Home EuropaFrankrijkCorsicaWandelen rond Corte: van de Paglia Orba tot de meren van de Restonica

Wandelen rond Corte: van de Paglia Orba tot de meren van de Restonica

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Wandelaars rusten op een rotsachtige top bij Albertacce, Corsica
Hikers rest on a rocky mountain peakAlle foto’s uit Corsica ›

Na twee weken kust rijden we via Ponte Leccia en de kloof van de Scala di Regina naar Albertacce, een bergdorp waar we een hotelkamer als uitvalsbasis hebben geboekt. Het hotel doet wat het moet doen en verder niets. De receptie is onbemand, de sleutel ligt klaar. We zetten de tassen neer, lopen weer naar buiten en horen de deur achter ons in het slot vallen. Alles ligt binnen, de telefoons ook, en we zijn nog geen minuut in de kamer geweest. De zus van de eigenaresse woont gelukkig recht tegenover het hotel en heeft ons zo weer binnen.

Omkeren onder de Paglia Orba

De nacht is kort. In de straten van Albertacce lopen koeien vrij rond, en de honden van het dorp doen hun best ze weg te blaffen. De koeien trekken zich er niets van aan, wij wel. Om half acht zitten we in de auto. Vandaag staat de Paglia Orba op het programma, 2.525 meter, de langste en zwaarste tocht die we deze reis plannen. Rother geeft de route een zwarte kleur.

De auto staat in een haarspeldbocht op 1.329 meter, een stuk onder de Col de Vergio. Er wachten ons 1.350 hoogtemeters. Het pad begint in een dal met oeroude dennen, en overal liggen gevallen stammen met kale, door de zon gebleekte wortels, zo lukraak neergegooid dat het op een installatie lijkt. Beekjes vallen in trappen langs het pad omlaag. Boven ons steken de kammen als de stekels op een drakenrug omhoog.

Op 1.991 meter ligt de Refuge Ciottulu di i Mori, een vaste stop op de GR 20. Hier gaan we van de hoofdroute af. De refuges bieden slaapzalen of een klein kampeerveld. Voor wie de GR 20 loopt is dat handig, maar na een dag buiten ’s avonds met tientallen, soms honderd anderen op een kluitje zitten, trekt ons niet.

Voorbij de refuge verandert de tocht. We klauteren langs loodrechte, roodbruine wanden, over enorme blokken en over smalle richels. De enige markering is nog een steenmannetje hier en daar. Steeds vaker vragen we ons af of dit nog de route is, en of we hier wel moeten zijn. Het uitzicht is enorm, maar de diepte naast ons groeit. Mette zegt als eerste dat het genoeg is, ik kort daarna. Een uitglijder op deze plek overleef je niet, en dat is de top niet waard.

De top van de Paglia Orba zien we alleen van onderen.

Meren en kloven

De volgende dag rijden we nog een keer twaalf kilometer de Col de Vergio op, nu tot het boswachtershuis van Poppaghia. Van daar loopt een pad naar Lac de Nino. Zoals bijna overal op Corsica gaat het eerst flink omhoog, 730 meter over stenen en rotsblokken. Kort voor de top zien we het gat in de rotskam dat we de dag ervoor vanaf de andere kant zagen. Boven ligt een meer in een open vallei, met hoge bergen eromheen en graslanden waar runderen en vooral halfwilde paarden grazen. Zo’n vallei kennen we eerder uit Mongolië of Kirgizië dan van een Middellandse Zee-eiland. Na dagen tussen torens van graniet is dit plotseling eenvoudig en wijd. De klim ernaartoe vinden we eerlijk gezegd wat eentonig. Op Corsica ben je bijna altijd aan het stijgen of dalen, en dat proef je bij elke tocht.

Via Corte rijden we naar Poggio-di-Venaco, een piepklein dorp waar we een eenvoudige, ruime woning met eigen keuken hebben voor twee nachten. Ik moet daar wat werk afmaken. ’s Nachts blijkt het dorp minder slaperig dan het eruitziet: auto’s die komen en gaan, slaande portieren, rolkoffers over de stenen, en in het restaurant onder ons gaat het feest door tot middernacht.

De Vallée du Tavignano begint in Corte en is een van de indrukwekkendste kloven in de omgeving. Het pad loopt hoog langs de wand, met ver beneden ons groene poelen en boven ons grijze kliffen waar je liever niet te lang naar omhoog kijkt. Halverwege kiezen we een zijpad dat we op Maps.me hadden gezien en dat lager langs de rivier lijkt te lopen. Dat blijkt een goede gok. We komen er niemand tegen, en het pad gaat langs poelen, watervalletjes en stroomversnellingen. Het water is ijskoud. We gaan er toch in, zonder kleren, want er is niemand die het ziet.

Die avond gaan we zelf naar beneden, naar het restaurant onder de kamer. Ik bestel eend, Mette kip, en zoals altijd ruilen we halverwege. De volgende ochtend pakken we in en rijden de Vallée de la Restonica in, voor de bekende tocht naar twee bergmeren, Lac de Melo en daarboven Lac de Capitello. Een smalle weg kronkelt vanuit Corte omhoog tussen rotswanden en bos, met de rivier ernaast vol heldere poelen. Van alle dalen op dit eiland is dit voorlopig het mooiste.

Maar het is zondag. Corte ligt vlakbij, de parkeerplaatsen zijn vol, en de 600 meter naar boven klimmen we in een rij met honderden anderen. Beide meren liggen tussen steile rotsen en het water is helder tot op de bodem. Toch blijft er weinig van hangen. Wat ons in deze bergen trekt is stilte, en die is er vandaag niet. Na afloop zetten we koers naar Asco, waar de hoogste toppen van het eiland boven de weg uitkomen.

Het water van Lac de Melo is helder tot op de bodem, en langs de oever lopen honderden anderen met ons mee.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Praktische informatie

Hoe er komen: Albertacce ligt aan de weg naar de Col de Vergio, vanaf Ponte Leccia door de Scala di Regina. In de Restonica konden wij in 2021 met de auto tot de parking bij de Bergerie de Grottelle. Na de stormen Ciaran en Domingo in het najaar van 2023 was de vallei tussen de brug van Tragone en Grottelle grotendeels onbereikbaar, en zette de Collectivité de Corse een pendelbus in: de C13 vanaf het station van Corte. Die reed per 1 augustus 2026 weer normaal. Kijk voor vertrek hoe ver de weg open is voor auto’s.

Slapen: Twee nachten in een hotel in Albertacce met onbemande receptie, twee in een woning met keuken in Poggio-di-Venaco, boven een restaurant dat ’s avonds lang open blijft.

Wandelen: Rother 81, Paglia Orba (2.525 m): start Le Fer à Cheval op 1.329 m, 17,3 km, 8.30 uur, 1.350 m stijgen, zwart. Voorbij de Refuge Ciottulu di i Mori alleen steenmannetjes en klauterwerk. Rother 76, Lac de Nino (1.743 m): start Maison forestière de Poppaghia (1.076 m), 11,5 km, 4.45 uur, ca. 730 m, rood. Rother 74, Vallée du Tavignano: start parking in Corte (450 m), 12,3 km, 4.30 uur, ca. 450 m, blauw. Volgens Visit Corsica is het pad oranje gemarkeerd (Mare a Mare Nord), het hele jaar te lopen, en ligt de passerelle de Rossolino op ongeveer 2 uur en refuge A Sega op 5 uur. Rother 70, Lac de Melo (1.711 m) en Lac de Capitello (1.930 m): start Bergerie de Grottelle (1.370 m), 6,7 km, 3.30 uur, ca. 600 m, rood. Meer over de Rother-gids in wandelen op Corsica.

Beste reistijd: Ga niet op zondag naar de Restonica. Op de GR 20 zijn de eerste weken van juni en september het drukst; de refuges zijn in 2026 bewaakt van 16 mei tot en met 4 oktober.

Nog weten: Wie op de GR 20 in een refuge wil slapen of bij een refuge zijn tent wil opzetten, moet vooraf reserveren via pnr-resa.corsica, sinds 2026 ook voor bivak met eigen tent. Wildkamperen op de GR 20 is verboden.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Corsica

Meer foto’s uit Corsica ›

Waar dit verhaal ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Eens per maand in je inbox

Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.

Zonder advertenties

Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie