We logeren bij het gehucht Champagne, aan de rand van de Hoge Venen. Het is juli en het plateau ligt er koel bij: dit is het hoogste deel van de Ardennen, en met het Signal de Botrange op 694 meter ook het hoogste punt van België. We rijden er een grote lus doorheen, rond de honderd kilometer waarvan een groot deel over onverharde paden. De teller loopt op tot zo’n 1.400 hoogtemeters, verdeeld over twee stukken van elk een dikke vijftig kilometer en ongeveer 700 meter klimmen. Op deze bodem betekent dat: vrijwel voortdurend klimmen of dalen.
Op de wielrenners na ben ik zo ongeveer de enige zonder accu. Wielrennen is hier zowat de nationale sport, en de coureurs rijden niet elektrisch, maar de mountainbikers en de gravelrijders trappen vrijwel allemaal met een motortje. Wat ik altijd zeg is dat ik naturel rij, wat op dit plateau vooral betekent dat ik wat later boven ben. Met deze hoogteverschillen snap ik de accu wel.

Van heggen naar hoogveen
We beginnen in het boerenland: kleinschalige percelen, heggen vol mussen, het soort landschap dat langzaam oploopt naar het open hoogveen waar het gebied zijn naam aan dankt. Hoe verder we naar het noorden rijden, richting Eupen, hoe meer het bos het overneemt. Veel van de fijnsparren staan er dood bij. De droogte van de afgelopen jaren heeft ze verzwakt en de letterzetter, een schorskever, maakt het karwei af; op sommige plekken zijn de aangetaste bomen al preventief gekapt. Even verderop staan beuken en eiken, en wordt het loofbos meteen gevarieerder. De zon valt in stroken door de kronen op een dikke laag mos.
Dit is Duitstalig België. De streek rond Eupen hoort bij de Duitstalige Gemeenschap, en samen met Malmedy werd het gebied na de Eerste Wereldoorlog van Duitsland losgemaakt en bij België gevoegd. Dat verklaart de oriëntatie: je drinkt hier Weizenbier, de horeca is Duitser dan Belgisch, en met Nederlands, Frans en Duits kom je overal uit. Een deel van de route loopt over de Vennbahn, de oude spoorlijn van Aken naar het Luxemburgse Troisvierges die nu een fietspad is, 125 kilometer door drie landen. Als losse rit vind ik de Vennbahn wat saai, maar als verbindingsader om de natuurgebieden in te duiken is hij uitstekend.
Wat opvalt is hoe leeg het is. De Hoge Venen zijn duidelijk rustiger dan de bekendere hoeken van de Ardennen rond Malmedy en Spa. Veel horeca is er niet, dus je bent lang op jezelf aangewezen, maar daar staat tegenover dat je soms het gevoel hebt als enige op de wereld te zijn. In Nederland vind je zulke afgelegen stukken niet.
Sta ik stil, dan hoor ik niets, op één vogel na.

Een panoramaweg over het dak van België
Vanaf Robertville rijden we via Ovifat het plateau op. Na Ovifat zakt de route een dalletje in waar de Bayehon naar beneden komt, met negen meter de op één na hoogste waterval van het land, en klimt daarna weer richting Longfaye. Van daar draaien we van de westkant naar het oosten, en dan opent zich het uitzicht naar het zuiden: een panoramaweg over de hoogtes, met de wolken mooi in de lucht. We klimmen tot rond de 694 meter, het hoogste dat België te bieden heeft.
Waar het asfalt ophoudt, begint de gravel, en hier is dat geen drukte. In het Kroondomein op de Veluwe verdringen de gravelfietsers elkaar tegenwoordig; hier kom ik af en toe een wandelaar tegen en verder niemand. Langs de smalle paadjes staan varens, sommige stukken kaarsrecht, andere kronkelend door het veen.
De dieren laten zich vooral zien via hun sporen. Ik vind uitwerpselen van wat vossen zullen zijn, misschien een hermelijn, en verse wolvenpoep. Er zitten hier drie roedels, hoor ik, met welpen van een maand of twee oud, dus de kans om er een te zien is groter dan anders. Ik zie ze natuurlijk niet. Dat geluk is nog niet aan mij besteed.
Na de laatste hoogtes volgt een lange afdaling naar Sourbrodt, en van daar via Robertville terug. Het is hier ruig, leeg en verlaten, en tegelijk zit je centraal: de Eifel en de rest van de Ardennen liggen om de hoek, wat het plateau een goede uitvalsbasis maakt. Had ik dit maar dichter bij huis, zoveel lege kilometers om lang op de fiets te zitten.

Praktische informatie
Gebied: De Hoge Venen (Hautes Fagnes / Hohes Venn) vormen het hoogste deel van de Ardennen, met het Signal de Botrange (694 m) als hoogste punt van België. Het plateau ligt in het Natuurpark Hoge Venen-Eifel, dat aan Duitse kant overgaat in het Nationaal Park Eifel.
Route: Rond de 100 kilometer met zo’n 1.400 hoogtemeters, grotendeels over gravel, goed te splitsen in twee lussen van elk een dikke 50 kilometer en ongeveer 700 hoogtemeters. Een westelijke en noordelijke lus door boerenland en bos richting Eupen, en een oostelijke lus via Robertville, Ovifat, de Bayehon-waterval, Longfaye en Sourbrodt. Een gravelbike of stevige mountainbike is prettiger dan een racefiets.
Vennbahn: De oude spoorlijn Aken-Troisvierges (125 km, RAVeL-fietspad) is als aparte rit vlak en wat eentonig, maar ideaal als verbinding tussen de natuurgebieden.
Overnachten: In de dorpen rond het plateau, bijvoorbeeld Robertville of Ovifat, vind je vakantiehuizen en kleine logies. Reserveer in het hoogseizoen op tijd; dit is een toeristische hoek.
Voorzieningen: Weinig horeca onderweg, dus neem eten en drinken mee. Met Nederlands, Frans en Duits red je je overal.
Beste tijd: Voorjaar tot herfst. De temperaturen op het plateau liggen lager dan in de omgeving; ’s winters is het er koud en kan er sneeuw liggen.
Plan je reis
- Overnachten in België: vergelijk accommodaties ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit België ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van België ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.