3.12 – Oekraïne | Etappe 8: Kamianets-Podilskyi – Murovani Kurylivtsi (111 km)

Geen ontspannen ontbijt in het restaurant van het hotel. Opvallend is dat er vandaag geen koffie is te krijgen. Thee is wat het is. Als dat nou alles was, dan was daar nog wel mee te leven. Helaas staat er ook muziek in de categorie Celine Dion hard aan. Normaal al niet te harden, maar helemaal niet ‘s ochtends vroeg zonder koffie. Het verzoek om de muziek wacht zachter te zetten, leidt dan wel tot het gewenste resultaat, de sfeer wordt er in elk geval niet beter op. De arrogante serveerster is not amused. Hoe durf je dit aan me te vragen, zie je niet dat ik veel beter ben dan jij? De meisjes en jonge vrouwen in de Oekraïne zijn dan wel bijzonder mooi en hebben klasse, hun uitstraling is vreselijk. Zeldzaam zulke neerbuigende types gezien als hier. Het moet echt vermoeiend zijn om vrouw te zijn in dit land. Alles draait hier om het uiterlijk vertoon. Vrouwen worden door andere vrouwen openlijk bekeken en bekritiseerd.

We verlaten Kamianets-Podilskyi in noordelijke richting. Direct buiten de stad is het zoals gewoonlijk weer erg rustig op de weg. We rijdend door een grootschalig agrarisch landschap, waar de graanvelden rood zijn gekleurd van de miljoenen klaprozen. Dit levert een geweldige kleurenpracht op. Hier geen paard en wagens, of boeren met de handen in de aarde. Machines doen hier het werk op de meest vruchtbare bodem van Europa: Chernozem (zwarte aarde). Chernozem is zeer vruchtbaar en heeft geen (kunst)mest nodig. De zwarte aarde is geschikt voor de verbouw van tarwe en andere granen. In de Oekraïne is de zwarte aarde tot 6 meter diep in de bodem te vinden. Naast de weg ligt een brede groenzone, waardoor we in de schaduw kunnen fietsen. Dit is nodig ook, want het begint al aardig warm te worden. We moeten vroeger beginnen met fietsen, want het is nu al 28 graden in de schaduw.

Wat opvalt is dat we geen kerken meer zien die in aanbouw zijn. Ook de bollenkerken lijken te zijn verdwenen. Kerken hebben hier weer een spitse toren, zoals ze dat ook in Nederland hebben. De kwaliteit van de wegen is aanmerkelijk beter dan waar we vandaan kwamen. Waarschijnlijk een combinatie van beter onderhoud (meer geld) en minder strenge vorst om schade aan te richten aan het wegdek. In dit glooiende landschap zijn bijna geen huizen van hout meer te vinden en ook de lintdorpen zijn verdwenen. Op het heetst van de dag, pauzeren we in Dunaivtsi op een terras. Het café is soms open, maar soms ook niet. Niet alleen heeft het de functie van café, waar dus iets kan worden gedronken en gegeten, ook is de wachtruimte voor de bus. Verder is het een winkel waar bier en loten het meest worden verkocht. Op het terras lijkt het eerst alsof we helemaal niet welkom zijn. Als we dan weer weg willen fietsen, blijken ze toch nog te willen weten waar we vandaan komen en waar we naar op weg zijn. Althans, wij denken dat dit de vragen zijn die ze ons stellen. Met een brede lach wordt ons dan een goede reis gewenst. Zo kwaad zijn de mensen hier dus helemaal niet. Ze zijn nogal gereserveerd en kijken het liefst de kat zo lang uit de boom dat die vanzelf er uit valt.

Na Dunaivtsi verandert het landschap dramatisch. Het glooiende landschap maakt plaats voor brede heuvelruggen, waarover de weg ons voert. Meerdere keren moeten we diep en steil naar beneden, om een in de laagte stromende rivier over te steken. In die laagte ligt steevast een dorp of stadje, waarvan de meeste huizen weer van hout zijn. Ook de bollenkerk is terug van weggeweest. Op de kleinschalige stukjes grond wordt weer met de hand gewerkt. Babushka’s in bloemetjesjurken zijn aan het hooien en oude mannen maken vloeiende bewegingen met hun zeis. De Oekraïner is te typeren als ‘ik zeis, dus ik ben’. Dit landschap is erg aantrekkelijk om doorheen te fietsen. Nadeel is alleen dat het ook een stuk zwaarder is. Wat naar beneden gaat, moet helaas aan de andere kant ook weer net zo hard omhoog. Frustrerend gewoon.

Een afdaling brengt ons in Nova Ushytsia, waar we verwachten een hotel aan te treffen. Die is echter verdwenen. Door meerdere mensen wordt ons verzekerd dat we in de volgende plaats meer succes zullen hebben. Er zit dus niets anders op dan aan de andere kant van de laagte weer helemaal omhoog te klimmen onder de brandende zon. Wat zijn we blij met de schaduw dat het gemengde bos ons biedt. Het blijft helaas niet bij die ene klim. We moeten nog twee keer naar beneden en dan weer omhoog, voordat we om 19.30 uur Murovani Kurylivtsi bereiken. Bij een ‘magazin’ vragen we de weg naar het hotel. ‘Njet’ is het antwoord dat we terug krijgen. Blijkbaar wil dat zeggen dat er hier geen hotel is. We zijn best uitgeput en Floor barst in huilen uit. De Oekraïners smelten direct, we zijn tenslotte maar een paar onschuldige, uitgeputte fietsers die het even niet meer weten. In een gebrekkige communicatie kopen we het nodige in de winkel, wat door moet gaan voor ons avondeten: bananen, salami, brood, koekjes en cola. We vertellen dat we uit Nederland komen en dat we op weg zijn naar Odessa. Irina, de eigenaar van de winkel biedt aan om bij haar en haar man (Victor) te overnachten. We kopen nog meer spullen voor het ontbijt van morgen. Het beste brood, de beste salami en de beste kaas wordt ons aanbevolen. De rest mogen we niet kopen, want dat is allemaal oud. Om 21.00 uur sluit de winkel, waarna we met Irina en Victor naar huis lopen. Wij mogen het gastenverblijf gebruiken dat bij hen in de tuin straat. Een dag die in een enorme deceptie leek te eindigen, verandert toch nog in iets positiefs.

Leave a Reply

  Subscribe  
Notify of