Een week keihard zoeken levert vooral de conclusie op dat er in Darwin nauwelijks werk is, behalve mango’s plukken, waar we niet aan willen. Dat geldt hier als berucht rotwerk: het sap uit steel en schil bevat urushiol, dezelfde huidprikkelende stof als in de Noord-Amerikaanse gifsumak en poison ivy, waar plukkers flinke uitslag en brandplekken van krijgen, en dat allemaal in de volle zon zonder schaduw. Dan belt John van Integrated, het bureau dat we bijna hadden overgeslagen, en met hem hebben we voor het eerst met een betrouwbaar uitzendbureau in Darwin te maken: in één telefoontje regelt hij dat we allebei een volledige week kunnen schoonmaken op een legerbasis in Palmerston. Floor laat er een receptiebaan voor lopen, omdat schoonmaken meer uren geeft en we tenminste samen kunnen werken. Het is niet onze roeping, maar het is werk. Ondertussen barst boven Darwin voor het eerst het onweer los, precies samenvallend met de officiële start van het cycloonseizoen. Een paar dagen later staat de knetterdroge bush náást onze camping op Lee Point in brand; we bellen de brandweer, die met back-burning de brandstof vóór het vuur wegbrandt en het zo tot stilstand dwingt.
Zevenhonderd dollar zakken
De autoverkoop wordt een spel van geduld. Een gezin met haast wil onze wagen voor twee maanden reizen en biedt 4.000 dollar op de gevraagde 4.900. Wij zakken naar 4.200, precies genoeg om ons aankoopbedrag terug te verdienen plus twee fietsen, en houden voet bij stuk: yes or no. Na wat heen en weer geappt komt het “yes”, en op de afgesproken ochtend zien we vierentachtig biljetten van vijftig op tafel verschijnen en overhandigen we de sleutels. Pas dan komt de vraag die zij hadden moeten uitzoeken: en de registratie? Die moeten ze in de Northern Territory opnieuw regelen, maar dat hadden ze zelf kunnen weten, en wij zijn overal ook zelf achter moeten komen. Wij zijn een auto armer en 4.200 dollar rijker, meer dan we er zelf voor hebben betaald.
Pas dan komt de vraag die zij hadden moeten uitzoeken: en de registratie?
Zonder auto hebben we transport en opslag nodig. In de BIG W vinden we een simpele tweede tent voor 22 dollar en, tot onze verbazing, mountainbikes voor 90 dollar per stuk. Australië is geen fietsland, dus tweedehands is er niet en dit is de enige keuze. We verhuizen naar een BIG4-camping in Palmerston, het soort commerciële camping dat we sinds Melbourne altijd hebben vermeden, maar dat in het laagseizoen meevalt: groen gras, schaduw en ruimte voor 22 dollar, op fietsafstand van het werk.
In deze serie: Australië
- 153. De afbouw in Darwin: spullen naar huis, de auto te koop en de laatste Mindil Beach Market
- 154. Reptielen aan de tentflap: de frilled lizard en de olive python
- 155. Werk tussen de tanks en de verkoop van de auto
- 156. Schoonmaken op de legerbasis en de build-up die losbarst
- 157. De laatste weken: een bungalow, ontslag en afscheid van Australië
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.