Home AfrikaNamibiëFietsen in Namibië: Wind en hitte. Terug naar het plateau

Fietsen in Namibië: Wind en hitte. Terug naar het plateau

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:



Het is warm. Heel erg warm. Gisteren werd het 36 graden, vandaag loopt de temperatuur op tot 39. Door de aanhoudende zandstormen hebben we de buitentent strak opgezet om te voorkomen dat de woestijn langzaam de tent binnenwaait. Het nadeel is dat de warmte blijft hangen. Slapen wordt zweten.

We worden wakker met de ijdele hoop dat de wind misschien nog even rustig is. Maar vannacht hoorden we hem al door de vallei suizen. Dat voorspelde weinig goeds. Wanneer we de tent openen blijkt dat te kloppen: de storm staat alweer vol aan en waait precies uit de richting waar we heen moeten.

In dit gebied ontstaat die wind vaak door het grote temperatuurverschil tussen de woestijn en het plateau. Overdag warmt de lucht boven de woestijn sterk op en stijgt op. Vanaf het koelere plateau stroomt dan lucht naar beneden richting de hete woestijnvlakte. Door het hoogteverschil kan die luchtstroom flink versnellen. Daardoor voelt het hier vaak alsof de wind letterlijk van het plateau af naar beneden valt. In het droge seizoen kan dat dagenlang aanhouden.

De eerste twaalf kilometer volgen we de asfaltweg terug naar de splitsing met de C19. Volle stormkracht tegen. Vandaag moeten we zestig kilometer fietsen om de volgende kampeerplek te bereiken. Dat belooft een zware dag te worden.

Drinkwater is ons leidende principe bij het plannen van de etappes. Vrij kamperen langs de weg is hier geen optie. De hekken langs de wegen markeren de grenzen van enorme farms. Het vee loopt vaak vrij rond op duizenden hectares land en zonder hekken zou het overal de weg op trekken. Een groot voordeel is wel dat op vrijwel elke camping op het plateau en in de woestijn het water direct uit de kraan drinkbaar is.

Op de C10 slaan we af naar het zuiden, een goede gravelweg op. Voor ons ligt ruim twintig kilometer bijna kaarsrechte weg. De wind komt schuin van voren. Het is beuken. En vooral niet te veel nadenken. Niet stilstaan bij hoe afschuwelijk stormkracht tegenwind is, die je als een muur probeert tegen te houden. Gelukkig is er genoeg afleiding langs de kant van de weg. Struisvogels lopen door het landschap en we zien steeds meer oryxen en springbokken. Het landschap is groots en leeg, in tinten van rood en bruin.

De temperatuur loopt ondertussen verder op. Opmerkelijk genoeg zorgt de tegenwind nog voor wat verkoeling, ook al voelt het soms alsof er een föhn op je gezicht staat. Liters water verdwijnen in onze lichamen. We hebben ieder 4,5 liter bij ons. Plassen doen we niet. Zweet verdampt meteen. Bij een lodge stoppen we voor ijskoude cola. Zoals hier gebruikelijk geserveerd in een glas uit de vriezer, vol ijs. Eén is geen. Twee is het minimum om af te koelen.

Nog 22 kilometer richting de Naukluft. Om ons een hak te zetten draait de wind langzaam mee. We rijden vanuit de woestijn terug naar het plateau en blijkbaar heeft de wind dezelfde route gekozen, maar dan precies uit tegengestelde richting. Voor een fietser is de wind de grootste vijand, na vrachtwagens. Maar hij kan ook je beste vriend zijn. Alleen blijken die vriendschappen zeldzaam.

De temperatuur bereikt inmiddels haar maximum. Het fietsen wordt zwaar. Ik krijg flashbacks naar Turkmenistan. Het verschil is dat hier overal dieren rondlopen. Ik ken de Serengeti nog niet, maar met de kuddes oryxen die links en rechts door de vallei trekken begint het er aardig op te lijken. Een ander voordeel van deze route, want positief blijven helpt, is de bijna volledige afwezigheid van verkeer. Op de weg naar Sesriem leek het soms wel een snelweg, maar blijkbaar rijden de meeste toeristen allemaal hetzelfde rondje.

Aan het einde van de middag bereiken we onze camping: Hauchabfontein. Een prachtige plek met enorme schaduwrijke kampeerplaatsen en weidse uitzichten over een landschap dat steeds meer op een canyon begint te lijken. Campings hier zijn totaal anders dan in Europa. Geen strakke vakjes of rijen caravans, maar grote plekken midden in het landschap, vaak met niet meer dan een waterpunt en een eenvoudige sanitaire voorziening. We zijn de enigen.

De caretaker vertelt dat het water hier bijzonder lekker is. Ze snapt onze grap niet wanneer we zeggen dat we zo’n dorst hebben dat we niet kunnen garanderen dat het grondwater nog blijft.

De mooiste plek van deze camping ligt iets verderop: een kloof met natuurlijke rotspoelen vol helder water en meervallen. Na een dag stof, hitte en wind verdwijnen zweet en vermoeidheid in een verfrissend bad.

Morgen weer verder.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie