Schoonmaken op de legerbasis en de build-up die losbarst

Published: Updated: 0 comments

Met de fiets rijden we vijf kilometer naar Robertson Barracks, waar ons werk bestaat uit het schoonmaken van toiletten, douches en kantoren van de militairen. Het is bizar dat wij als buitenlanders op een militaire basis mogen werken: een grenspost naar Nederland vergt een antiterrorismeverklaring, maar hier lopen we met een vodje papier als pas tussen de tanks en langs de half geheime plekken zonder dat iemand ons iets vraagt. We moeten zelfs de kamer van de generale staf schoonmaken, waarop een scherpere officier zich hardop afvraagt of dat eigenlijk wel kan, want wij zijn nooit gescreend. Niemand blijkt er een antwoord op te hebben, en we poetsen gewoon door. Zo komen we op plekken die ons een onverwacht inkijkje geven in de militaire mores. Het is niet mijn wereld. De jonge soldaten hebben weinig op met een schoonmaker, maar het is vooral een vreemde wereld, waarin de dagen vullen met wachten en waarin ik de wc’s soms poets met een felgroene green tree frog met oranje kleefpoten op mijn schouder. Rond de prullenbakken schuimen dingo’s, in een grote kooi zit een wedge-tailed eagle als mascotte van een eenheid, en op de eerste dag loop ik met een lekke band de vijf kilometer terug door de tropische hitte.

Al snel valt er een echte Australische feestdag: Melbourne Cup Day. De paardenrace zelf duurt vijf minuten, maar er gaat een vermogen aan gokgeld in om, en zowat het hele land legt het werk neer om te kijken; wij doen dat mee op de basis, waar de collega’s hapjes hebben meegebracht. Een lift terug is zo geregeld, want een Australiër laat je nooit langs de weg staan.

Vier koude douches per dag

Ondertussen is het klimaat het echte verhaal. De build-up voert de hitte en de vochtigheid gestaag op, tot 32 graden bij tachtig procent, en ’s nachts koelt het niet meer af onder de dertig. In de tent, zonder zuchtje wind, vallen we badend in het zweet in slaap en worden we zo weer wakker, met jeukende uitslag van het niet meer opdrogen. We staan vier keer per dag onder een koude douche, weken na het werk een uur in het zwembad en smeren ons in met een lokaal recept van babyolie en dettol tegen de sandflies. Na tien maanden kamperen is het genoeg: als er in het winkelcentrum een kamer te huur hangt, hebben we er binnen tien minuten een, bij een alleenstaande vader, met airco om te slapen en een koele spa in de tuin. Precies op tijd zijn we uit de bush, want in Kakadu is het inmiddels 39 graden en in Alice Springs 42.

In de tent vallen we badend in het zweet in slaap en worden we zo weer wakker.

Dan, op de fiets naar het werk, barst de eerste echte tropische bui los. De bliksem slaat om ons heen en de regen komt als één massieve waterval naar beneden, en we komen als verzopen katten maar lachend op het werk aan, waar de collega’s ons droge shirts lenen. De hele dag blijft het bewolkt en heerlijk koel, en we merken meteen hoeveel energie we terugkrijgen. Opvallend is dat de locals meer last van de hitte lijken te hebben dan wij, waarschijnlijk omdat wij ons lichaam nooit aan de airco hebben laten wennen; de meeste Australiërs leven dag en nacht op 25 graden en krijgen buiten telkens een klap warmte voor hun kop.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie