Home AfrikaBotswanaKenteken onbekend: Botswana op de fiets.

Kenteken onbekend: Botswana op de fiets.

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Bij het opstaan schijnt de zon door de bomen. De halve camping stond gisteren nog onder water, de lucht was dagenlang grijs. Nu niet meer. Een mooie dag om naar Botswana te gaan. De combinatie van vocht en warmte zorgt direct voor een hoge luchtvochtigheid. Kleren worden niet meer droog. In de tent hangt een geur die we liever niet verder omschrijven.

We rijden terug naar de B8. Wat een verschil als de zon alles beschijnt. Het landschap heeft weer kleur. De vegetatie is uitbundig, er groeien bloemen langs de weg en in het ondergelopen land weerkaatsen grote bomen in het water. Richting de grens met Botswana zijn het zo’n 70 kilometer. Koeien maken hier de dienst uit, grote kuddes, samen met hun herders.

Een leven dat wij niet meer kennen

Terwijl we fietsen mijmeren we over de afgelopen weken. Dit Afrikaanse leven is kleinschalig op een manier die je kent uit geschiedenisboeken. Kleine nederzettingen met hutten en kleine akkers die gemeenschappelijk worden bewerkt. Een kraal om het vee te beschermen. Een omheining rond de hutten tegen wilde dieren.

Tot de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw was dit beeld ook in grote delen van het Nederlandse platteland nog gewoon: kleinschalige gemengde bedrijfjes, gemeenschappelijk grondgebruik, vee dicht bij huis. De schaalvergroting die daarna volgde maakte daar in één generatie een einde aan. Of dat hier ook gaat gebeuren is de vraag. De grondstoffen zijn er, de bevolkingsgroei ook. Wat ontbreekt is kapitaal. Maar dat was in Nederland ooit ook zo.

Wat we ook leren: wat oma vroeger zei wanneer we klaagden dat we honger hadden, de kindjes in Afrika hebben honger, klopt gewoon. Veel kinderen langs de weg roepen als we passeren “I’m hungry” en wrijven over hun buik. Of ze het echt menen durven we te betwijfelen. Maar we begrijpen best dat ze weleens iets anders willen dan maïs- of gierstpap die hier, net als in de rest van zuidelijk Afrika, bij vrijwel elke maaltijd op tafel staat, met wat bonen, sardientjes uit blik, of gedroogde vis ernaast als het meezit.

De grens

De Chobe rivier vormt de grens tussen Namibië en Botswana. Het is de meest ontspannen grensovergang die ik ooit heb meegemaakt. Geen rij bij het loket. We geven ons paspoort, schrijven onze gegevens in een boek, waarvan iemand straks de taak heeft mijn handschrift te ontcijferen, krijgen een uitreisstempel en horen: “Thank you, see you next time.”

We steken de brug over. Halverwege zit een grote visarend in een dode boom. Aan de Botswana-kant gaat de oever steil omhoog. Hier begint een ander landschap: de lage overstromingsvlakte van Namibië maakt plaats voor de hogere, drogere oever van Botswana, die aan de rand ligt van het Zimbabwaanse plateau. Het hoogteverschil is klein, maar zichtbaar, en voor dieren in het regenseizoen bepalend.

Aan de Botswana-kant volgt de douane. We rijden door een bak met ontsmettingsmiddel voor de banden, deppen onze schoenzolen in een andere bak. Dan het loket.

Hoe lang blijven jullie? Waar gaan jullie naartoe? En wat is het kenteken?
We hebben geen kenteken. We zijn op de fiets.
Ja, maar wat is het kenteken van de motorcycle?
Nee, we zijn echt op de fiets. Geen kenteken.

Altijd handig, zo’n formulier met meerkeuzeopties als het juiste antwoord er niet tussen staat. “Passen jullie op voor de olifanten? Er zijn er heel veel!” We zijn benieuwd.

Botswana

We rijden omhoog naar de hogere oever. Direct zien we bavianen, en overal reusachtige baobabs, dikke, knoestige stammen met dunne kale takken die omhoog steken als wortelstelsels. De vegetatie is anders dan aan de Namibische kant. Opener. Meer bomen, minder struikgewas. De kenmerkende parapluacacia’s domineren het landschap, met hun platte kronen op kronkelende donkere takken, alsof iemand ze met een liniaal heeft afgevlakt.

We slaan af naar het westen. Op minder dan tien kilometer van de grensovergang liggen campings aan de Chobe. In de droge tijd is dit een heel ander landschap, de Chobe is dan niet eens een doorlopende rivier. Nu kijken we uit over een eindeloze waterplas met bomen als eilanden, grote oppervlakten grasland ondergelopen.

Het zou zomaar kunnen dat dit de seizoensmigratie van de dieren verstoort. Er is niet alleen geen reden om van het zuiden naar het noorden te trekken, deze waterzee is misschien zelfs te breed en te diep om over te steken. Als die theorie klopt, betekent het dat we hier onze kansen moeten benutten.

2 comments

Tineke 22 April 2026 - 14:07

adembenemend verslag….fijn om als lezer te leren en mee te kunnen reizen!

Reply
Jeroen Kleiberg 24 April 2026 - 16:12

Fijn dag het gewaardeerd blijft worden en dat het voor de lezer thuis niet saai wordt.

Reply

Laat een bericht achter


Meer inspiratie