Georgië | Tbilisi

Vrachtwagens razen vlak langs me heen, terwijl ik mij al slalommend over de snelweg beweeg om de vele gaten te ontwijken. Een harde tegenwind waait stof en gruis in mijn ogen. Auto’s snijden me af of toeteren dat ik opzij moet gaan. De 15 kilometers van het vliegveld naar mijn logeeradres in Tbilisi lijken een eeuwigheid te duren. Wat ben ik blij als ik de veilige binnenplaats op rij en met Georgische gastvrijheid wordt ontvangen.

Na het avontuur op de Balkan ben ik alleen verder gegaan. Vanuit Tirana heb ik het vliegtuig genomen naar Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. In 2010 was ik ook al eens in Tbilisi. Toen vond ik het er fantastisch, hoewel er wel wat aan gedaan moest worden. Ik ben dus benieuwd hoe de stad er na 8 jaar bij staat. Toen was Saakasjvili nog de president en getrouwd met Sandra Roelofs. Zij is de Zeeuwse die first-lady is geworden. Hij wilde van Georgië een Europees land maken met een hoofdstad met internationale allure. Daar mocht wel wat geld aan uitgegeven worden. Saakasjvili is inmiddels exit en ook niet welkom. Na een mislukt gouverneurschap van Odessa bleek de beste man statenloos en woont hij tegenwoordig met zijn Sandra ergens in Zeeuws Vlaanderen.

In het centrum is de vooruitgang zichtbaar. Nog steeds staan veel authentieke houten huizen op instorten, maar er wordt wel grootschalig gerenoveerd. Van bouwval tot hotel. Waren er in 2010 een handjevol hotels, nu zijn ze niet te tellen. Russen zijn de voornaamste bezoekers. Met honderden lopen ze door de straatjes op zoek naar authentieke restaurantjes met authentieke zang en dans. De vele souvenierwinkeltjes doen goede zaken. Een paar grote nieuwe gebouwen, een paar chique hotels en een flamboyant verlichte brug geven de stad een moderne uitstraling. Het lijkt dus best goed te gaan met deze stad. De oudste generatie lijkt de boot echter te hebben gemist. Nergens heb ik zo veel bejaarden zien bedelen en uit prullenbakken zien eten als in Tbilisi. Nooit eerder ook heb ik zo veel oude mensen op straat zien slapen. Overal wordt handel gedreven, al is het maar in een paar sigaretten of zonnebloempitjes om een maaltijd van te kunnen betalen. Buiten de oude stad wonen meerdere gezinnen dicht op elkaar aan vervallen binnenplaatsen. Er is nog een lange weg te gaan.

Tbilisi is een stad met potentie. Het is immers ook de hoofdstad van een van de mooiste landen ter wereld. Het toerisme kan dit land voorspoed brengen. Laten we alleen hopen dat het geen massatoerisme wordt. Daar is nog niets van te merken als ik mij op de fiets richting Armenie verplaats. Op mijn fiets ben ik een bezienswaardigheid. Op de zandwegen een curiosum. Als ik een slimme short-cut gevonden denk te hebben in het grensgebied met Azerbeidzjan, vind de politie het te gortig worden en sturen ze me onverbiddelijk terug naar de hoofdweg om daar te genieten van het aangename vrachtwagengeweld richting Armenië. Opvallend is het grote aanbod van schoonmaakprodukten dat langs de weg wordt verkocht. Bij het ene na het andere kraampje liggen de kiloknallers van de bekende wasmiddelen hoog opgestapeld te wachten op klanten. Armenië moet een proper land zijn. We gaan het ontdekken.

Geef een reactie