3.12 – Mongolië | Het regelen der dingen

Voordat we naar China kunnen zijn er nog wel een aantal zaken die we moeten regelen. Zo hebben we een visum nodig en zou een treinkaartje ook wel handig zijn om weg te kunnen uit Ulaanbaatar. Aangezien het wel zo handig is te weten wanneer we het visum op z’n vroegst kunnen verwachten, is het handig dat we als eerste een bezoek brengen aan de Chinese ambassade aan de Zaluuchuudyn Urgun Chuluu. Omdat we deze straatnaam met de beste wil van de wereld niet kunnen uitspreken, lijkt ons een wandeling er naar toe efficiënter dan een taxirit. Gelukkig zijn we op tijd opgestaan, zodat we redelijk vooraan in de steeds langer wordende rij staan. Op het aanvraagformulier kruizen we het vakje voor een 90 dagen visum aan. Om ons succes op goedkeuring daarvan te vergroten, vullen we in het veld ‘te bezoeken plaatsen’, een aantal ver van elkaar gelegen Chinese steden in. Met uitzondering van Lhasa, dat dan weer wel. Die laatste zou alleen maar tot gedoe leiden bij de goedkeuring van de aanvraag. We laten de aanvraagformulieren en onze paspoorten achter bij een beambte en krijgen te horen dat we vrijdag weer terug kunnen komen om het visum op te halen.

Nu we weten wanneer we ons visum hebben, kunnen we naar het station voor de treinkaartjes. Dit leidt in eerste instantie tot een hoop frustratie, omdat we bij de loketten worden weggestuurd, zonder dat ons duidelijk wordt waarom. Dankzij een behulpzame Mongool komen we er achter dat we bij het International Trainticket Office te moeten zijn, wat diep zit weggestopt in het stationsgebouw. Het loket is echter gesloten, maar onze nieuwe vriend weet raad. Hij blijkt te werken voor een reisorganisatie die gespecialiseerd is in treinkaartjes naar en in China. Dat treft, want wij willen naar China en dan als eerste graag naar Hohhot. Wat volgt is een hoop geregel en geritsel op een voor Mongoolse begrippen bijzonder efficiënte manier. Gesloten loketten gaan aan de achterkant open en al snel bezitten wij kaartjes voor de trein van vrijdagmiddag naar de Chinese grensplaats Erlian. Daar zal een medewerker van zijn organisatie ons opwachten met de Chinese kaartjes naar Hohhot. Voor de wederzijdse identificatie ontvangen we een geplastificeerde voucher, met daarop de naam van de reisorganisatie en de foto van de persoon die ons in Erlian zal opwachten.

Om het succes te vieren belanden we snel op een terras, waar we klinken met de glazen: taktoi! (proost). Met nog genoeg tijd over, besteden we de rest van de dag met andere logistieke zaken. We hebben ducktape nodig om onze tent weer waterdicht te krijgen, leesvoer en een broek voor Floor. Dat laatste blijkt nog een heel probleem te zijn. De Mongoolse meiden hebben een compleet andere lichaamsbouw dan Floor, waardoor ze is aangewezen op het moeilijk te verkrijgen maatje XXL. In maatje S zou je met moeite een tuinkabouter kunnen proppen. Als je geen probleem hebt met T-shirts met Fido Dido print, is de mode hier ook best hip te noemen.

Het versturen van een postpakket is een heel avontuur. Er is een hele procedure voor nodig om een paar boeken en Cd’s naar huis te sturen. Met de gevulde, maar zeker nog niet dichtgeplakte doos begeven wij ons naar de douanebalie in het postkantoor. Achter deze balie werken vijf mensen, waarvan er maar eentje iets doet. De overige vier zijn druk met poederen van neuzen en televisie kijken. Daar wordt de inhoud gecontroleerd en het pakket gewogen. De doos wordt dichtgeplakt en er worden een aantal stempels gezet. enveloppe dichtgeplakt en worden er stempels gezet. Met het nu dichtgeplakte pakket melden we ons bij de postbalie. Het pakket wordt nogmaals gewogen om het tarief te bepalen. Te behoeve van de verzekering, natuurlijk, moeten we in detail opgeven wat er in het pakket zit en wat de waarde er van is. Pas dan worden de postzegels geplakt en wordt het pakket geplaatst tussen de uitgaande post. Het pakket is begonnen met de lange reis naar huis, iets wat wij nog niet van plan zijn.

Leave a Reply

  Subscribe  
Notify of