In Namibië lijkt ruimte onbeperkt, maar vrijheid wordt begrensd door water.
We vertrekken vroeg van Steinheim Private Game Farm. De tent is snel opgebroken, de tassen zitten strak in hun haken. Vandaag ligt er negentig kilometer gravel voor ons. De volgende plek waar we kunnen overnachten ligt bij Nauams Farm. Daartussen zit niets dat betrouwbaar water levert.
Dat betekent rekenen. Voor vijftig kilometer fietsen drinken we al snel drie liter. Vandaag dragen we ieder 4,5 liter. Dat moet genoeg zijn voor de rit, het koken en de eerste koffie morgenochtend. In een landschap zonder beekjes of meren wordt water een logistiek vraagstuk.
Vrij kamperen klinkt romantisch, maar hier ligt dat anders. Langs de weg staan hekken die de grenzen van de farms markeren. De smalle strook ertussen is dicht begroeid met doornstruiken. Het land lijkt leeg, maar is verdeeld en beheerd. Je slaapt waar water is.
De eerste vijftig kilometer zijn bijna te goed om waar te zijn. Lichte rugwind, een brede gravelweg en weinig verkeer. Het landschap golft zacht over het centrale plateau. Koedoes staan tussen de struiken en verderop lopen groepen oryx rustig door het gras. In twee dagen zien we hier meer groot wild dan we in Nederland in jaren tegenkomen.
De zon klimt hoger. We bevinden ons net boven de Kreeftskeerkring en rijden nog steeds op ruim 1.800 meter hoogte. Het licht is fel en de lucht droog. Schaduw is zeldzaam. De bomen verdwijnen langzaam uit het landschap en maken plaats voor lage struiken. Gisteren was ik te laks met zonnebrand. Vandaag zie ik eruit als een kreeft.
Wind verandert alles
Na zestig kilometer verlaten we de C26. Deze weg loopt uiteindelijk naar Walvisbaai aan de Atlantische kust, een route die we later zullen volgen. Wij slaan af naar de D1265. Bij het kruispunt staat een bord naar Nauams Farm: nog 42 kilometer. In Namibië krijgt een boerderij een eigen verkeersbord. Er is simpelweg niets anders om naar te verwijzen.
Vrijwel direct verandert de dag. De wind draait en komt nu recht van voren. Hard. Tegelijk verandert de weg. De gravel wordt losser, het wasbord dieper en het terrein begint te klimmen. Wat eerder een ontspannen rit leek, verandert in werken. Hard werken. Het landschap blijft groots. Rode zandgrond, eindeloze vlaktes en bergen die nauwelijks dichterbij lijken te komen. Afstanden gedragen zich hier anders dan in Europa. Wat dichtbij lijkt, blijkt vaak uren rijden.
De wind raast constant in onze oren. We praten nauwelijks en rijden door. Fietsen wordt hier een rekensom van energie, water en afstand. Tegen zeven uur ’s avonds, een half uur voor zonsondergang, bereiken we Nauams Farm. Ook hier hadden we vooraf via WhatsApp gevraagd of we konden kamperen. Dat voorkomt dat je na een lange dag voor een gesloten hek staat. In dit land regel je dingen wanneer je bereik hebt, niet wanneer je aankomt.
De camping ligt een kilometer van de ingang. We zijn de enige gasten. De kleine winkel verkoopt precies wat we nodig hebben: water, bier en cola. Alles ijskoud. We koken pasta met tonijn terwijl de zon achter de rode rotsen verdwijnt.
We wilden rustig beginnen met deze reis.
Dat idee is verdwenen in de tegenwind.