We zouden hier best willen blijven, aan de Kafue rivier. De nachtelijke geluiden van nijlpaarden en hyena’s. Het idee dat er leeuwen, luipaarden en olifanten vlakbij zijn. Mensen zijn hier te gast. Maar we hebben nog havermout en koekjes voor tachtig kilometer, tot de eerste winkel. Niet genoeg om het een dag uit te stellen.
Het is 82 kilometer naar Nalusanga, waar Kafue eindigt en de bewoonde wereld weer begint. Daarna nog 38 kilometer naar Mumbwa, onze overnachtingsplek. We willen dit fietsen, want dit wordt onze laatste fietsdag. Belaagd door een wolk tseetseevliegen hebben we bijna spijt van die beslissing. Kafue staat bekend om de vliegen, en we begrijpen nu ook waarom: waar veel tseetseevliegen zijn, zijn buffels. De vlieg heeft de buffel nodig als gastheer voor de parasiet die hij met zich meedraagt. Buffels zijn inmiddels min of meer immuun, maar fungeren als reservoir. We zien de buffels niet, maar de vliegen bewijzen dat ze er zijn. We begrijpen ook waarom buffels zo’n kort lontje hebben.

De jongen met de oliebollen
Als we de eerste nederzettingen passeren wordt de tseetseeterreur minder. We zien een jongen met een emmer gefrituurde maisbollen. Oliebollen, noemen wij ze. Ze kosten één kwacha per stuk, de munteenheid van Zambia, maar we hebben alleen een biljet van vijftig. De jongen spreekt geen Engels, lijkt nog nooit een blanke te hebben gezien en heeft geen wisselgeld. Vijftig oliebollen is echt te veel. Vijftien is genoeg. Wisselgeld hoeven we niet terug. De jongen rent glunderend terug naar zijn dorp, waar de hele familie begint te zwaaien.
Het is een zware laatste fietsdag. Lichte maar permanente tegenwind, steekvliegen die hun best doen om het plezier te bederven, een continu golvend landschap en toenemend verkeer. Maar ook: vertrouwd zwaaien, groeten en met een brede grijns fietsen. We zijn blij als we kort na 17.00 uur aankomen in Mumbwa. De teller staat op 6.336 kilometer.

Van Mumbwa naar Lusaka
De laatste 150 kilometer naar Lusaka slaan we over. De weg wordt levensgevaarlijk druk en het mooiste ligt achter ons. Na een ontspannen nacht in Mumbwa fietsen we naar een kruispunt waar de logistiek van het platteland zichtbaar is: minibussen worden volgeladen, vrouwen lopen rond met maïs, drankjes en snacks. We worden snel aangesproken. Naar Lusaka? Naar het vliegveld eigenlijk. Geen probleem, stap in. Maar de fietsen moeten ook mee. Als dat kwartje valt is er direct een oplossing: een halfvolgeladen minibus komt aanrijden, de andere passagiers stappen over en onze fietsen gaan als origami naar binnen. Voor 2.000 kwacha rijden we met 110 kilometer per uur over de smalle asfaltweg naar Lusaka. De regel is simpel: het langzame verkeer moet opzij.

Langs de weg kleine en grote handeltjes, open riool, recycling van plastic en metaal, drukke werkplaatsen. Tussen alle bedrijvigheid elegante Zambiaanse vrouwen in felgekleurde jurken. Op een druk kruispunt verkoopt een oude man drie gootsteenontstoppers. Bij een kraampje stoppen we voor onze laatste boodschappen: voor de pasta vanavond hebben we nog groenten nodig. We spenderen onze laatste 40 kwacha aan een paprika, een paar tomaten en een rode ui. Te veel geld, maar wij zijn blij en de verkoopster ook. “You are good people,” zegt ze met een stralende lach. We naderen het einde van de reis, maar Zambia laat zich tot het laatste moment zien: spontaan, onbevangen en met een brede lach.
2 comments
Niet normaal zoveel kilometers hebben jullie gefietst!!!!! Wat een avonturen hebben jullie beleefd…Fijn om die mee te kunnen maken door je verslagen , de foto’s en de stripverhalen!
Heel mooi ook om te lezen over het respect dat je hebt voor de inwoners en de dieren; je plaats weet.
Wat een prestatie en wat een onvergetelijk avontuur!
Thanks for sharing. Ik heb ervan genoten om een beetje mee op reis te zijn, zonder te hoeven afzien 😉