Tsjechië

Tsjechië staat vooral bekend om zijn hoofdstad Praag . Deze stad ligt aan de rivier de Moldau en wordt beschouwd als een van de mooiste steden van Europa. Het historische centrum staat zelfs op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Vliegtickets zijn erg goedkoop en ook de stad zelf is helemaal niet duur.

De prachtige architectuur en de mix van verschillende culturen trekken veel toeristen. De stad heeft meerdere bijnamen zoals Gouden stad en Parel aan de Moldau. Verder is de stad geschikt om als voetganger te ontdekken vanwege de vrij korte afstanden tussen de bezienswaardigheden. Toch is het zonde dat veel mensen alleen aan Praag denken want Tsjechië heeft veel meer te bieden. Zo heeft het land ook prachtige natuurgebieden waar je mooie wandel- en fietstochten kan maken.

Het land bestaat uit twee belangrijke gebieden: de Bohemen in het westen en Moravië in het oosten. Als je een natuurliefhebber bent dan moet je vooral in Zuid-Bohemen zijn waar het nationale park Sumava ligt. Hier vind je een ruig landschap met bossen, rivieren, bergen en valleien. Ook ligt hier het Lipnomeer , wat de ideale bestemming voor vis- en watersportliefhebbers is. Hier kan je lekker zonnen op een zandstrandje, of vissen naar snoeken, baarzen, forellen, voorns en brasems. Sumava maakt deel uit van het grootste boscomplex van Centraal-Europa.

Tsjechië | Van Praag naar Slowakije

Vanaf ons luxe appartement in het toeristische centrum van Praag, stappen we op onze fietsen voor de eerste kilometers van wat er enkele duizenden moeten worden. Door de winkeliers in de Joodse wijk worden we voorzichtig uitgezwaaid, omdat ze het niet echt normaal vinden dat we op de fiets naar Syrië op weg zijn. In Praag starten we op fietsroute 1 naar Brno, een route die door een steeds groener wordend Tsjechië voert. De heuvels worden langzaam hoger. Velden vol met koolzaad worden afgewisseld met stukken bos van het type den. De wegen voeren door kleine dorpen en af een toe een stad als het historische Kutna Hora. Langs de rustige wegen staan de kersen-, appel- en perenbomen vol in de bloesem. De lucht is dik van de geuren: bloesem vermengd met koolzaad en dan weer een vleugje bruinkool: heerlijk, we zijn in Tsjechië.

Read More

Tsjechië | Pod Žitkovským vrchem

Floor heeft vandaag een rustdag op de camping om een boek te lezen. Omdat het daarnaast ook nog eens een mooie dag lijkt te gaan worden ga ik alleen op stap. Door de velden loop allereerst naar Krhov. Omdat ik tegen de wind in loop kan ik de reeën in het veld dicht naderen. Ik kom een paar Tsjechen tegen die mij ongevraagd de we wijzen, maar vervolgens moeten concluderen dat ik sowieso de goede kant op loop. Als je zo maar aan het dwalen bent is de goede kant natuurlijk ook niet zo makkelijk te missen. Het is een steile klim door een donker dennen- en beukenbos naar Pod Žitkovským vrchem. Dit is een kom tussen de groene heuvels van de Witte Karpaten. Meerdere watervallen komen aan de rand van het bos en de weide naar beneden. De koeien grazen hier tegen de groene steile hellingen. Er is gelukkig een hotel waar ik voor 112 Kronen (€ 4,30) een Kofola (Tsjechische cola met een lichte karamelsmaak) en Bryndzove halusky (brokjes aardappeldeeg met schapenkaas) bestel. Ik ben de enige gast op het terras. Zoals gewoonlijk ben ik eerst een ongewenste gast, maar nadat ik de bestelling geheel in het Tsjechisch heb gedaan, is het ijs gebroken.

Het weidegebied van Pod Žitkovským vrchem, met uitzicht op de Slowaakse bergen is erg aantrekkelijk. Op mijn terugweg door het bos wordt het erg donker. Pas wanneer ik aan de rand van het donkere beukenbos sta, met uitzicht op het diep in het dal gelegen Bojkovice, zie ik waarom. Een inktzwarte wolk, met rode vlekken komt op mij af. Onder de dreigende wolk hangen slurven, alsof er elk moment een tornado uit tevoorschijn kan komen. Beneden in het dal zie ik de striemende regen neerkomen. Het noodweer komt mijn kant op. Er is geen ontkomen aan. Ik ben te druk om foto’s te maken om tijdig een droge schuilplaats te zoeken. Aan de rand van het bos ziek ik dekking achter de stam van een dikke dennenboom. Dan komt de eerste windvlaag. Whammm! De regen komt horizontaal naar beneden. De wind beukt tegen de bomen, die diep het bos in worden gebogen. Ik ben bang dat ze als luciferhoutjes zullen knappen en maak met zo laag mogelijk tegen de boom zo klein mogelijk. De donder klapt en kraakt en het begint nog harder te regenen. De ene windstoot na de andere geeft de bomen er van langs. Mijn regenjas blijkt onder al dit geweld weinig regen te kunnen tegenhouden en ook mijn boom biedt weinig tot geen beschutting. Ik ben doorweekt.

Het noodweer duurt nog geen tien minuten maar de lucht blijft instabiel. Aan de andere kant van het dal zie ik de felle flitsen en hoor ik de donder aan komen rollen. Een tweede onweersstorm is al weer in aantocht. Het pad naar beneden is een is een modderige rivier geworden. Het grote voordeel van de regen blijkt te zijn dat de dieren mij niet meer ruiken en horen. De reeën in het veld laten zich tot 200 meter naderen. Vlak voor mij op het pad lopen reeën die niet doorhebben dat er een wandelaar in aantocht is. Pas op het allerlaatste moment schieten ze verschrikt weg. Een marter of hermelijn steekt vlak voor me het pad over. Het is een ware beestenboel, waardoor ik al snel vergeet dat ik geheel doorweekt ben. De loodgrijze lucht vormt een geweldige achtergrond voor de foto’s in dit landschap. De bomen en de bloemen daardoor veel beter tot hun recht. Na 8 ½ uur en misschien wel 25-30 kilometer te hebben gewandeld, kom ik drijfnat aan op de camping. Onze tent heeft het noodweer overleefd. Ook Floor heeft het natuurgeweld meegemaakt.: ze heeft moeten schuilen onder een brug, terwijl er een complete rivier onderdoor kwam.

’s Avonds nemen we Wilko en Marjan mee naar het restaurant in Bojkovice. Het gezellig en prettig om met gelijkgestemden de avond door te brengen. Wilko heeft veel van de wereld gezien. Hij is technicus voor theatergezelschappen. Marjan begeleidt jongeren met een Wajong uitkering . Ze zijn 10 jaar ouder dan wij, maar net zo goed op zoek naar meer zinvol bestaan zonder al te veel molenstenen en gedoe met een baas. Daarom willen zij een camping beginnen op de grond van het huis dat ze willen kopen. Er is alleen wel een probleem en dat is dat zij hun oude huis niet verkocht krijgen.

Tsjechië | Brumov-Bylnice

Het beloofd een droge dag te worden en daarom wachten we niet lang voor we starten met een wandeling door de Witte Karpaten. We rijden naar Brumov-Bylnica, waar we de auto parkeren naast de potraviny. We hebben vier liter water mee, meerdere chocoladerepen en ieder drie belegde broodjes. Daar kunnen we het wel even mee redden. De Witte Karpaten is de meest westelijke bergrug van de Karpaten. Het gebergte is in 1996 uitgeroepen tot UNESCO Biosfeerreservaat, vanwege de grote natuurlijke rijkdom. Het staat bekend om z’n orchideeënweiden, beukenbossen, beekjes en bronnetjes, boomgaarden en onkruidrijke akkers. We wandelen dan ook door velden vol met wilde bloemen tegen de heuvel op. De velden gaan over in een dicht gemengd bos, waarna we over de toppen van de bergrug, die niet hoger zijn dan 800 meter, weer door de bloemrijke weiden lopen. We volgen de Tsjechisch-Slowaakse grens en blijken ook de enigen te zijn die dat doen. Het is hier dan ook erg mooi en rustig. Net als overal in deze landen staan de bosranden vol met jachthutten en uitkijktorens. In het jachtseizoen zullen de jagers uit de omgeving hier een beste tijd hebben.

Door de heerlijk geurende en vol kleur staande velden lopen we langzaam maar zeker weer naar beneden. We komen terecht in Nedasova Lhota, waar we twee jaar geleden nog op fietst doorheen zijn gekomen op weg naar Slowakije. We hoeven er maar vijf minuten te wachten op de bus, die ons voor 16 Kronen per persoon (€ 0,65) meeneemt naar Brumov-Bylnice. Eten doen we die avond weer in het restaurant van Bojkovice. Op de camping borrelen we tot laat met onze nieuwe vrienden Wilko en Marjan. Het zijn ‘ons soort mensen’. Ze hebben geen kinderen en ze zijn van plan om een camping te beginnen bij hun nieuwe huis op de grens tussen Groningen en Drenthe.

Tsjechië | Bojkovice

Het moment dat we uit de tent stappen begint het te regenen. De lucht beloofd niet veel goeds. Het plan om vandaag te gaan fietsen laten we voor wat het is. In plaats daarvan stappen we in de auto en rijden naar Uherský Brod. Daar parkeren we de auto buiten het centrum (gratis). Het grote verschil tussen Tsjechië en Slowakije, is dat de dorpen en stadjes in Tsjechië er allemaal een stuk beter netter en beter onderhouden uit zien. We wegen zijn van goede kwaliteit en de plantsoenen netjes onderhouden. Overduidelijk heeft Tsjechië een steeds grotere (economische) voorsprong op Slowakije. Uherský Brod is een typisch Tsjechisch stadje: klein, aantrekkelijk en met een mooie kerk in het centrum.

Met veel interesse bekijken we de aanbiedingen in de etalage van een makelaarskantoor. Wat betaal je hier voor een stuk bouwgrond? Met Rasti heb ik een stuk grond van 12 hectare gevonden voor € 20.000,- in het zuiden van Slowakije, met daarop twee huizen. Het ene huis was gebouwd in 1996 en het andere huis was al 90 jaar niet meer bewoond. Het terrein is verwaarloosd. Maar het beukenbos op het perceel heeft een kapvergunning. Een ideale kans om iets in Slowakije te beginnen. De grote vraag is natuurlijk of dat wel willen. Is Slowakije wel het land waar we willen en kunnen wonen? In Tsjechië lijkt het allemaal wel wat duurder te zijn. In deze streek kun je percelen van 3 hectare kopen voor minimaal € 10.000,- Wat duidelijk wordt is dat het zowel in Tsjechië als in Slowakije aanmerkelijk goedkoper is dan in Nederland. In deze landen kun je wat starten met je eigen spaargeld, waardoor de risico’s klein blijven. Het ergst wat er dan gebeuren is dat je al je spaargeld kwijt bent. Maar dan beleef je wel weer een mooi avontuur.

We rijden door naar het wat grotere Uherské Hradiště. Maar verrek, hier zijn we ook al eerder geweest. Twee jaar geleden, tijdens onze fietstocht naar Odessa, hebben we hier al eens op de camping gestaan en de stad verkent. Het is wel geinig om er weer doorheen te lopen. Er worden wegwerkzaamheden uitgevoerd, waarbij 20 werkers worden ingezet om een klein kruispunt te upgraden. Acht mannen graven een gat. Beter gezegd: 1 hanteert de pikhouweel, de ander de schop. De overige 6 mannen kijken toe hoe de anderen het rustig aan doen. De Nederlandse efficiency is erg ver weg.

Omdat het nog steeds droog is, rijden we terug naar de camping om nog wat te kunnen fietsen. Het zijn nou niet bepaald de beste fietsen ter wereld en de berg op is echt vreselijk vermoeiend. Thuis hebben we zulke mooie en goede fietsen staan, waarom hebben we die nou niet meegenomen? Echt blij worden we dus niet van deze poging tot een fietstocht en we houden het dan ook snel voor gezien. Nog een biertje en een zak chips op een terras voor een café in Pitin en dan terug naar de camping. Daar staat kip op het menu. Inclusief pivo bedraagt de rekening 536 Kronen (€ 21). Echt lekker is het niet, maar wel gezellig.

1.13 – Tsjechië | Etappe 10: Bojkovice – Trencin (75 km)

We hebben er goed aan gedaan een chalet te huren. Het heeft de hele nacht doorgeregend, maar inmiddels is het droog. Het beloofd zelfs een mooie fietsdag te gaan worden. We rijden ruim dertig kilometer door het geweldig mooi landschap van de Witte Karpaten. De heuvels worden hoger. De weiden tegen de hellingen en in de dalen groener, de bossen donkerder en de dorpen landelijker. Vanaf een heuveltop hebben we een spectaculair uitzicht over de groene weiden, waar tientallen reeën ons in de gaten aan het houden zijn. Van auto’s schrikken ze niet op, maar ze weten niet zo goed wat ze met een fietser aanmoeten. Helaas kiezen ze er om verder het veld in te springen. Hoe dichter we bij de grens komen, hoe stugger de mensen. Ze kijken verschrikt en verbaasd op van hun werkzaamheden of overpeinzingen, om die twee fietsers met al die rode tassen voorbij te zien glijden. We komen steeds hoger. De klimmetjes worden langer en zwaarder. Floor vindt het maar een vervelende eigenschap van grenzen dat ze vaak op hoge plaatsten liggen. Zo ook hier. De laatste paar kilometer moeten we klimmen met uitschieters van 15 procent. We halen het zonder af te stappen, dat dan weer wel.

De grensovergang tussen Tsjechië en Slowakije is verlaten. Op deze stille weg is geen ander verkeer. Deze grens heeft maar erg kort bestaan en sinds de aansluiting van beide landen bij de Europese Unie, zijn er geen formaliteiten meer nodig. We passeren een belangrijke waterscheiding. Al het water dat aan de Slowaakse zijde valt, zal via de Donau haar weg vinden naar de Zwarte Zee. We verlaten het fijne Tsjechië en dalen af door een bosrijk en steeds breder wordend dal. De bergen zijn hier ruwer en we passeren kale rotswanden. Het naaldbos is in het begin donker en dicht. Het eerste dorp kansloos en verlept. Verderop zijn de huizen mooier en worden ze onderhouden. Veel huizen zijn van hout. De mensen en de dorpen zien er minder welvarend uit dan in Tsjechië. Zou er zo’n groot verschil bestaan tussen deze twee buurlanden? We zullen het de komende weken wel ontdekken. De Tsjechische dorpjes en de mensen beginnen er al aardig westers uit te zien. Er rijden dan nog wel skoda’s rond, het worden er rap minder.

Na 13 kilometer te hebben gedaald, komen we in het dal van de Vah Rivier. Het is nog 23 kilometer naar Trencin. Het is verder dan we hadden gedacht en het is ook nog eens in de verkeerde richting. Maar, A. we gaan morgen met de trein naar Bratislava, en B. in de wijde omgeving is er geen andere camping. Over een grote weg rijden we in zuidwestelijke richting. Het dal is geheel vlak en we hebben de wind in de rug. Met een bijna constante snelheid van 27 km/u rijden we naar Trencin. Na alle bergen is het wel eens lekker om met deze snelheid over het asfalt te suizen. We passeren best een hoop andere fietsers. Fietsen doen de Slowaken dus ook. Het andere verkeer is gewend aan fietsers en houdt genoeg afstand. Trencin lijkt op het eerste gezicht een standaard stad met grauwe flats en stinkende fabrieken. In deze ruwe steen schuilt echter een erg mooi hart. De burcht kijkt vanaf een klif uit over de oude stad. We komen op een camping dat op een eiland in de Vah ligt. Daar moeten we weer in euro?s betalen, want in tegenstelling tot Tsjechië is Slowakije onderdeel van de eurozone. Voor een nacht betalen we € 5,50 wat dus niet afwijkt van de prijs in Tsjechië. We mogen maar een nacht blijven, want morgen vindt er een besloten feest plaats. We komen er al snel achter wat voor een feest, want de zwartgeklede motorrijders druppelen met steeds grotere snelheid binnen. Het zijn grote mannen met evenzo grote baarden en een voorliefde voor jaren zestig platen. Uit een autoradio klinkt dan ook een weergave van wat de Top2000 had kunnen zijn.

Nadat we hebben gedoucht en onze nog natte kleding hebben uitgehangen in het zonnetje, voor € 1,30 een Pivo te hebben gedronken, gaan we op de fiets naar het station. We willen weten hoe we in Bratislava komen. Er blijken diverse treinen te gaan en voor € 14,50 scoort Floor de kaartjes om niet alleen ons zelf, maar ook onze fietsen naar Bratislava te transporteren. Rond het station ziet alles er aardig verlept uit. Matig tot zeer gare mensen, gare bussen, gaar asfalt en gare kiosken. Het is alsof we ons diep in Rusland bevinden. We komen terecht in het verrassend mooie historische centrum van Trencin. Veel terrassen en flanerende mensen. Zo van, jouw heb ik al minimaal vier keer voorbij zien lopen. Trencin is kortom een prima stad voor een van onze favoriete tijdverdrijven: het terras. De koffie is dan wel duurder dan een Pivo, de koffie smaakt er niet minder om. Als de maag begint te rommelen, bestellen we voor ? 5,- een specialiteit van de kaart. In plaats van een overheerlijke pasta, blijkt de ‘slovenska’ een bijzonder lekkere knoflookpizza te zijn. We eten onverwacht veel pizza’s. Gedurende het eten van de pizza wordt de lucht weer eens loodgrijs. Zo loodgrijs, dat we door het personeel worden verzocht binnen te komen zitten. In hoog tempo wordt het terras afgebroken en naar binnen gehaald. Dan barst het noodweer los. Het begint te onweren en ondertussen komt de regen met bakken naar beneden. Het drogen van de was is bij deze mislukt. Nadat we aantal uren tevergeefs hebben gewacht op enige vermindering van de watersnood, besluiten we om ons maar nat te laten regenen. Terug naar de camping, waar de tent het gelukkig goed heeft gehouden en we niet per ongeluk in een kuil staan.

Je weet dat je in Tsjechië bent wanneer:

  • De Pivo goed smaakt
  • bij het binnenrijden van de dorpen de muziek uit de luidsprekers schalt;
  • er fik mag worden gestookt op de camping;
  • de muzikale begeleiding in het restaurant bestaat uit metal muziek;
  • door de straten skoda?s rijden;
  • er met een Tsjech een gesprek kan worden gevoerd zonder dat je de taal spreekt;
  • de deuren van het toilet geen sloten meer hebben;
  • de helft van het menu niet te verkrijgen is.

1.12 – Tsjechië | Etappe 9: Uhersky Hradiste – Bojkovice (45 km)

We worden vroeg wakker gemaakt door de koekoek die maar door blijft koekoeken in de boom die naast onze tent staat. Goedemorgen alle afwezige kampeerders. Tot onze verbazing is de lucht geheel grijs. Wel fijn dat er geen regen naar beneden komt. We stappen op onze stalen tweewielers om via een onverharde weg de 336 meter hoge heuvel Rovning te bedwingen. De onverharde weg voert ons verder langs akkers vol met koolzaad en opkomend graan. Als we de elektriciteitskabels wegdenken hadden we net zo goed in Mongolië kunnen fietsen. Het landschap is kaal en leeg en al snel rijden we verkeerd. Het pad loopt dood in het koolzaadveld. Niet zo leuk als je net van een steile afdaling hebt genoten en je dus weer omhoog moet. Als we een laatste afdaling van 15 procent over een gravelweg zonder valpartij proberen te bedwingen, springt er vlak voor mijn neus, een ree met een sierlijke sprong over de weg. Zo van dichtbij blijk een ree toch best een groot dier te zijn.

Hoe dichter we bij de Slowaakse grens komen, hoe hoger de bergen en dichter de bossen worden. Het is helaas weer gaan regenen, wat in dit enorm groene gebied ook wel is te verwachten. We zijn aangekomen in de Bile Karpaty, oftewel de Witte Karpaten. Dit eerste deel van de Karpaten vormt de grens tussen Tsjechië en Slowakije. In het dorpje Zahorovice schuilen we tegen de regen in een ‘hostinec’. Daar betalen we het minimale bedrag van 30 KC (€ 1,20) voor een kopje koffie en thee. De eigenaar komt speciaal naar buiten gelopen om te zien of we inderdaad zo gek zijn om met al onze spullen naar de Oekraïne te fietsen. We weten toch wel dat Slowakije een bergachtig land is?

Omdat de lucht van het type regenachtig grijs is, het daarom ook serieus regent en het er ook niet naar uitziet dat het vandaag beter gaat beter, huren we op de camping in Bojkovice een chalet voor 500 KC (€ 19,80). Het chalet ruikt als de bungalow die we hadden op Borneo. Het is hier buiten net zo groen en vochtig. We zitten op de veranda en wanen ons weer in de tropische jungle van Maleisië of Thailand. Het enige dat ontbreekt is het geschreeuw van de apen. Het gebied waar we nu zijn aangekomen, is een stuk meer toeristisch dan de eerste paar honderd kilometer na Brno. We kunnen weer een beetje met Engels uit de voeten en in de restaurants is het menu ook in een andere taal dan het Tsjechisch beschikbaar. Soms is het wel zo prettig om te weten wat je besteld, vooral als je een stevige trek hebt. Een ander punt om te vermelden is dat we merkbaar in oostelijke richting aan het reizen zijn. Het is ‘s avonds rond 21.00 uur al weer donker, waardoor het om 5.30 uur al weer volkomen licht is. Pas in de Oekraïne kan de klok een uur vooruit.

Morgen fietsen we door naar het in Slowakije gelegen Trencin. Omdat dit niet ver is van Bratislava, waar Rasti en Ivana wonen, sturen we onze Slowaakse vrienden een SMS met het bericht dat we naar Trenzin komen en of ze zin hebben in een Pivo. Direct ontvangen we een enthousiaste SMS terug, maar dat naar Trencin komen wat lastig is. We worden gebeld door Rasti en spreken af dat we vrijdag naar Bratislava komen. We hebben daar wel zin in. Het is erg fijn dat dit soort contacten standhouden.

We zijn het er over eens dat Tsjechië een nog veel fijner land is dan dat we al vonden. Als fietsland is het waarschijnlijk niet te overtreffen. We hebben veel vrijgelegen fietspaden of speciale fietsroutes door de mooiste gebieden kunnen volgen. De Tsjechen zijn zelf ook enthousiast fietsers. In sommige steden lijk je eerder naar een Nederlands straatbeeld te kijken, zoveel fietsers en fietsenrekken op straat. In de plaats van de in Nederland gebruikelijk twee of zelfs drie sloten, staan de meeste fietsen op slot met slecht een dun cijferslot, of zelfs helemaal geen slot. Dat is misschien nog wel het fijnste aan Tsjechië: de mensen zijn er relaxed en vriendelijk en in het geheel niet asociaal. We voelen ons altijd veilig en je kunt er vanuit gaan dat de mensen van je spullen afblijven.

1.11 – Tsjechië | Etappe 8: Jesov – Uhersky Hradiste (38 km)

We worden wakker gemaakt door een fazant die het fijn vindt om vlak naast de tent te schreeuwen. De zwaluwen tjilpen en kraken alsof er een radioactieve wolk is vrijgekomen. In Jesov kraait een haan om te meden dat er een nieuwe dag is aangebroken. Alsof niemand dat nog doorhad. De lucht is blauw en het zonnetje staat vrolijk te schijnen. Daar worden wij ook wel vrolijk van. We pakken onze spullen weer bij elkaar en stappen op de fiets voor de volgende etappe. We hebben een flinke klim door het beukenbos van Nationaal Park Chirby. Dit stuk heb ik gisteren ook al gefietst, maar ik vind te mooi om het Floor niet te laten zien. In het bos horen we alleen de vogels en het suizen van onze banden over het asfalt. ‘What goes up, must go down’, dus als we boven zijn aangekomen, volgt een lange afdaling door een dicht bebost dal, waar het heerlijk geurt. Buiten het bos is het iedere keer weer een verrassing wast we tegenkomen. Rond sommige dorpen zien we de mensen het land met de hand bewerken, omdat zware machines waarschijnlijk toch niets uithalen op de steile hellingen. Dan komen we weer door een kleine stad met een grote kerk en een kloostercomplex. Over een vrijgelegen fietspad rijden we naar Stare Mesto en het aan de overkant van de rivier gelegen Uherske Hradiste. Daar valt het Floor op dat het onder deze stralend blauwe hemel wel erg goed toeven is op het terras. Ik wil liever doorfietsen, want ik vind het lekker om onderweg te zijn. Floor vindt het leuker om op een bestemming te zijn aangekomen.

We fietsen naar een camping dicht bij de stad. Ze zijn nog druk bezig met de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen. Het gras moet nog worden gemaaid en de douches zijn nog in gebruik als opslagplaats. We mogen van de eigenaar kosteloos onze tent opzetten. Erg fijn, want hij had ons net zo goed kunnen wegsturen. Als de tent staat en de tien rode tassen een onderkomen hebben gevonden in de voortent, fietsen we door de velden terug naar Uhersky Hradiste. Daar lopen we een paar rondjes door het oude centrum, waardoor we er achter komen dat de stad veel kleiner is dan dat we in eerste instantie hadden gedacht. De Vietnamezen hebben de kledingmarkt in handen en bieden overal dezelfde vormloze en fantasieloze textiel rommel aan. Als we dat hebben ontdekt drinken we een Pivo hier en dan weer daar. Wat later gaan we over op het vullen van onze maag. Het is niet altijd aan te bevelen om van de kaart te kiezen wat je niet kunt lezen, want een bord met 20 kippenvleugels is een grote tegenvaller als dat de specialiteit van het huis blijkt te zijn. Voor het ontbijt van morgenochtend fietsen we langs de 24 uur per dag geopende TESCO. Als Nederland een 24-uurs economie heeft, dan spreken ze Vlaams in Tsjechië.

1.10 – Tsjechie | Rustdag: Jesov

Midden in de nacht schrikken we wakker van een tot op heden nog onbekend geluid. Wat voor een prehistorisch dier maakt er een geluid als een jankende kettingzaag op lage toeren? Bij mijn middernachtelijke plasactie schijn ik met mijn zaklamp in een paar koplampen, waarvan de eigenaar zich niet voorstelt, maar wegglipt in de nacht. Het was kortom een rustige, maar wel een spannende nacht. Om 7.15 uur worden we de tent uitgebrand. Het zonnetje staat lekker te schijnen aan de blauwe hemel. We staan hier op een fijne plek te kamperen en we zijn wel toe aan een rustdag. In het zonnetje proberen we te genieten van een ontbijt van waterige havermout. Niet te eten, dus snel op de fiets naar de lokale supermarkt voor een uitgebreid ontbijt van sinaasappel, yoghurt, brood met salami, kaas en tomaat. Dat vult een stuk beter.

Floor heeft zin om lekker in de zon te chillen en te lezen. Ik ga de omgeving verkennen. Zonder bagage vormen de hellingen en de onverharde bospaden geen enkel probleem. Ik volg een verharde weg in noordelijke richting door de beboste hellingen van Nationaal Park Chriby. De route door het beukenbos is erg mooi en sereen. Er is niemand anders dan ik. Ik passeer tientallen beekjes die van de hellingen naar benende klateren. Richting Stupava volgt een zwaar deel, waarbij flink moet worden geklommen over onverharde paden. Ik kom terecht in een hooggelegen weidegebied tussen de loofbossen. Het groen is hier aanwezig in een grote variëteit aan verschijningsvormen. De lente is een prachtig seizoen, want ook de weidebloemen staan vol bloei. Ik passeer kleine boerendorpen en rij over wegen die worden omzoomd door kastanjes in volle bloesem. Over een onverhard en door de modder glad pad, vervolg ik mijn weg in zuidelijke richting. Dit stuk is zwaar met hellingen tot 15 procent. De moeite wordt beloond, want niet alleen is de omgeving erg mooi, ook steken er twee ree‰n, in alle rust, vlak voor me over. Even later volgt er een vos die het wat sneller doet. Vanaf Vresovice rij ik weer tussen de gele velden. In de dorpen hebben de huizen in de heuvels gemetselde opslagplaatsen. Deze zijn afgesloten met zware houten deuren. In de boom achter ons koekoekt een koekoek. Het mysterie van het nachtelijke prehistorische geluid is opgelost. We kamperen in de buurt van een kinderboerderij, waarvan de ezel ‘s nachts helemaal los gaat.

Als ik weer terug ben op de camping heb ik er 37 kilometer opzitten. Tijd voor ontspanning en enig onderhoud aan de fietsen. De remmen afstellen en de ketting reinigen en smeren. De fietsen lopen weer als een zonnetje. Dat is maar goed ook, want we moeten voor het avondeten naar het zes kilometer verderop gelegen Medlovice. We waren even vergeten dat bijna alle restaurants in Tsjechië op maandag zijn gesloten. We sluiten de dag af bij ons kampvuur met op de achtergrond het vrolijke gefluit van de vogels die nog niet slapen willen.

De paradox van schulden.
Floor signaleert dat de Tsjechen steeds vaker in een nieuwe, dure auto rondrijden. De meeste mensen kunnen dan nooit met eigen geld betaald hebben. Ze hebben dus geld moeten lenen om de auto te kunnen kopen. Wat geldt voor auto?s, geldt voor de meeste dure spullen die men heeft. Hoe meer mensen aan materiële bezittingen hebben, hoe rijker ze dus zouden moeten zijn. Vaak echter bestaat hun bezit uit de afbetaling van de schulden die zijn gemaakt om de spullen überhaupt te kopen. Een hypotheek is niets anders dan een lening, waarbij het huis als onderpand dient. Het hele economische systeem is er bij gebaat dat er zo veel mogelijk hypotheken zijn en worden afgesloten. Het is fictief geld, maar al die fictie creëert wel onze welvaart. Rijkdom en welvaart zijn paradoxaal genoeg gebaseerd op schulden. Een land zonder schulden, heeft daardoor een ander land moeten leegroven. Iets of iemand moet het noodzakelijke schuldengat vullen. Een land als Tsjechië kende tot voor kort waarschijnlijk maar weinig huishoudens met een hypotheek. De huizen waren van de mensen, vooral de huizen buiten de steden. Totdat er iemand langs kwam met een geniaal idee. Die persoon kon de huizenbezitter zonder schulden, geld lenen voor de aanschaf van mooie dingen of voor het onderhoud van de woning. Het enige wat er werd gevraagd was de woning als onderpand te laten dienen. Zie daar de strop. Midden in de nacht schrik je wakker met de realisatie dat je helemaal geen eigen woning meer hebt. Je hebt een schuld en als je die niet afbetaald, word je uit je woning gezet. Wat een geniaal systeem. Rijkdom gaat niet over de hoeveelheid spullen die je hebt, maar over de mate van onafhankelijkheid.

1.09 – Tsjechië | Etappe 7: Zidlochovice – Jesov (74 km)

Wakker worden in onze veel te grote, maar vooral groene kamer is een aanval op de zintuigen. Een artistiek persoon heeft zich volledig laten gaan met een grote variëteit aan groentinten. De muren, het plafond, alles is groen. Aan de muren hangen schilderijen en op het plafond is een grote schildering gemaakt. In de ontbijtzaal wordt de televisie aangezet. Het is 65 jaar geleden dat de Duitsers zich gewonnen gaven en een enorm militair vertoon op de Rode Plein is wat de Russen nodig vinden. Soldaten, tanks, kernraketten, helikopters, gevechtsvliegtuigen, het hele arsenaal komt langs. Het is een machtsvertoon van jewelste. Merkel is aanwezig en zij kwebbelt vrolijk met Poetin. De Chinese president heeft een goede tijd met Medvedev. Vertegenwoordigers van andere landen ontbreken. Dit is interessant. Wat is hier aan de hand? Van wat voor een toekomst zien we hier een tipje van de sluier worden opgelicht?

Nadat de gebakken eieren een rustige plek hebben gevonden in onze maag, stappen we op de fiets. We volgen een deel van de wijnroute, maar deze route levert ons meer modder en klei op dan druiven. Sterker nog, de klei is van betere kwaliteit dan dat de wijn ooit zou kunnen zijn. Op de onverharde paden rijden we ons helemaal vast. We houden het voorlopig wel op verharden wegen, want deze wijnroute ‘sucks big time’. Veel klei en weinig druif. Het is een nietszeggend landschap waar we doorheen rijden. In de onaantrekkelijke dorpjes vindt geen enkele activiteit plaats. Het is een agrarisch gebied met grote vervallen stallen en schuren en velden vol met opkomend graan. De velden zijn groen en bruin, maar niet boeiend. Tot Zdanice is er niets dat interessant genoemd kan worden. Het is zondag, dus er is nog meer niets dan dat er normaal iets zou zijn. Daarna wordt het landschap plotseling aantrekkelijker en interessanter. In het heuvelachtige landschap liggen dorpjes met huizen van rode dakpannen, roodbruine muren en nette tuinen vol met bloemen en gewassen. Grote velden, geel van het koolzaad, liggen tegen de hellingen gedrapeerd. Daartussen het lichte paars van de geurende seringen. Hier zijn het niet de fruitbomen, maar de kastanjes die vol in bloei staan.

Net buiten Jesov komen we terecht op een camping voor 110 KC (€ 4,35). We staan aan de bosrand en op een heuvel. De vogels fluiten vrolijk en de krekels sjirpen maar door. In de verte kwaken de kikkers. De fazanten kloeken in het veld en ergens in het bos loopt een gek geworden pauw, die af en toe een schreeuw geeft om aandacht. Met een paar biertjes uit de kroeg en een kampvuur naast de tent, is het leven bijzonder aangenaam. Dit is de reden waarom we zou graag willen kamperen. Dit zijn de situaties waarom we met de fiets op reis wilden. De hele dag buiten zijn, de geluiden van de natuur om je heen. We zijn de enige kampeerders, maar wel is er een chalet bezet door een Tsjechische familie. Vader is bijzonder geïnteresseerd in onze Rohloff, maar spreekt geen woord over de grens. Dochter wordt er bij gehaald voor de Duitse vertaling.

Wat ons sinds gisteren begint op te vallen is dat onze benen en longen veel sterker zijn geworden. Hellingen vormen geen enkel probleem meer. Een klimmetje van 12 procent is nog steeds niet leuk, maar ook deze redden we zonder pijn en zonder ademnood. Gelukkig maar, want fietsen in de bergen is het mooiste dat er is. Niets is hier ook vlak, dus klimmen zullen we wel moeten. Het grote voordeel van fietsen boven wandelen is wel dat je na een klim, bijna altijd wordt beloond met een afdaling. In tegenstelling tot wandelen, kost een afdaling je op de fiets geen energie. Tot nu toe is de maximaal behaalde snelheid 52 km/u. Dat was vandaag. Floor ligt inmiddels lekker te slapen in de tent. Mijn Radegast is leeg en het vuur is bijna uit. Het is buiten erg donker en alleen het geluid van mijn pen over het papier, de krekels en de kikkers zijn nog te horen. Het is tijd om ook in de tent te kruipen.

1.08 – Tsjechië | Etappe 6: Tisnov – Zidlochovice (62 km)

We worden wakker in onze mooie kamer, die is ingericht naar het beste dat het vroegere socialistische Tsjechië kon bieden. Een blik uit het raam levert helaas niet het positieve beeld op dat we hadden gehoopt; het regent weer eens. Dan maar uitgebreid ontbijten. We kiezen voor menu 6, wat wil zeggen dat we gaan voor de variant met de gekookte eieren. Dat wordt behoorlijk letterlijk opgevat, want het resultaat van deze keuze is dat we ieder drie gekookte eieren gepresenteerd krijgen. Een ei is dan wel vrij minimaal, twee eieren valt in de categorie prima, vanaf drie wordt het toch wel een wat overdreven. Als het is gestopt met regenen rijden we onze fietsen uit de feestzaal van het hotel en gaan op weg. Het zonnetje komt steeds vaker en langer tevoorschijn tussen de grijze wolken, als we in zuidelijke richting fietsen. Ook in dit gebied staan de bloeiende kersenbomen aan weerszijden van de weg. We hebben hier geluk mee, want de bloeitijd is maar kort. In Veverska Bityska stoppen we voor een kopje koffie en een pannenkoek met chocolade. We zijn hier in 2004 al eens geweest, maar toch herkennen we het nog. Het is inmiddels al lekker warm geworden en het is dus zweten geblazen tijdens het laatste klimmetje van vandaag. Met 20 graden is het tijd voor de korte broek. We zien en horen steeds vaker voor ons onbekende vogels, waaronder een vogel met een vrolijk kuifje. Dat is goed nieuws, want dat betekent dat we goed op weg zijn naar elders.

We vervolgen onze route langs de Suratka rivier, die op dit punt tijdelijk is verandert in een stuwmeer. Er vliegt een motorrijder door de lucht, die door een kasteel werd afgeleid, waardoor hij de bocht mistte. Plotseling komen we terecht in een enorme drukte. Mensen flaneren, drinken bier, eten een hoop eten, fietsen, skeeleren en laten hun hond, baby, of zich zelf uit. We komen uit op de stedelijke kermis van Brno. Geweldig. Na dagen in een rustige omgeving te hebben gefietst, tettert de drukte ons tegemoet. Fietsroute 1 voert ons dwars door de tweede stad van het land. Deze stadsroute is de verrassing van Tsjechië. We rijden grotendeels door bossen, langs het water en door moestuinen. Gedurende de 25 kilometer dwars door Brno, komen we maar twee stoplichten tegen en rijden we op een geheel vrij liggend fietspad. Omdat het zaterdag is delen we de route met duizenden Brno-ers op de fiets of met skeelers onder de voeten. Nog nooit hebben we zoveel activiteit gezien. Het is dan ook lekker zonnig weer. Op het fietspad wordt campagne gevoerd door een politieke partij, waarvan de gratis beschikbaarheid van drinkwater tot een van haar speerpunten lijkt te behoren. Massa’s flessen met bronwater worden uitgedeeld. Zo rijden we met veel plezier door de stad Brno, waarvan we hadden verwacht dat het een verkeersdrama zou gaan worden. Een aanrader voor iedere fietser is de geheel vrij liggende fietsroute dwars door Brno.

Fietsroute 1 eindigt ten zuiden van Brno. Voor alle sportievelingen is daar een biertent geplaatst. Tsjechië is een geweldig land met de juiste prioriteiten. We gaan verder op fietsroute 4 in de richting van de Oostenrijkse grens. We krijgen nog een flinke bui op ons dak, die we samen met de andere fietsers zo goed als mogelijk maar gewoon ondergaan. In Zidlochovice vinden we onderdak in een pension. Voor 1.100 KC (€ 43,60) krijgen we een enorm groot appartement, dat bestaat uit verschillende ruimten. Wat is het verschil tussen een pension en een hotel? We zouden veel liever kamperen, maar campings zijn hier dun gezaaid en op de fiets is je actieradius een stuk beperkter dan met de auto. De voedzame maaltijd bestaat uit Kachna, in het Nederlands beter bekend als eend.

1.07 – Tsjechië | Etappe 5: Hlinsko – Tisnov (83 km)

We kijken uit het raam en zien een strakblauwe lucht. Wauw! Het lijkt de goede kant op te gaan. Een wandeling naar de COOP voor de noodzakelijke boodschappen van vandaag om daarna met de brander op het grasveld in de weer om water te koken. Als de beheerder langskomt verklaart hij mij voor gek, want er is een gezamenlijke keuken met een waterkoker. Had dat dan eerder verteld! Zit ik hier buiten een beetje moeilijk te doen. Nadat we alles weer hebben ingepakt en op de fiets hebben geladen gaan we weer op pad. De blauwe lucht is inmiddels verandert in een halfbewolkte situatie. Wel is het droog en niet koud. Het is ongeveer 25 kilometer fietsen naar het hoogste punt van onze route door Tsjechië. Een 750 meter hoge heuvel dicht bij Kadov. De route brengt ons door productiebos en over wegen die niet toegankelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer. Langs de weg stromen beekjes die rustig voortkabbelen.

In Bystrica nad Pernstejnem stoppen we bij de Penny om ons proviand aan te vullen. Uit de luidsprekers in de straten schallen de klanken van Bon Jovi, waarna er een groot aantal mededelingen volgt over onderwerpen die ons niet duidelijk worden. In de straten rijden grote aantallen skoda’s. Veel vrouwen hebben roodgeverfd haar en de meeste mensen dragen goedkope, slecht passende spijkerbroeken. Het is heerlijk om door dit deel van Tsjechië te kunnen fietsen. Tussen de dennenbossen rond Hlinsko en het begin van de loofbossen na Nedvedice ligt een relatief vlak landbouwgebied. De velden met koolzaad zijn minder interessant dan de heuvels en de bergen, maar de afwisseling is prettig. We komen langs een van de mooist denkbare kastelen. Pernstein is een van de grootste kastelen in Moravië en dateert uit het jaar 1285. Er wordt veel tijd, geld en energie gestoken in de restauratie.

Het landschap voor Tisnov is het mooiste waar we tot nu toe doorheen zijn gereden. We rijden door een diep dal met aan weerszijden loofbossen en een beek dat langs de weg stroomt. In de weinige dorpen werken de mensen op het land of zijn druk in de weer met het hakken van hout of onderhoud aan hun woning. Dit is een gebied waar lekker kan worden geklooid. Hier heeft men de ruimte te midden van een fantastisch groen gebied. Omdat het nog te ver is naar een camping, stoppen we in Tisnov, waar we op zoek gaan naar een pension. We informeren bij een gebouw waar volgens het bord een pension gevestigd zou moeten zijn. We worden meewarig aangekeken. Na wat communicatieproblemen blijkt waarom. Een pension is ook een plek waar bejaarden hun laatste dagen slijten en is dus totaal iets anders dan dat wij nodig hebben. Het wordt dus hotel Kuetnica aan het mooie plein, waar we 800 KC (€ 31,70) voor een kamer moeten betalen. In het beste restaurant van de stad eten we uitgebreid voor 497 KC (€ 19,70). We delen de eetzaal met echtparen die een speciale avond uit vieren. Niet dat de muziek daarop wordt aangepast. Je weet dat je in Tsjechië bent, wanneer de radio aanstaat bij wijze van smaakvolle muzikale omlijsting, inclusief schreeuwerige reclames.

1.05 – Tsjechie | Etappe 3: Kutna Hora – Sec (49 km)

Gelukkig is het gestopt met regenen als we ‘s ochtends wakker worden. We kunnen daardoor alles rustig inpakken, onder een weliswaar loodgrijze, maar wel rustige hemel. In de supermarkt kopen we proviand voor onderweg en water voor in de bidons. Waarom drinken we in Tsjechië eigenlijk geen kraanwater? Het is 11 graden wanneer we op de fiets stappen. Hoe komen we zo snel mogelijk deze stad uit? De bordjes geven niet de juiste richting, waarvoor we over een te drukke weg, net niet in de juiste richting rijden. Het is bijzonder onaangenaam weer. We hebben een harde, kille tegenwind. Er kan niet worden beweerd dat het lente is. De eerste 25 kilometer na Kutna Hora zijn weinig boeiend. In de dorpen die we passeren is geen enkele activiteit. Het land is kaal, omdat de gewassen nog moeten opkomen. De hele ochtend horen we het razen van de gevechtsvliegtuigen die van de nabijgelegen luchtmachtbasis opstijgen en landen.

Verderop neemt het reliëf toe. Het nog kale landbouwgebied wordt afgewisseld met bossen en beekjes. De klimmetjes zijn zwaarder dan gedacht. We ondervinden lange hellingen met stijgingspercentages van 8-10 procent, met een enkele uitschieter van 11 procent. Onze benen zijn daar duidelijk nog niet aan gewend. Als we na veel gepuf en gevloek, bezweet en wel boven op het plateau zijn aangekomen, worden we beloond op het voor ons typerende en aantrekkelijke Tsjechië: Rustige dorpjes met goed onderhouden boerderijen, te midden van de groene en gele velden en tienduizenden paardenbloemen. De wegen worden omzoomd door linden, appel- en perenbomen en populieren op de lager gelegen delen. Aan de bosrand zien we een enkele ree. In de velen zien we de grote oren van de hazen boven het gras uitkomen. Het gekwetter en gefluit van de vogels is overal om ons heen.

Nadat we vandaag 49 kilometer hebben gefietst komen we rond 14.00 uur aan in Sec. We hebben geen zin en geen puf meer om verder te fietsen. Mede door de harde en koude tegenwind, was dit een zware dag. We komen terecht op een grote, geheel verlaten camping aan het water van een meer. Door de vriendelijke en humoristische eigenaar worden we gewezen op alle ruimte. ‘Weten jullie zeker dat jullie hier willen kamperen?’ Omdat het koud is krijgen we 40 % korting. De camping kost ons 140 KC (€ 5,55). Alle natte spullen van onze mislukte was van gisteren, hangen we opnieuw aan de waslijn. We genieten van een lange, hete douche en trekken al onze kleren aan. Met vijf lagen is het nog enigszins te doen. Het is tenslotte maar 9 graden. Het is dus in het geheel niet vreemd dat er geen andere masochisten zijn en dat de campingeigenaar niet zo goed begrijpt wat we hier doen.

Het is te koud om voor de tent te hangen en de tent is niet groot genoeg om de hele middag in rond te hangen. We nemen onze toevlucht in een restaurant in Sec. Daar brengen we een uur of vier door met lezen en schrijven, onder het genot van Pivo en hete thee. Ons ‘romantische’ diner wordt begeleid door rustgevend metal muziek. De halve dag chillen, eten en bier drinken voor 500 KC( € 19,80). ‘s Avonds begint het weer aangenaam te regenen, terwijl het kwik niet boven de 9 graden uitkomt.