrek van onze trein. Op het treinkaartje staat 11 juni om 00.35 uur. Maar is dat dan de nacht van 10 op 11 juni, of die van 11 op 12 juni? Intourist brengt het tegenvallende bericht dat we maar één dag hebben om Moskou, met haar misschien wel 14 miljoen inwoners, te leren kennen. De Moskovieten verplaatsten zich met de metro, die niet alleen de mooiste van de hele wereld is, maar ook nog eens de drukste, met dagelijks 10 miljoen gebruikers. Daar passen wij ook nog wel bij. De stations zijn een bijzonder staaltje van ondergronds genieten, dat nogal afsteekt tegen de grauwe bovengrondse werkelijkheid. Stalin heeft persoonlijk de opdracht gegeven tot de constructie van de uit marmer, beelden en kroonluchters opgetrokken metrostations. Gelukkig heeft Floor het cyrillisch alfabet al behoorlijk scherp, zodat we snel aankomen op de plaats van bestemming. Boven de grond aangekomen valt ons de onoverzichtelijke chaos op. We bevinden ons op een plein waaraan drie grote treinstations grenzen. Daarboven prikken de Stalinistische wolkenkrabbers, suikertaarten genoemd, in de grauwe hemel boven Moskou.

We begeven ons naar de Rode Plein, waar ze bezig zijn met de opbouw van een groot podium voor de viering van Onafhankelijkheidsdag op 12 juni. Op het plein staan strepen die vast met (vroegere) parades te maken hebben. In werkelijkheid is het plein kleiner dan je zou denken en het is al helemaal niet rood. Het Kremlin zelf zien we alleen van de buitenkant. Ergens daar binnen is Poetin aan het werk of bezig met zijn work-out. Vroeger was het Kremlin het centrum voor de Russisch Orthodoxe kerk, nu het centrum van de macht in Rusland en tot 15 jaar geleden het centrum van de communistische wereld.

Lopend gaan we op weg naar de Novodevitsj begraafplaats. We komen langs de mooiste kerk die we ooit hebben gezien, de Khram Khrista Spasitelya (Cathedral of Christ the Saviour). Het is een tot in de nok versierde en beschilderde Orthodoxe kathedraal. Het origineel, toentertijd de grootste Orthodoxe kathedraal ter wereld, is in opdracht van Stalin in 1931, met behulp van dynamiet tot puin gereduceerd. In de jaren vijftig is op deze plek ’s werelds grootse zwembad gebouwd. Vanaf 1995 is men begonnen met de herbouw van de kathedraal, wat naar schatting 360 miljoen dollar heeft gekost. Het interieur is ontzagwekkend, vooral in combinatie met de eerbied van de bezoeker. Wil je daarvan genieten dan zul je eerst de in grote getale aanwezige militaire politie moeten trotseren. Onze rugtas wordt aan een kritisch onderzoek onderworpen. Novodevitsj begraafplaats is ook al zo’n staaltje Sovjet kunst, kitsch of narcisme? Enorme grafstenen, beelden van de overledene of combinaties daarvan. Aan de insignes en de sterren op de beelden te zien, is hier begraven voorbehouden geweest aan de belangrijke mensen uit de ‘gelijkwaardige’ sovjet samenleving.

De stad is zo groot, uitgestrekt en lelijk, dat we er van balen dat we niet meer tijd hebben. Onder een lunch van Russische zomersoep (koude soep, gemaakt van koolzuurhoudend water), concluderen we dat deze stad met geen mogelijkheid kan het concurreren met de romantische schoonheid van St. Petersburg. Moskou is gewoon Moskou. Het is een stad waar je geweest moet zijn om te ervaren dat de extreme mate van lelijkheid, direct de aantrekkingskracht is van deze stad.

1.7. Rusland | De lange rechte weg

Alle Russische wegen leiden naar Moskou, maar als we op hetzelfde bord zowel Helsinki als Moskou zien staan, moeten we concluderen dat er iets niet klopt. We keren en rijden voor de tweede keer dwars door de stad om de M10 te bereiken. Deze verbindt St. Petersburg met Moskou, een afstand van bijna 700 kilometer. Vlak buiten St. Peterburg worden we aangehouden door de GAI (de Russische verkeerspolitie). We hebben 25 kilometer te hard gereden door een dorp, waar maar 60 kilometer per uur gereden mag worden. Het dorp is ons in het geheel niet opgevallen, maar het zou kunnen zijn dat ze er die vervallen schuur mee bedoelen die we zijn gepasseerd. Omdat Jeroen rijdt moet hij meekomen. Bij de achterblijvers passeren ondertussen een aantal doemscenario’s de revue, waaronder die van arrestatie en deportatie. In plaats dat Jeroen wordt afgevoerd, komt hij terug naar de auto om de 100 roebel (3 euro) te halen die moet worden betaald. Als we na de betaling weer verder mogen rijden, zien we de agent de bon verscheuren en de snippers uit zijn raam gooien.

De weg is erg saai en voert ons door een uitgestrekt moerasgebied waar de weg tientallen kilometers kaarsrecht doorheen loopt. Langs de weg wordt de monotonie van de berken en dennen af en toe doorbroken door een armoedig lintdorp met een tiental verzakte houten constructies. We willen de nacht doorbrengen in Veliky Novgorod, de oudste stad van Rusland. Het oude centrum van de stad bestaat uit een volledig ommuurde vesting met oude huizen, kerken moet koepels en een klooster voor nonnen. Op het grote plein staat een vier meter hoge Lenin nog fier overeind. Het zou een prima plek zijn om te overnachten, maar omdat er van de camping niets meer over is en het enige hotel van de stad buiten ons budget valt, besluiten we door te rijden.

We zijn op zoek naar een plek om onze tent op te zetten, maar in dit uitgestrekte moeras is dat niet mogelijk. Elke zijweg die we inrijden loopt na een paar honderd meter dood in het moeras en elke modderig dorp wordt bewoond door dronkaards in militaire uniformen. Het is al geheel donker als we aankomen bij een truckstop. Daar worden we hartelijk uitgelachen, als we duidelijk maken onze tenten te willen opzetten op het kleine stukje gras tussen de grote vrachtwagens. Het is misschien niet de beste camping, maar ondanks de dieseldampen, de vele muggen en de regen, staan we hier best goed en gezellig.

De weg naar Moskou is meer van hetzelfde: een lange rechte weg door het moeras. Langzaam maakt dit moeras plaats voor een gecultiveerd glooiend landschap. Door de toename van het verkeer en de onvermijdelijke politieposten langs de weg wordt duidelijk dat we een grote stad naderen. Het is heerlijk om onderdeel uit te maken van de verkeerschaos en te genieten van het uitzicht van flatwijken en dampende schoorstenen. De stad Moskou wordt ontsloten door een viertal ringwegen, waarvan wij de derde pakken om het oostelijke district Izmaylovo te bereiken. Daar komen we terecht bij het Izmaylovo hotel, dat voor de Olympische Spelen van 1980 is aangelegd. Het complex bestaat uit vier identieke torens met in totaal 7.500 kamers. Meer Sovjet dan dit is bijna niet te krijgen. Het comfort is dan wel van het type vergane glorie, na al die regen en muggen van de afgelopen weken hoor je ons niet klagen. We hebben het namelijk gehaald: we zijn in Moskou!

1.6. Rusland | St. Petersburg

Over een weg vol gaten en stinkende vrachtwagens gaan we op weg naar St. Petersburg. Langs de weg liggen versleten dorpen met deels ingezakte houten huizen in het uitgestrekte moeras. Het begin van de stad wordt gemarkeerd door een woud van reclameborden. Reclame die kleur geeft aan de uitgestrekte wijken vol met grauwe sovjetflats dat ons uitzicht 56 kilometer lang bepaald. Dat is de afstand die we moeten afleggen om het hotel te bereiken, waarvan ons is verteld dat we er ook zouden kunnen kamperen. Zelfs met vier Russische woordenboeken kost het ons veel moeite om duidelijk te maken wat we willen. Als we dan eindelijk de ‘camping’ kunnen betreden, blijkt dat er geen sprake is geweest van onbegrip, maar een vriendelijke waarschuwing om vooral niet te gaan kamperen. De camping is namelijk vervallen tot een moeras met ingestorte gebouwen, waar de muggen direct een aanval inzetten op de nieuw gearriveerde gasten. De stromende regen vergroot het kampeergenot. Maar we laten ons niet kennen! We zetten onze tenten op, waarna we in de bar van het hotel genieten van een welverdiende pivo.

Het centrum van de stad is het best te bereiken met het openbaar vervoer. Voor het hotel stappen we op de bus. We zien dat de andere passagiers 10 Roebel (30 cent) betalen, dus volgen we dat voorbeeld. Door uit te stappen met de massa en deze te volgen, bereiken we de ingang van de metro. Voor 10 Roebel kopen we een token die geldig is voor een enkele reis. Een foto van de metrokaart moet er voor zorgen dat we station straks weer kunnen terugvinden, want het cyrillische schrift is voor ons nog volkomen onbegrijpelijk. Ondergronds is het station van een weldadige schoonheid, die scherp afsteekt tegen de depressiviteit van de omgeving. De metro is een andere wereld, die wordt voortgezet als we in het centrum van de stad weer boven de grond komen. We bevinden ons midden tussen de gebouwen, die kunnen wedijveren met die van Parijs of Londen. De stad is niet voor niets aangelegd door Peter de Grote om St. Petersburg te presenteren als de nieuwe Russische wereld, gericht op Europa en de toekomst.

Omdat de Russen op elke vraag om aanwijzingen ‘da’ (ja) antwoorden, is dwalen de beste techniek om de stad te leren kennen. De gebouwen langs de hoofdstraten en de grachten zijn prachtig mooi gerenoveerd. Zomaar een willekeurige zijstraat levert echter het beeld op van vergane glorie of erger. Het is een stad die doet denken aan Amsterdam, maar dan met gebouwen van een reusachtig formaat. De pleinen zijn zo groot dat het gevoel voor schaal volledig verloren gaat en voor een wandeling om de Hermitage heb je al snel een uur nodig. Spannend is de stad wanneer een colonne dure auto’s met piepende remmen stopt, er grote mannen in donkere pakken en kale koppen uitstappen, om een onzichtbaar persoon ergens naar binnen te dirigeren.

Gelegen aan de Neva en de Finse Golf, met alle kanalen en de mooie gebouwen, behoort de stad tot de mooiste van Europa. Veel mooie en jonge mensen bevolken de straten, de pleinen en de parken, waar ze deze junimaand genieten van de lange dagen die niet worden verdrongen door een donkere nacht. Het is de periode van de ‘white nights’ (witte nachten), waarin er veel festiviteiten plaatsvinden. Het is de meest populaire tijd om de trouwen. Je struikelt er over de bruidsparen, die zich in de mooiste jurken en pakken laten fotograferen langs de Neva. De rozeblauwe hemel boven deze bijzonder mooie stad maken het plaatje compleet.