Verblijven in een chique lodge, ook al kost het maar een prikkie, heeft zo zijn voordelen. ’s Avonds krijgen we een uitstekende biefstuk, een welkome afwisseling na dagen pasta met tonijn en stof. De volgende ochtend staat er een uitgebreid ontbijt klaar: yoghurt met fruit en een dikke omelet. Een stevige basis voor de ruim vijftig kilometer naar Sesriem, de toegangspoort tot Sossusvlei.
We vertrekken vroeg. De hitte en de wind bouwen hier vaak pas later op de dag op, en we hopen daar vandaag een voorsprong op te nemen. Om half acht zitten we al op de fiets. Na de wasbordpijn van gisteren hebben we ons voorbereid op het ergste. Maar deze ochtend hebben we geluk. De grader die we gisteren langs zagen komen heeft zijn werk gedaan. De gravelweg is vers vlakgetrokken en goed te rijden. De wind staat nog gunstig en de temperatuur is aangenaam.
Het landschap opent zich in brede, lege vlakken. Het is nog te vroeg voor het toeristenverkeer dat vanuit Sesriem richting de duinen rijdt om de zonsopkomst te zien. In de stilte steken af en toe antilopen de weg over of bewegen kleine groepen door het gras.
De rand van Sossusvlei
Langzaam dalen we af richting de vlakte van Sossusvlei. De Namibwoestijn waar we nu doorheen rijden behoort tot de oudste woestijnen ter wereld en strekt zich langs de Atlantische kust van Namibië uit over honderden kilometers. In dit deel hebben wind en droogte enorme rode zandduinen gevormd, sommige meer dan driehonderd meter hoog.
Tussen die duinen liggen zogenaamde vleis: kleipannen waar na zeldzame regenval tijdelijk water blijft staan. Sossusvlei en Deadvlei zijn de bekendste van deze plekken, waar water en zand elkaar heel af en toe ontmoeten.
Het landschap verandert zichtbaar. De bergen krijgen een diepere roodbruine kleur en het zand wordt fijner. Hier en daar staan nog bomen: acacia’s en de karakteristieke kameeldoornbomen die met hun grillige stammen bijna prehistorisch ogen. Sommige exemplaren staan hier al honderden jaren. De leegte wordt alleen onderbroken door witte 4×4’s vol toeristen die stofwolken achterlaten. Wij rijden er middenin.
We begonnen de dag op ongeveer 1.100 meter hoogte en dalen langzaam af naar 800 meter. De weg blijft niet lang vlakgetrokken. Al snel keren het wasbord en de losse stenen terug. Onze fietsen beginnen weer te trillen zoals gisteren. En natuurlijk steekt ook de wind weer op.

De laatste kilometers naar Sesriem
Dan verschijnt de laatste afslag. De gravelweg verandert plots in asfalt. De wind staat nu recht in de rug en het landschap helt nog licht omlaag. Na dagen van duwen en stuiteren voelt het bijna onwerkelijk. We rollen ontspannen richting Sesriem en hoeven nauwelijks nog te trappen.
Onze camping ligt bij de ingang van het Namib-Naukluft National Park, net voorbij de eerste poort naar Sossusvlei. Deze plek hebben we een maand geleden al gereserveerd. Van hieruit willen we morgen vroeg naar Deadvlei, dat nog ruim zestig kilometer verder tussen de duinen ligt. Bij de receptie regelen we meteen het plan voor de volgende ochtend. Met een shuttle worden we met onze fietsen naar Deadvlei gebracht zodat we later zelf kunnen terugfietsen. Het kost 1.600 Namibische dollar, maar we worden wel vroeg bij de tent opgehaald.
Voor het nationale park hebben we ook nog een permit nodig om morgen de tweede poort te mogen passeren. Nog eens 600 Namibische dollar. Toegang tot de duinen blijkt hier een optelsom van reserveringen, permits en transport.
Ondertussen lopen antilopen rustig over de camping, met de zandduinen van de Namib op de achtergrond. De beheerder waarschuwt ons nog voor jakhalzen en hyena’s die ’s nachts op zoek gaan naar voedsel. Alles wat eetbaar is moet buiten de tent blijven.
De tent staat onder een kameeldoornboom. In de verte kleuren de duinen langzaam donkerder in het avondlicht. Morgen gaan we vroeg op pad naar Deadvlei, een plek die we al weken op de kaart zien liggen, maar die pas morgen echt zichtbaar wordt.