04 – Marokko | Skoura – Zouala (291 km)

Het is hier stil en koud. We hebben de wekker gezet om 7.30 uur, om van de mooie ochtend te genieten. De besneeuwde toppen van de Hoge Atlas vormen de achtergrond van het palmbos van Skoura, met daartussen verspreid staande lemen huizen. Het ontbijt bestaat uit brood, pannenkoeken en verse jus d’orange. Tussen de vier torens van ons privé kasteel genieten we van het uitzicht over de oase en de witte bergen. In plaats van direct weer te vertrekken, laten we ons begeleiden door de uitgestrekte oase van Skoura. Ons gids is de broer of de neef van de eigenaar van de kashba. Maar misschien ook wel de ‘patron’, wat dat ook mag betekenen. Hij spreekt alleen Frans, maar toch denken we het verhaal goed te kunnen volgen. In de oase van Skoura wonen 30.000 mensen. Dit zou je op het eerste gezicht niet zeggen, maar vanaf een uitzichtpunt kunnen we goed zien hoe uitgestrekt de oase is. Het is een grote groene rechthoek met daartussen een brede rivierbedding, midden in een voor de rest leeg, rood-bruin landschap. Bijna alle gebouwen zijn gemaakt van een mengel van leem en stro. Een deel wordt onderhouden en is bewoond. Een ander deel vervalt langzaam tot stof. De rechte stammen van de dadelpalmen vormen ideale basis voor de constructies.

Ook vandaag is de lucht weer blauw. Er is geen wolkje te bekennen. In onze kleine grijze auto rijden we over kleine zandwegen. Door akkerland, waar maïs, aardappelen, koriander en tomaten worden verbouwd. De palmeria is een collectief stuk van de oase, waar de bewoners dadels kunnen oogsten. Het mag dan in handen zijn van het collectie, het hangt van de familie af hoeveel je er van mag gebruiken. Verspreiding van ziekten wordt tegengegaan door het verbranden van de zieke dadelpalmen. Een lange rij met diepe gaten in de bodem, blijkt te duiden op een 20 kilometer lang ondergronds kanaal, dat water vanuit de bergen naar de oase leidt. Het kanaal is helemaal met de hand gegraven en al minimaal 2.000 jaar oud. Onze tour van ruim 2 ½ uur, wordt afgesloten met de verplichte ‘Berber Whisky’, oftewel zoete muntthee. Ook al hebben we de gids geregeld via ons hotel en hebben we duidelijk aangegeven verder niets te willen, toch kunnen ze het niet laten ons de thee op te dringen in de lokale tapijtshop. Heel toevallig ook weer een neef, oom of wat dan ook van de gids. Het is niet zo maar een tapijtwinkel, het is er een waar we echt niet iets hoeven te kopen. De gastvrijheid is het enige dat telt. Maar heb ik je al verteld waar onze tapijten vandaan komen en dat ze heel voordelig zijn. Hier, ik zal je er een paar voorbeelden van laten zien, enz. Na 15 minuten staan we weer buiten. Zonder tapijt, want wij hoeven geen tapijt en ook geen sieraden, dolken of een mooi boek. We hoeven eigenlijk helemaal niets. We betalen onze gids 150 Dirham voor de tour door de oase, danken hem vriendelijke en zeggen gedag.

Om 12.30 uur rijden we verder. Het is een lange en vooral erg indrukwekkende route door een kaal en droog landschap. In het noordwesten vormen de besneeuwde toppen een langzaam veranderend panorama. Tussen Boulmalne du Dades en Tinghir neemt de dichtheid aan bebouwing toe. Lemen huizen worden afgewisseld met clusters betonnen laagbouw, shopjes en werkplaatsen. Tussen deze lelijkheid staat enige tientallen vervallen en minder vervallen kashba’s, waar deze route haar naam aan heeft ontleent. Na Tinghir rijden we verder naar het oosten, naar Er Rachidia. De bergen in het noorden worden lager. De besneeuwde toppen hebben plaatsgemaakt voor een roodbruine, rauwe kartelrand. De bergketen ten zuiden van ons, waar we al sinds Ouarzazate langsrijden, verkruimelt langzaam tot niets. Af en Het monotone landschap wordt af en toe onderbroken door een oase vol dadelpalmen. Na Goulmima rijden we door een uitgestrekte, grint en kiezel woestijn. Deze monotonie wordt onderbroken door de zoveelste politiepost, waar we om onduidelijke redenen langs de kant van de weg stil moeten staan. In een mengelmoes van Frans en Arabisch krijgen we de ene uitbrander na de ander, afgewisseld met namen van Nederlandse voetballer en hartelijk gelach. We snappen er niets van. Waar we naar toe gaan, is de vraag. Als we zeggen dat we naar Er Rachidia onderweg zijn, leidt dit weer tot een hoop gelach. Regelmatig valt het woord ‘Fraction’. Een woord dat we niet kennen. Plotseling mogen we doorrijden. Dit was een bijzondere combinatie van gezag en gelach.

Voorbij het uitgestrekte Er Rachidia, waar zelfs stoplichten zijn, rijden we over een rode vlakte met niets. De totale rode leegte is indrukwekkend. Als we een punt moeten noemen waar de Sahara begint, zou het hier zijn. Plotseling ligt er een gapende kloof die het rode plateau opensplijt. De kloof strekt zich uit naar alle kanten en is gevuld met een groene waas van miljoenen dadelpalmen. Dit is de Ziz vallei: een route vol weelderige en verrassend fotogenieke landschappen. Wij nemen de afslag naar Zouala en dalen af naar de bodem van de vallei. Daar nemen we onze intrek in een traditioneel Berberhuis, voor 200 Dirham per persoon. Dit is inclusief ontbijt en diner. We zijn de enige gasten in dit grote huis. We worden gastvrij ontvangen en komen niets te kort.

Geef een reactie