Home EuropaGroot-BrittanniëWalesDertig kilometer Wales op ruim 3 tanks diesel

Dertig kilometer Wales op ruim 3 tanks diesel

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Grindpad langs een rivier door dicht loofbos met bemoste oevers in Waterfall Country bij Ystradfellte in Wales
Grindpad langs een rivier door dicht loofbos met bemoste oevers in Waterfall Country bij Ystradfellte in WalesAlle foto’s uit Wales ›

Om half vijf ’s ochtends rijden we Zierikzee uit. Marijn heeft een nieuwe Mitsubishi voor the great outdoors en het is de hoogste tijd voor een mannenweekend, ik wil ergens lopen waar ik nooit ben geweest, en samen levert dat een plan op dat bij daglicht waarschijnlijk niet overeind was gebleven: een weekend Wales. Twee uur naar Calais, onder het Kanaal door, en aan de andere kant nog vier uur rijden.

De Kanaaltunnel is vijftig kilometer lang, waarvan bijna achtendertig onder zee. Daar merk je niets van. Bij de inrit wordt ons kenteken gelezen, en omdat het systeem ziet dat we ruim te vroeg zijn, krijgen we een trein een uur eerder aangeboden. De Britse grenswacht controleert de paspoorten nog aan de Franse kant, dan stel je je op in rijen, en dan rijd je de trein binnen. Trein is een groot woord: het is een gesloten metalen buis waar de auto’s achter elkaar in staan, zonder raam dat uitzicht geeft. Zodra de deuren dicht zijn wijst niets er nog op dat je op het spoor staat. Je zit in een buis die zich door een buis beweegt. Wij staan achter een camper, dus vijfendertig minuten lang kijk ik tegen de achterkant van een witte muur. Efficiënter dan de veerboot ooit is geweest, en aanzienlijk saaier.

Vanaf Folkestone gaat het door een glooiend Engels landschap naar de buitenste ringweg van Londen, vlak langs Heathrow, en dan naar het westen. Bij de Prince of Wales Bridge steken we de Severn over. Direct daarna verandert er iets. Het land wordt bergachtiger en alle borden staan er in twee talen op. Het Welsh valt niet te ontcijferen. Er lijken nauwelijks klinkers in te zitten, wat een misverstand is, want w en y zijn in het Welsh wel degelijk klinkers. Bij het uitspreken helpt dat niet.

Zonsondergang met roze en blauwe wolken boven een grote kampeerweide met kleine tenten en een rand van bomen bij Brecon in Wales

Vijftien kilometer langs de watervallen

We rijden naar het nationale park Bannau Brycheiniog, dat de Engelsen Brecon Beacons noemen: het eerste echte bergland dat je vanuit Londen tegenkomt, in het zuiden van Wales. Wij beginnen aan de zuidwestkant, in het deel dat Fforest Fawr heet. Daar snijden tussen de dorpen Ystradfellte en Pontneddfechan vier riviertjes zich door de kalksteen naar beneden, en waar hard gesteente op zacht ligt staat een waterval. De Britten noemen die hoek Waterfall Country, en je komt er alleen lopend. Ik heb er een route uit de Rother-wandelgids voor uitgezocht, vijftien kilometer, en die begint bij de betaalde parkeerplaats van Cwm Porth, waar je afrekent voordat je de auto neerzet. Het voelt overgereguleerd.

Op het pad houdt dat gevoel aan. Om de paar honderd meter staat een bord dat ergens voor waarschuwt. Het is vrijdag en het is druk. Wat vooral opvalt is wie er loopt. Groepen twintigers, gezinnen, en nauwelijks iemand boven de zestig. In Nederland is een wandelpad op een doordeweekse dag het terrein van gepensioneerden. De meeste mensen doen hier een kort rondje van parkeerplaats naar parkeerplaats met een waterval halverwege. Bij Sgŵd yr Eira, de bekendste, loopt het pad achter de val langs, tussen de rotswand en het vallende water door. Daar staat een rij. Een paar kilometer verder komen we bijna niemand meer tegen.

Sgŵd yr Eira, een brede waterval die over een rotsrichel in een bosrijke kloof valt, met een ondiepe poel op de voorgrond, Wales

Beneden in de kloof zie je van het landschap eromheen niets. Eiken, hazelaars, veel varens, alles nat en groen, en veel meer water dan ik na deze zomer had verwacht. Wales heeft het niet natter gehad dan wij: van maart tot en met augustus viel er nog geen zestig procent van de normale neerslag, het derde droogste halfjaar sinds 1865, en delen van het land staan nog op droogtestatus. Beneden in deze kloven is daar niets van te merken. Grijze eekhoorns met dikke staarten zijn niet van plan opzij te gaan. Die soort is in de negentiende eeuw uit Noord-Amerika ingevoerd en heeft de rode eekhoorn uit vrijwel heel Engeland en Wales verdrongen. Verder vogels, en weinig anders.

Na Pont Melin-fach wordt het pad slechter. Er liggen zoveel omgevallen bomen overheen dat we er telkens omheen moeten, en juist daardoor krijgen we het omliggende landschap te zien: smalle wegen met hoge heggen erlangs, kleine percelen, een landschap dat uit lapjes bestaat. Die heggen zijn eeuwenoude perceelscheidingen en dekking voor alles wat er in leeft. Ze zijn ook een val. Binnen een halve kilometer liggen langs de asfaltweg een dode ree en een dode das.

Anderhalve kilometer voor het einde loopt de route langs een groot groen veld op het hoogste punt van de wandeling, met een weids uitzicht over de heuvels en over de bergen waar we morgen naartoe gaan. Daar kamperen we, op een veld dat Bryn Bwch heet.

Eenzame wandelaar op een steile graat met gelaagde zandsteenrichels boven een groen dal in de Bannau Brycheiniog in Wales

Wie er loopt

De volgende ochtend is de hemel strakblauw. Een half uur rijden naar Pont ar Daf aan de A470, waar de tweede Rother-route begint: het hoefijzer over de vier hoogste toppen van het park, veertienenhalve kilometer en ruim negenhonderd hoogtemeters. We schrikken van het aantal auto’s. De parkeerplaats zit vol en ze staan tot ver langs de A470 geparkeerd, en als we lopen krijgen we een stoet mensen voor ons die tegen de helling omhoog kruipt. Bij de top van Pen y Fan moet je aansluiten in de rij. Dat deed me denken aan Zuid-Korea, waar wandelen een volkssport is en mensen op zaterdagochtend in file naar een top lopen.

Wie doorloopt is het snel kwijt. De meesten gaan bij Pen y Fan weer naar beneden, en over Cribyn en Fan y Big lopen we grotendeels alleen. Op de hellingen staat geen boom, alleen gras, wat struikgewas en heide die nog volop bloeit. Verder schapen. Overal schapen, tot op de kale toppen, en dat is de belangrijkste reden dat er niets anders opkomt.

Waarom loopt hier zoveel jong volk? Drie dingen verklaren veel. Pen y Fan ligt op een uur rijden van Cardiff, Newport en Bristol en op twee uur van Birmingham, dus binnen bereik van enkele miljoenen mensen. Verder beginnen er jaarlijks ruim driehonderdveertigduizend Britse jongeren aan het Duke of Edinburgh’s Award, waarvan het expeditie-onderdeel een meerdaagse tocht met bepakking voorschrijft; deze bergen zijn daarvoor standaardterrein. En sinds de Countryside and Rights of Way Act, in Wales van kracht sinds 2005, mag je in Engeland en Wales vrij lopen over berg, heide en gemeenschapsgrond in plaats van alleen over vastgelegde paden. De toppen waar wij overheen gaan zijn zulk open access land. In Nederland blijf je op het pad, en het pad is meestal van iemand anders.

Lange rij wandelaars op de vlakke rode zandsteentop van Pen y Fan onder een bewolkte hemel, Bannau Brycheiniog in Wales

Wat me minstens zo opvalt is hoe gemengd de stroom is. Groepen jonge mannen, gezinnen waarvan de vrouwen een hoofddoek dragen, zwarte wandelaars in groepjes en alleen, en daartussen de gebruikelijke witte middenklasse met stokken. Dat is niet het landelijke beeld. Uit onderzoek naar bezoekers van Britse nationale parken komt telkens naar voren dat maar ongeveer één procent van hen een niet-witte achtergrond heeft. Pen y Fan is de uitzondering, en de verklaring staat op de kaart: de berg ligt vlak bij de steden waar die mensen wonen. Er zijn bovendien groepen die er bewust op aansturen, zoals Muslim Hikers, in 2020 begonnen als een Instagram-account en sinds 2021 organisator van massale beklimmingen, ook op deze berg.

De camping voor vannacht ligt twintig minuten noordwaarts, net buiten Brecon: een groot weiland omzoomd door bos, met in een hoek een toiletgebouw, één douche per sekse en een gedeeld keukentje. Verder niets. Geen vakjes, geen slagboom, geen receptie, en ruimte genoeg om je tent ergens neer te zetten waar je niemand hoort.

Op geen van beide velden staat één grote camper. Dat is geen toeval: er is geen verharding, geen stroompaal en geen brede oprit, dus wie in zo’n voertuig rijdt komt hier niet binnen. Wat er wel staat zijn tenten, tientallen, en erachter zit vrijwel steeds iemand van in de twintig. Op een Nederlandse camping bepaalt de witte wand van de buurman het uitzicht en staan de tenten in de hoek waar het gras al op is. Hier loopt het weiland door tot aan het bos.

Twee wandelaars op het brede natte strand van Camber Sands bij eb, met vakantiehuizen en een houten golfbreker op de achtergrond

Terug langs de Engelse kust

Voor een derde wandeling is geen tijd, dus we rijden rustig terug. Wat me op de terugweg pas goed opvalt zijn de huizen. Donkere natuursteen, leisteen tegen de gevels, kleine ramen, en voor vrijwel elke deur een auto op wat ooit een voortuin was. Bomen staan er niet. Het is netjes gebouwd en het oogt somber, ook nu de zon schijnt. Misschien zijn de achtertuinen prachtig.

Op de zuidelijke ringweg van Londen staat één lange file, dus we slaan eerder af en nemen de kustweg langs het Kanaal terug naar Folkestone. Dat is een ander land dan Wales. Kilometers achtereen staan er caravanparks: witte stacaravans en chaletjes dicht op elkaar, geen boom ertussen, alles op zand.

Bij Lydd staan de stacaravans in rechte rijen onder de hoogspanningsmasten die van Dungeness landinwaarts lopen.

Dungeness is een schiereiland van kiezel met twee kerncentrales die allebei zijn stilgelegd en nu worden ontmanteld. Er is hier veel toeristische infrastructuur en weinig geld. Vergane glorie, al vraag ik me af of de glorie er ooit is geweest. Wie in Groot-Brittannië goedkoop op vakantie gaat, gaat hierheen. In Frankrijk ziet zoiets er verzorgder uit, en dat is niet alleen een kwestie van smaak: daar loopt de kustvakantie via campings en gîtes, hier via parken met stacaravans die het hele jaar staan.

In Camber eten we fish and chips, uit een piepschuim bakje in plaats van uit papier. Het strand is druk en de tenten zijn klein, geen Zandvoort of Scheveningen. Ook hier is het publiek gemengder dan ik in Nederland gewend ben. Bij het inchecken in Folkestone biedt het systeem ons opnieuw een vroegere trein aan. Om half twaalf staan we in Zierikzee. Ruim drie tanks diesel, ruim dertig kilometer lopen en veertienhonderd hoogtemeters in anderhalve dag. We zijn bijna korter in Wales geweest dan onderweg.

Schaap op een grazige helling met uitzicht over een breed dal met een reservoir in de verte, Bannau Brycheiniog in Wales
Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Praktische informatie

Heenreis. Utrecht naar Calais is ongeveer 350 kilometer en drieënhalf uur; vanuit Zeeland scheelt dat anderhalf uur. LeShuttle doet Calais-Folkestone in vijfendertig minuten door een tunnel van 50,45 kilometer, waarvan 37,9 kilometer onder zee. Kenteken- en paspoortcontrole gebeuren beide aan de Franse kant, dus in Folkestone rijd je zo door. Kom je ruim voor je geboekte tijd aan, dan biedt het systeem bij de kentekenpaal vaak een eerdere trein aan. LeShuttle rekent per voertuig, inclusief maximaal negen inzittenden, en de prijs hangt sterk af van datum, tijdstip en hoe vroeg je boekt: het tarief Day Trip & Overnight, voor wie binnen een of twee dagen terugkomt, begint rond £69 (ca. €79) retour; de Short Stay Saver voor reizen tot vijf dagen begint rond £104 (ca. €120) per enkele reis; het flexibele standaardtarief ligt daar ruim boven. Van Folkestone naar de Bannau Brycheiniog is het nog ongeveer vier uur via de M25 en de M4, over de Prince of Wales Bridge. De tol op de Severn-bruggen is eind 2018 afgeschaft.

Naam van het gebied. Het nationale park heet sinds april 2023 officieel Bannau Brycheiniog; Brecon Beacons is de Engelse naam die in de praktijk nog overal wordt gebruikt, ook op borden en in wandelgidsen.

Wandeling 1: Pontneddfechan. Rother-route, 15,2 kilometer, 404 hoogtemeters, ongeveer viereneenhalf uur. Start op de parkeerplaats Cwm Porth (256 m), bij Ystradfellte, betaald parkeren, ongeveer £6 (ca. €7). Gratis alternatieven zijn de parkeerplaatsen bij Dinas Rock en Pont Melin-fach, maar Cwm Porth staat onder toezicht en de mooiste watervallen liggen dan direct aan het begin. Onderweg: Sgŵd Clun-gwyn, Sgŵd Isaf Clun-gwyn, Sgŵd y Pannwr, Sgŵd yr Eira (waar het pad achter het water langs gaat, dus je wordt nat), Sgŵd Gwladys en Sgŵd Ddwli Uchaf. De tweede helft, na Pont Melin-fach, is minder goed onderhouden, modderig en deels over steenslag; wij troffen er ook veel omgevallen bomen. Niet geschikt voor kleine kinderen. Pub onderweg: The Angel Inn in Pontneddfechan.

Wandeling 2: The Beacons horseshoe. Rother-route, 14,5 kilometer, 945 hoogtemeters, ongeveer zes uur. De gids vertrekt bij Storey Arms (439 m) aan de A470; wij startten zevenhonderd meter zuidelijker bij de grotere parkeerplaats Pont ar Daf (425 m), waar de meeste mensen staan. De route gaat over Corn Du (873 m), Pen y Fan (886 m), Cribyn (795 m) en Fan y Big (719 m). Pen y Fan is de hoogste top van zuidelijk Wales; de hoogste van heel Wales is Yr Wyddfa (Snowdon, 1085 m) in Eryri, in het noorden. Beide parkeerplaatsen zitten bij mooi weer voor de middag vol en dan wordt er kilometers langs de A470 geparkeerd; bus T4 tussen Brecon en Cardiff stopt bij Storey Arms, ongeveer elke twee uur. De route is volledig onbeschut en wordt afgeraden bij mist of aanhoudende regen. Kaarten voor beide wandelingen: OS Landranger 160, OS Explorer OL 12.

Kamperen. Bryn Bwch Camping, Caefryn, Neath SA11 5UT (pluscode QCVJ+29 Neath): een weiland met een eenvoudig toiletgebouw op 296 meter, het hoogste punt van wandeling 1. Het ligt letterlijk aan de route, ongeveer anderhalve kilometer voor het einde, dus je kunt de wandeling er beginnen en eindigen. Ongeveer £20 (ca. €23) per nacht; via Pitchup wordt vanaf £25 gevraagd. Reken op koude nachten door de hoogte. Ca’s Camping, Ysgubornewydd Farm, Ffrwdgrech Road, Brecon LD3 8LE: groot weiland omzoomd door bos even ten zuidwesten van Brecon, ongeveer twintig minuten van Pont ar Daf, met een eenvoudig toiletgebouw, één douche per sekse en een gedeeld keukentje. Lager gelegen en daardoor merkbaar milder. Op beide staan vrijwel alleen tenten en geen campers. Boodschappen deden we bij een Iceland onderweg.

Terugweg langs de kust. Vanaf de M25 zuidwaarts naar de A259 langs Camber, Lydd, Dungeness, Dymchurch en Hythe naar Folkestone. Rustiger dan de snelweg en ongeveer even snel als er file staat.

Beste tijd. Begin september werkte goed: overdag ruim twintig graden, de heide nog in bloei, en ’s nachts koud genoeg voor een goede slaapzak. Op hoogte kan het ook in de zomer flink afkoelen.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Wales ›

Waar dit verhaal ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Eens per maand in je inbox

Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.

Zonder advertenties

Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter