Het gebergte staat bekend als het mooiste natuurgebied van Centraal-Europa. Dat zijn niet mijn woorden, dat is wat de reisgidsen zeggen. De Nízke Tatry — de Lage Tatra — zijn het recreatiegebied van de Slowaken zelf, en dat merk je: op een zomerse weekendochtend loopt het er vol met gezinnen die de bergpaden opkomen met wandelstokken en gestempelde wandelboekjes.
We rijden vanuit de Malá Fatra via de E50 naar Ružomberok — een industriestad die zichzelf aankondigt met hoge schoorstenen met kenmerkende rode banden, en met buizen van de stadsverwarming die kriskras langs en over de weg lopen. Even ten zuiden liggen de Nízke Tatry.
Bryndzové halušky en een bierbuik vol Pivo
Camping Sedliacky Dvor in Rohozna, even buiten Brezno, is een kleine Nederlandse boerencamping. Dat wil zeggen: het is een camping van een Slowaaks-Nederlandse combinatie, met de intentie om juist Slowaken en Tsjechen te trekken in plaats van Nederlanders. De camping is van Dion en zijn vrouw, die er in 2006 mee begonnen. Ze hebben zes hectare grond, waarvan het grootste deel verpacht aan een lokale boer die Europese subsidie ontvangt. De zwemvijver moesten ze dit jaar opnieuw aanleggen nadat die in een noodweer was weggespoeld. Toch zijn ze hier gelukkig. Terugkeren naar Nederland is een gepasseerd station.
De ochtend van de grote wandeling beginnen we vroeg. Het shopje op de camping verkoopt verse broodjes voor tien cent per stuk. We kopen er vijftien. Omdat de Rohlíky weinig voedingswaarde hebben, vergeten we de kaas en de salami er gelukkig niet bij. Op de route zijn geen horeca gelegenheden te vinden. Ons proviand: tien gesmeerde broodjes, vier mueslirepen, vier stroopwafels en vijfenhalve liter water.
Chopok en Ďumbier
Om halfnegen rijden we naar Srdiecko, op 1.216 meter hoogte aan de voet van de hoogste toppen. Vijf euro per persoon voor een retourticket met de stoeltjeslift naar Chata Kosodrevina op 1.500 meter. Dat scheelt een flink stuk klimmen. Op de bergkam zelf, bij Kamenná Chata, bestellen we een velka kofola en een malinki kofola — de Slowaakse frisdrank die ergens tussen cola en kruidenbitter in zit — en aardappelpannenkoeken met bryndza. Tien euro voor twee personen inclusief drinken.
Daarna de wandeling. Het pad over de kam is geplaveid met grote, vlakke stenen. Boven de boomgrens is er geen schaduw, maar wel een aangenaam briesje. De Ďumbier (2.043 meter) en de Chopok (2.023 meter) liggen op loopafstand van elkaar. Op de top van de Ďumbier stempelen wandelaars hun wandelboekje. Afvinken. Been there, done that. Ten oosten is de Vysoké Tatry zichtbaar; de hoge broer van dit gebergte, aan de grens met Polen.
De afdaling via Chata Kosodrevina is op tijd: de laatste stoeltjeslift vertrekt om circa half vier. We lopen er precies mee. Vijftien kilometer wandeling achter de rug, hoogteverschil 1.300 meter.
Rohozna naar Pribylina
Dag twee op de Nízke Tatry beginnen we op het terras van een café op het plein in Brezno. Koffie is nog maar net op tafel als het noodweer losbarst. De regen valt als een douche, windstoten blazen de terrasparasols om. Binnen besluiten we: we gaan naar de Zapadné Tatry.
We steken de Nízke Tatry over via de Vyšná Boca-pas. Op de zuidelijke helling van het gebergte vallen grote bruine vlekken op: dode dennen, kale stammen tussen het groen. Iets is er aan de hand — een ziekte, een parasiet, of de gevolgen van een orkaan die jaren eerder over Slowakije trok en honderdduizenden bomen sloeg. Aan de noordzijde, in het dal, hangen lage wolken.
Praktische informatie
Hoe er komen: Rohozna / Camping Sedliacky Dvor ligt direct bij Brezno in Centraal-Slowakije, bereikbaar via de E50 uit het westen of de N route van Poprad uit het oosten.
Slapen: Camping Sedliacky Dvor in Rohozna (Brezno) — landelijk, rustig, zwemvijver aanwezig. Circa €12 per nacht. Tent en caravan te huur.
Wandelen Nízke Tatry: Start bij Srdiecko (1.216m). Stoeltjeslift naar Chata Kosodrevina (1.500m) kost €5 retour. Route over de kam naar Ďumbier en Chopok is goed bewegwijzerd en de standaardroute voor dagwandelaars. Neem genoeg water mee — er zijn weinig bronnen boven de boomgrens.
Eten: Op de bergkam serveren meerdere berghutten (chata) eenvoudige Slowaakse maaltijden. Kofola, het alternatief voor cola, is overal te vinden.
Beste reistijd: Juli en augustus. Weekenden zijn druk; doordeweeks rustiger. Onweer in de namiddag is de norm — reken op een vroege start.
Op de top van de Ďumbier staat een wegwijzer met de windrichting: naar Polen, naar Hongarije, naar Tsjechië. Slowakije is klein genoeg om dit vanuit één punt te overzien.
Plan je reis
- Overnachten in Slowakije: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in Slowakije: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.