Day: 11 juni 2010

3.15 – Oekraïne | Etappe 11: Bershad – Balta (63 km)

De geluiden van het opbouwen van de markt dringen al vroeg onze hotelkamer binnen. Ruim voor het geplande tijdstip van 5.15 uur zijn we daarom al wakker. De artikelen die er zijn te krijgen variëren van groente en fruit van het omliggende platteland, Hugo Boss tassen (waarmee de meeste Oekraïners lijken te lopen), bloemetjesjurken en schorten. Het leven is opvallend actief op deze vroege zondagmorgen. Al fietsend over het ontwakende platteland passeren we de ‘moloko truck’ (melkwagen). De emmers met melk staan aan de weg en worden leeg gekieperd in de tank. Een beeld dat in Nederland waarschijnlijk al 50 jaar niet meer bestaat. Rustig is het op de weg niet te noemen. De mensen zijn of op weg naar de markt in Bershad of ze laten hun koeien uit.

Over niet meer onderhouden wegen van kinderkopjes moeten we de ene lange helling na de andere op. We proberen zo veel mogelijk op de parallel lopende zandwegen te rijden, om te voorkomen dat alle onderdelen van de fietsen lostrillen. Na een moeizame rit komen we om 8.45 uur aan in een klein dorp, waar we enthousiast worden ontvangen met ijskoude kvas. Ze vinden het prachtig dat we op weg zijn naar Odessa. Sterker nog, ze vinden het geweldig dat we het tweede paar fietsers zijn die ze de afgelopen paar jaar langs hun huis hebben gehad. Vol trots laten ze ons de foto’s zien van een Zweeds koppel, dat hier twee jaar geleden ook al is langsgefietst op weg naar Odessa. Ze willen nog een grap met ons uithalen door ons een fles water cadeau te doen, waar natuurlijk vodka in blijkt te zitten. Iedereen lacht dan hun gouden tanden bloot om deze Oekraïense dijenkletser.

Het landschap dat we vandaag moeten doorkruizen is erg saai en zwaar. De weg over de steile heuvels bestaat meer niet dan wel. We glibberen weg over de weinige kinderkoppen die er nog liggen, of lopen vast in de zanderige bodem. Naar beneden is nog niet zo erg, maar stijgen op zulke wegen is een ware marteling. Het weinige andere verkeer laveert zo veel mogelijk tussen de grootste gaten door. Er gebeurt hier verder weinig: er zijn geen dorpen en al helemaal geen mensen. Met 34 graden is het vooral erg warm. We fietsen langs een meertje, waarin we willen afkoelen. Dit wordt ons echter afgeraden door een bewoner. We denken dat het verstandig is om daar naar te luisteren, want hun standaarden zul al heel wat lager liggen dan de onze. Ik bedoel, Tsjernobyl ligt ook in de Oekraïne.

Zwetend en steunend rijden we dan maar door naar Balta. Daar belanden we op een terras, waar we kvas drinken, in ‘gesprek’ raken met een paar locals, waarna er al snel nog veel meer locals bijkomen om te vernemen wie wij zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Onveranderlijk vindt men het maar een raar verhaal dat we voor ons plezier zoveel kilometers aan het fietsen zijn. We worden uitgenodigd om mee te gaan zwemmen. Iets waar met deze hitte graag mee instemmen. Heel Balta lijkt zich aan de waterplas te hebben verzameld. Na een zwempartij hebben we geen zin meer om nog op de fiets te stappen. Op zoek dus naar een hotel. Voor 200 UAH (€ 20,-) hebben we dit keer ronduit een slechte kamer, waarbij de douche, waarvan het gordijn met de minste aanraking naar beneden lazert, moet worden gedeeld. Leuk aan Balta is dat we voor het eerst Odessa op de verkeersborden zien staan. We komen er aan!

3.14 – Oekraïne | Etappe 10: Tomashpil – Bershad (95 km)

Met oordoppen in was het een rustige nacht. Voor zevenen verlaten we het hotel en worden we uitgezwaaid door de beheerder van het hotel. Wederom de bevestiging dat wanneer het ijs eenmaal is ontdooid de relatie ook niet meer stuk kan. Het magazin, annex café, is gelukkig al om 7.00 uur geopend. Brood, salami, yoghurt, en vruchtensap. Koffie en thee krijgen we gratis en voor niets. We beginnen de Oekraïners steeds leuker te vinden. Of zijn de Oekraïners aardiger naarmate ze oostelijker wonen? Het is vandaag minder heet dan gisteren. Ook hoeven we minder te klimmen. In het stadje Vapniarka pauzeren we voor een kopje koffie met een groot zoet brood, bij een magazin/café op de markt. Het is er een drukte van belang. De persoon die naast ons zit blijkt in Odessa te wonen en geeft ons zijn telefoonnummer. Het waarom wordt ons niet duidelijk, want bellen zullen we waarschijnlijk toch niet. Wat heeft het voor zin om iemand te bellen als je elkaar toch niet kunt verstaan? In de Oekraïne zijn we een aardige bezienswaardigheid. Zonder uitzondering worden we aangekeken en nagekeken. Als wij dan reageren met ‘dobrý den’ worden de (gouden) tanden bloot gelachen. Vanaf vandaag wordt er ook getoeterd door de auto’s. Fietsen is zo veel leuker dan rondtrekken met de rugtas.

Kryzhopil blijkt een stoffig stadje te zijn met een hotel en meerdere restaurants. We stoppen er voor een lunch van halve kip met brood dat we wegspoelen met halve liters kvas. De rekening bedraagt 34 UAH (€ 3,40). We fietsen op kaarten uit de geweldige Wegenatlas voor de Oekraïne op schaal 1: 500.000 , maar nog steeds kunnen we niet aflezen wat we ergens kunnen verwachten. De kans op een hotel lijkt te worden vergroot door het aantal wegen dat er samen komen. Na Kryzhopil fietsen we door een breed dal, waarin een keten van kleine en grotere meertjes ligt. Bij één van die meertjes stoppen we om er het heetst van de dag te rusten. Onze fietsen zijn misschien een bijzonder vervoermiddel om er mee op het strandje te liggen, maar de locals komen met paard en wagen, wat wij weer erg bijzonder vinden. Hele families nemen een verfrissende duik, stappen weer op de wagen en rijden terug naar waar ze vandaag kwamen. Een andere Oekraïner komt in zijn auto aangereden. Hij is nog aan het aan werk en tussen het grote aantal telefoontjes dat hij pleegt, vindt hij tijd voor ook een paar minuten in het verfrissende water. Hij vindt onze fietser een stuk interessanter en mooier dan de Skoda waarin hij rijdt. Daar zijn wij het mee eens. Misschien ook wel door de vrolijke rode tasjes.

Door bossen en langs rietkragen fietsen we naar Bershad. Onderweg stoppen we ergens voor een koude cola, waarvan we hebben gemerkt dat dit erg lekker is bij zware inspanning bij hoge temperaturen. Vooral Floor gaat als een trein wanneer er een cola of een banaan in gaat. Het motortje krijgt dan een kick-start van jewelste, zodat ik hard moet trappen om d’r bij te houden. Aan de bosrand staan de locals aardbeien, veenbessen en paddenstoelen te verkopen. Om mooi moment om op te merken, dat er in de Oekraïne vaak een wandelaar of een fietser zomaar ergens uit het bos komt zetten. Zo kun je ergens midden in het niets aan het fietsen zijn, wanneer er plotseling een fietser tevoorschijn komt. Waar komt hij vandaan en waar gaat hij naar toe? Het hotel in Bershad heeft een kamer voor 260 UAH (€ 26,-). Eten doen we tussen de lokale jeugd, dat een feestje aan het vieren is, zonder dat er ook maar enige vorm van feestvreugde is te bemerken. Wij vallen ten prooi aan steelse blikken en geroezemoes. Wie zijn die mensen en wat doen ze hier? Het is jammer dat niemand hier Engels spreekt, want het zou wel leuk zijn om meer met de mensen in gesprek te komen.