We blijven nog een nacht. De tuin grenst aan de mangrove; vogels met felle kleuren en voortdurend beweging tussen het groen. Op de kaart zijn er twee routes naar Oussouye. De eerste loopt grotendeels over dezelfde weg terug. De tweede loopt langs de grens met Guinee-Bissau en door het Parc National de la Basse-Casamance. Die klinkt aantrekkelijker, maar er moet ergens een rivier worden overgestoken. Ik stap op de fiets om het te verkennen.
Zes kilometer duwen
Voorbij Kabrousse houdt het asfalt op. De weg verandert eerst in gravel, daarna in mul zand. Zes kilometer lang moet ik stukken duwen; af en toe lukt het een paar meter te fietsen. Op anderhalve kilometer van de rivier keer ik om.
Op de terugweg passeer ik een boer die zware zakken rijst sjouwt. Hij vraagt waarom ik stop terwijl ik zo dichtbij ben. “Je stopt toch niet vlak voor de finish?” Hij loopt deze weg dagelijks. Eerder die ochtend was ik een tiener tegengekomen die het traject elke dag aflegt om naar school te gaan. Met lichte schaamte draai ik om en duw mijn fiets alsnog die laatste anderhalve kilometer door het zand.
De militair had mij wel gezien
De rivier zelf is een anticlimax. Ik maak een foto. Dat had ik beter niet kunnen doen: ik had een militair niet gezien, maar hij mij wel. Ze vragen vrij direct of ik een idioot ben en wat ik hier precies aan het doen ben. Ze hebben gelijk: ik sta aan de grens met Guinee-Bissau en dit is geen Europa. Ik verwijder netjes de foto die ze hebben gezien, zonder te laten merken dat ik er nog twee heb. Daarmee is de kous af. Ik kom hier goed mee weg, maar besef ook hoe relatief dat is.
Achter de hekken van Club Med
Terug in het campement valt het opnieuw op dat veel accommodaties en restaurants hier in buitenlandse handen zijn, vaak voortgekomen uit gemengde relaties. In Abené was dat een Nederlander; hier zitten we bij een Waal. In Cap Skirring is dat geen uitzondering.
Na de lunch brengen we de middag door op het strand, op ligbedden van een duur hotel onder palmbomen. We bestellen drankjes om onze aanwezigheid te legitimeren; niemand lijkt zich af te vragen wat we hier doen. Op het strand wordt gevoetbald, gerend en getraind in het mulle zand. De jongens zijn indrukwekkend fit. Geen wonder dat er oudere witte vrouwen op de ligbedden zitten.
Cap Skirring is toeristisch, maar anders dan verwacht. Geen massatoerisme op straat, geen overvolle terrassen. Grote resorts liggen verscholen achter de begroeiing, met Club Med als bekendste voorbeeld. Dat resort, een van de oudste ter wereld, biedt een volledig afgesloten wereld: toeristen komen nauwelijks buiten. Lokalen hebben er gemengde gevoelens bij: het brengt werk en geld, maar het toerisme blijft grotendeels achter de hekken.