De start van de reis is een logistiek vraagstuk. Geen taxi wil garanderen dat er plek is voor twee fietsen en bagage vanuit Heiloo, dus overnachten we de avond voor vertrek in het Sheraton op Schiphol. Glazen liften, ruime kamer. Het lost een probleem op. De fietsen pakken we in dozen die we kopen in het bagagedepot onder de vertrekhal: meer demonteren dan wenselijk, net zolang tot alles past. De wekker staat op 03.45 uur. Het vliegtuig van TUI zit vol. Kleine stoelen, gemengd publiek: vakantiegangers en Gambianen die naar huis terugkeren. Na bijna zes uur landen we op de luchthaven van Banjul. We zijn het enige vliegtuig.

Aankomst op een leeg vliegveld
Bij aankomst betalen we twintig euro per persoon aan luchthavenbelasting. Bij de paspoortcontrole krijg ik een stempel voor dertig dagen verblijf. Mette niet. De douanier ziet er geen probleem in: ik kan hem bellen als er vragen zijn, en hij schrijft zijn telefoonnummer op.
De fietsdozen komen snel en onbeschadigd van de band. Er wordt geholpen bij het tillen, tegen een kleine fooi in euro’s. Hoe die verdeeld wordt, laten we aan hen over. In de aankomsthal zetten we de fietsen in elkaar. Douanemedewerkers komen meepraten, kijken mee, helpen even. Langzamerhand wordt het vliegveld leeg. Als het stil is, zijn wij klaar. Drinkwater tappen we uit de kraan en maken het met de SteriPen drinkbaar. De geldautomaat op het vliegveld werkt niet. Dat is geen uitzondering: lokale bankautomaten in Gambia communiceren niet altijd met internationale netwerken, en de machines zijn regelmatig leeg. We vallen terug op de contante voorraad van zevenhonderd euro per persoon die we als buffer hebben meegenomen voor een economie die nog grotendeels op papiergeld draait.

Fietsen door een koloniale corridor
De rit naar de wijk Tranquil is ongeveer twintig kilometer. Terwijl we over de hoofdweg rijden, herinner ik me de kaart van dit land. Gambia is geografisch gezien een rariteit: een smalle strook land die zich als een lint langs de Gambia-rivier uitstrekt, aan drie zijden omsloten door Senegal. Het is een koloniale nalatenschap uit de negentiende eeuw. De Britten wilden de rivier controleren als handelsroute naar het binnenland, terwijl de Fransen de rest van de regio beheersten. De grens werd uiteindelijk langs de bevaarbare rivier getrokken, met aan weerszijden slechts een paar kilometer land.

Zodra we de hoofdweg verlaten bij een druk kruispunt, verandert het asfalt in een onverharde zandweg vol kuilen. Dit is de overgang van de doorgaande infrastructuur naar de informele inrichting van de woonwijken. Dabo House ligt aan deze weg: een eenvoudig onderkomen met een douche en een zwembad. De afspraak dat zij onze fietsdozen bewaren tot de terugvlucht neemt een belangrijk deel van de logistieke zorg voor het einde van de reis weg. Vlakbij het hotel wisselen we de eerste vijftig euro tegen 4.200 Gambiaanse dalasi. Het is 24 graden.