Mensen bij Banjul International Airport.
Home AfrikaGambiaFietsen in Senegambia: Van glazen liften naar rode stof

Fietsen in Senegambia: Van glazen liften naar rode stof

by Jeroen Kleiberg

De start van de reis is een logistiek vraagstuk. Omdat de vlucht naar Banjul in de vroege ochtend vertrekt, valt de trein als optie af; de eerste verbindingen sluiten niet aan op de inchecktijd voor een intercontinentale vlucht met afwijkende bagage. Het vervoeren van twee fietsdozen van Heiloo naar Schiphol in de nachtelijke uren is een drempel die vooraf niet door taxicentrales wordt weggenomen; niemand garandeert de ruimte voor colli van dit formaat. De enige werkbare oplossing is een overnachting in het Sheraton, op tweehonderd meter van de vertrekhal. Het hotel is een functionele tussenstop waar de glazen liften en het tapijt contrasteren met de technische exercitie in de parkeerkelder: het demonteren van de fietsen tot ze in de dozen passen die bij het bagagedepot zijn aangeschaft.

Aankomst op de luchthaven van Banjul

Het vliegtuig van TUI naar Banjul zit volledig vol. De krappe stoelen en de zes uur durende vlucht vormen een noodzakelijk vacuüm tussen de geordende logistiek van Nederland en de ongepolijste dynamiek van West-Afrika. De passagiers zijn een mix van vakantiegangers en Gambianen die terugkeren naar huis; de helft van het toestel reist na een korte stop door naar Kaapverdië.

Bij aankomst op de luchthaven is de overgang direct voelbaar. Het vliegveld is klein, ons toestel staat alleen op het platform. De bureaucratie begint bij een loket waar twintig euro luchthavenbelasting per persoon wordt afgerekend. Bij de paspoortcontrole ontstaat de eerste frictie: ik krijg een stempel voor dertig dagen, maar de beambte laat het paspoort van Mette blanco. Volgens de douanier is dat geen probleem; hij schrijft zijn telefoonnummer op met de mededeling dat we hem kunnen bellen als er bij een controle vragen ontstaan. Het is een informeel soort zekerheid die kenmerkend is voor de Gambiaanse overheidspraktijk, waar persoonlijk contact vaak zwaarder weegt dan een officieel stempel.

De fietsdozen komen onbeschadigd van de band. Lokale sjouwers helpen bij het tillen en accepteren een fooi in euro’s, aangezien er nog geen lokale valuta voorhanden is. In de aankomsthal, die langzaam leegstroomt terwijl wij de fietsen monteren, kijken douanemedewerkers toe en bieden incidenteel een handje aan. Het drinkwater voor de eerste kilometers komt uit de kraan bij de toiletten en wordt behandeld met een SteriPen. Pinnen op de luchthaven mislukt, een vaker voorkomend probleem bij lokale bankautomaten die niet altijd communiceren met internationale netwerken of waarvan het geld al op is. We vallen terug op de contante voorraad van zevenhonderd euro per persoon die we als buffer hebben meegenomen voor een economie die nog grotendeels op papiergeld draait.

Fietsen door een koloniale corridor

De rit naar de wijk Tranquil is ongeveer twintig kilometer. Terwijl we over de hoofdweg rijden, herinner ik me de kaart van dit land. Gambia is geografisch gezien een rariteit: een smalle strook land die zich als een lint langs de Gambia-rivier uitstrekt, volledig omsloten door Senegal. Het is een koloniale nalatenschap uit de negentiende eeuw. De Britten wilden de rivier controleren als handelsroute naar het binnenland, terwijl de Fransen de rest van de regio beheersten. De grens werd uiteindelijk langs de bevaarbare rivier getrokken, met aan weerszijden slechts een paar kilometer land.

Die beperkte ruimte is direct merkbaar. De weg is druk; alles, dorpen, markten en transport, wordt in deze smalle corridor gepropt. Het wagenpark bestaat uit overvolle taxibusjes en oude auto’s die in Europa allang van de weg zouden zijn gehaald. Langs de berm verplaatst alles zich te voet en staan provisorische marktstalletjes in het rode stof, de visuele handtekening van de droge Sahel-regio. Voor ons als fietsers betekent deze “rivier-geografie” vooral een relatief vlak terrein en korte afstanden tussen de nederzettingen. Handig, al heeft niemand bij het trekken van de grenzen destijds aan ons gedacht.

Zodra we de hoofdweg verlaten bij een druk kruispunt, verandert het asfalt in een onverharde zandweg vol kuilen. Dit is de overgang van de doorgaande infrastructuur naar de informele inrichting van de woonwijken. Dabo House ligt aan deze weg. Het is een eenvoudig onderkomen met een douche en een zwembad. De afspraak dat zij onze fietsdozen bewaren tot de terugvlucht, neemt een belangrijk deel van de logistieke zorg voor het einde van de reis weg. Vlakbij het hotel wisselen we de eerste vijftig euro tegen 4.200 Gambiaanse dalasi. De eerste indruk van Gambia is zoals de avondlucht bij 24 graden Celsius: vriendelijk, ontspannen en goedlachs.

You may also like

Laat een bericht achter