De nacht is onrustig: het hotel en de plaatselijke discotheek horen bij elkaar, en zelfs oordoppen zijn niet bestand tegen de jeugd van Bershad. Het complex herbergt naast het hotel een kapper, een tandarts en twee restaurants die één keuken delen, waarvan er één tevens café en disco is. Onze gang verbindt de twee restaurants, dus al het eten gaat langs onze kamer, al wordt er weinig uit gegeten: voor de meeste mensen is dat te duur, wat verklaart waarom restaurants zo dun gezaaid zijn.

Een verdiende rustdag
Na de slechte nacht en bijna driehonderd kilometer in drie dagen, met navenant rauwe billen, lassen we een rustdag in. We ontbijten pas om elf uur; met gebaren en de paar woorden die we spreken bemachtigen we tosti’s, sap en koffie, waar de serveerster meer moeite mee heeft dan wij. We zijn stiekem trots dat het ons telkens weer lukt onderdak en eten te regelen.
We zijn stiekem trots dat het ons telkens weer lukt onderdak en eten te regelen.
Aan de waterkant
Bershad is omgeven door water, en aan de oever vinden we een mooie plek in het gras, onder de bomen, met een verfrissende bries. Er zijn een paar moeders, oudere vrouwen met paarsrood geverfd haar, en een stuk of tien jongens van een jaar of twaalf die stoer zitten te roken. Voor de meisjes en jonge vrouwen lijkt de dag vooral om het uiterlijk te draaien: elk half uur het spiegeltje erbij, de haren, de make-up. Het meertje is schoon genoeg om in te zwemmen, al staan er verderop twee fabrieken rook uit te stoten, en we chillen er de hele middag met een boek.
Verder in de serie
‹ Vorige aflevering42. Naar Bershad: hoe oostelijker, hoe vriendelijker11 juni 2010
Volgende aflevering ›44. Naar Balta: de melkwagen, en Odessa op het bord13 juni 2010Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.