China

China ligt in het oosten van Azië, met ruim 1,3 miljard inwoners. Het land grenst onder andere aan Rusland, Mongolië, Zuid-Korea, Vietnam, Thailand, Myanmar, Nepal, Pakistan, Kazachstan en de Oost-Chinese zee.

Grotendeels heeft China te maken met een gematigd weerklimaat, maar vanwege de grootte van het land verschilt het klimaat per regio. In het noorden heb je lange winters en korte zomers, in het midden van het land vooral gematigd klimaat met aangename zomers en winters met temperaturen rond het vriespunt. Het zuiden heeft een subtropisch klimaat en er valt dan ook veel neerslag. In het oosten heb je te maken met een bergklimaat omdat je net tussen de uitlopers komt van het Himalaya gebergte.

4.45 – China | Naar de grens met Vietnam

Vandaag is de grote dag aangebroken dat we naar een nieuw land gaan. We zijn China na zeven weken inmiddels ook wel goed zat. Kunming heet in China ‘de stad van de eeuwige lente’ te zijn. Een stad met relatief frisse lucht. Dat is dan wel erg relatief, want wij vinden het hier vreselijk stinken. We hebben zware benen en onze kelen doen zeer. We zijn er gewoon chagrijnig van. Daarom doen we er verstandig aan goed gebruik te maken van het ontbijtbuffet van het hotel. Het cultuurverschil tussen de Chinezen en westerse toeristen is overduidelijk. De westerlingen laden de tafel vol met brood, beleg, eieren, worstjes, fruit, yoghurt enz. De Chinezen gaan zich te buiten aan mie, nasi, mie en nog meer mie. Wij vinden mie niet behoren tot de eetbare producten en al helemaal niet als ontbijt. In het hotel is een schoonheidssalon, waar we onze haren voor 10 RMB (€ 1) kunnen knippen. Wel zo fijn om straks goed verzorgd in Vietnam aan te komen.

Voordat de bus vanavond vertrekt hebben we nog een aantal projecten uit te voeren. We hebben Amerikaanse dollars nodig, willen een CD met Chinese muziek kopen en een kettingslot, maar bovenal willen we nog goed eten voordat we in de bus stappen. Het verkrijgen van dollars blijkt een hele uitdaging. Om de creditcard te kunnen gebruiken moeten we naar een groter kantoor van de Bank of China. Daar moeten eerst RMB’s worden opgenomen, waarna deze weer kunnen worden omgewisseld in dollars. Een snelle berekening maakt duidelijk dat we op 500 dollar, 4 dollar zouden verliezen. Dat vinden we nog wel acceptabel. Het is belangrijk dat we voldoende biljetten van lage waarde krijgen en ook dat alle biljetten zo goed als nieuw zijn. In Mongolië hebben we geleed da biljetten van te oude series niet of moeilijk worden geaccepteerd. Het kopen van de CD is een fluitje van een cent, omdat we de naam van de zanger eerder in Chinese karakters hadden laten opschrijven. De ‘special edition’ kost maar 16 RMB (€ 1,60) Kun je het je voorstellen? Een officiële CD voor maar € 1,60! Dat is goedkoper dan een lege CD in Nederland. We zouden er hebberig van worden, ware het niet dat we niet weten wat we met al die spullen zouden moeten. Waar zouden we ze überhaupt moeten laten? Een huis hebben we niet en onze rugtas is te klein. Het derde project, het kopen van een kettingslot om onze rugzakken mee te kunnen vastleggen, is een heel stuk lastiger. Sloten genoeg, maar een kettingslot. Pas toen we 10 RMB (€ 1) boden voor een stuk ketting in een werkplaats was ook dit probleem opgelost.

Met drie van de vier opdrachten succesvol afgerond, staat niets ons nog in de weg om nog eens flink te genieten in het City Café. We bestellen ieder een döner kebab, een bananentaart en alsof het nog niet genoeg is ook nog een groot bord patat met ‘echte’ mayonaise. Vol is daarna ook echt vol. De trip naar het busstation is een ramp. Het verkeer in de stad staat muurvast. De drukte in de Chinese steden is werkelijk verschrikkelijk. Ze hebben geen tijd te verliezen om massaal te investeren in metrosystemen. Alle steden in China zijn groot, dus dat betekent nogal wat. Momenteel zijn er ongeveer 200 miljoen auto’s in China. De Chinese overheid voorspelt dat dit er over 20 jaar 1,2 miljard zijn. Dat is echt niet meer normaal. Dat kan helemaal niet. Niet alleen vanwege de drukte, maar ook vanwege de vervuiling.

De bus van Kunming naar Hekou, aan de grens met Vietnam, vertrekt om 20.00 uur en is een geheel nieuwe ervaring. Het is een zogenaamde ‘sleeper bus’, met drie bedden, tweehoog, naast elkaar. Wij hebben een erg smal tweepersoons bed. Je moet er toch niet aan denken dat je dat bed moet delen met een vreemde. Je wilt echt niet naast een zwetende en snurkende Chinees liggen. We hebben al snel contact met een Engels-Chinees stel (Phil en Yan) en een meisje uit Nieuw-Zeeland (Jennifer). Gedurende de busreis kreeg Phil een acute voedselvergiftiging omdat hij heeft gegeten bij de Pizza Hut. Hij woont al een paar jaar in China, zonder problemen te hebben met het Chinese eten. Een van de weinige keren dat hij iets westers eet gebeurt er dit. Ze staan op het punt om de bus te verlaten en de reis naar Vietnam af te breken, maar gelukkig hebben wij Norit. Nog veel gelukkiger is de fenomenaal snelle werking van dat spul. Niet alleen kan de reis worden voortgezet, wij hebben direct ook een band en besluiten samen door te reizen naar Sapa in Vietnam. De nacht is onrustig. Het is bijna onmogelijk om te slapen in de kleine bedden in de een heen en weer slingerende bus en al het getoeter. Om 7.00 uur komen we in de stromende regen aan in Hekou.

4.44 – China | Terug in Kunming

De busrit terug naar Kunming kost 64 RMB (€ 6,45) per persoon en neemt vijf uur in beslag. Dit komt voornamelijk door de vele willekeurige stops, waarvan het waarom niet is te achterhalen. Logica is in China nou eenmaal een onbekend fenomeen. Om 13.00 uur komen we aan in Kunming. Wel op een ander busstation dan waar we een paar dagen geleden van zijn vertrokken. We hebben dus ook geen idee waar we ergens zijn. Daar zouden we moedeloos van kunnen worden, maar dat kunnen we ook niet doen. We delen daarom een taxi met twee Chinezen die ook naar het Camellia Hotel willen. Daar nemen we een kamer voor een nacht, waarna we onze paspoorten ophalen met daarin het visum voor Vietnam. Op het juiste busstation kopen we vervolgens kaartjes voor de nachtbus van morgen naar Hekou. Deze kosten 90 RMB (€ 9,10) per stuk.

Het straatbeeld in Kunming is anders dan wat we elders in China hebben gezien. Er zijn veel oorlogsinvaliden. Waarschijnlijk slachtoffers van de oorlog tussen Vietnam en China in de jaren tachtig. De oorlog waardoor er nog steeds geen treinverbinding bestaat tussen die landen, terwijl er wel een mooie spoorlijn ligt. Op straat worden we gechoqueerd door mensen met de meest vreselijke handicaps. Het allerergste dat ik zien is een man met een vergevorderd stadium van Elefantiase (olifantsziekte), die als een soort olievlek op straat ligt. Echt vreselijk! Geld geven vinden we normaal gesproken geen oplossing, maar als iemand zoals hij overduidelijk niets anders kan dan bedelen, dan geven we met alle liefde wat van onze rijkdom. Of moeten we misschien eigenlijk veel meer doen dan dit? Het is opvallend dat er geen gehandicapte vrouwen zijn te zien. Minder positieve gedachten bekruipen ons hierbij. Zouden dat soort vrouwen actief uit de samenleving worden verwijderd? Of jonge en misschien zelf op oudere leeftijd? We weten het niet en zullen het ook niet weten.We struinen wat door de universiteitswijk, dat een stuk fijner en relaxter is dan de rest van Kunming. Wij vinden Kunming eigenlijk maar een vieze, grote, drukke en weinig aantrekkelijk stad. We hebben gehoord dat er in de buurt van de universiteit een boekwinkel is die Engelstalige boeken verkocht: Manderin Books. We zijn op zoek naar een Engels woordenboek. Wanneer we Engelse boeken lezen komen we geregeld woorden tegen die we niet kennen. Een woordenboek is dan wel zo handig. Niet alleen slagen we in de aanschaf van het woordenboek, ook kopen we een aantal tweedehands Engelse boeken. Het ruilen van boeken is niet altijd mogelijk, dus wanneer zich de gelegenheid voordoet dat er Engelse boeken zijn te krijgen, grijpen we die kans direct. In een copyshop laten we voor 26 Yuan (€ 2,60) een tweetal kopieën van het dagboek maken. Het dagboek is misschien wel ons meest kostbare bezit. We moeten er niet aan denken dat het verloren gaat. Voor de zekerheid sturen we dan ook één kopie naar huis.

‘s Avonds eten we in het City Café, dat vlak naast ons hotel ligt. Een erg leuk en lekker tentje, waar de meisjes verlegen worden als Jeroen er binnenkomt. Op de hotelkamer kijken we als afsluiter nog naar Channel 9, het Engelstalige kanaal van de Chinese staatstelevisie, waar een documentaire over gemengde relaties wordt uitgezonden. Heel toevallig is de documentaire opgenomen in Yangshuo. Het is opvallend dat alle gemengde relaties bestaan uit Chinese vrouwen met blanke mannen. Al die mensen lijken erg gelukkig met elkaar te zijn. Het blijft apart dat er schijnbaar geen westerse vrouwen zijn die een relatie hebben met een Chinese man. Wij zijn ze in elk geval niet tegengekomen.

4.43 – China | Een dag in Dali

We struinen wat door en door de kaart van Dali vinden we een bijzonder lekker plekje. Een park, helemaal verscholen, waar de lokale bevolking komt om thee te drinken en spelletjes te spelen. Het lukt ons een eigen tafel met stoelen te bemachtigen, om net als de Chinezen in alle luxe en rust thee te drinken. De Chinezen vinden het geweldig dat we hier zitten. We worden door iedereen vriendelijk begroet en we worden veel toegelachen. We vinden het dan ook erg relaxed om hier te zitten en in het dagboek te schrijven en een boek te lezen. Voor de lunch lopen we even naar de afhaal. Eten in China is vaak een feest. Onze favoriete gerechten zijn: geroerbakte aubergines, roerbakmix van ei en tomaat en kip met cashewnoten (in het Chinees wordt die laatste vertaald met ‘de kip die over de berg vliegt’. In Yangshuo was de eend met sinaasappel erg lekker. In Dali eten we bijzonder lekkere appel- en chocoladetaart. In het City Café in Kunming konden we erg lekker westers eten: pasta, döner kebab, sandwiches, burrito’s . Wauw. In China hebben we over het algemeen erg gezond en goedkoop gegeten. We proberen wel om met een westers ontbijt te beginnen en een uitgebreide lunch tussen de middag. Kant- en klaarmaaltijden eten we alleen in de trein. Deze miepakketten die je klaar moet maken met kokend water zijn eigenlijk niet te vreten. Read More

4.42 – China | De omgeving van Dali

Dali wordt hoofdzakelijk bewoond door De Bai, een minderheidsgroep, die in hun klederdrachten de straten bevolken. De mannen maken met hun grote hoeden op hun karaktervolle en verweerde koppen de meeste indruk. Het lijken overigens ook vaak de Han-Chinezen te zijn die zijn verkleed zijn als Bai, om de vele toeristen te behagen. Het ommuurde oude deel van Dali is opgebouwd uit rechte straten, kanalen en bruggetjes. Zoiets als de historische binnenstad van een kleine Nederlandse stad, alleen dan met kneuterige, Chinese huizen.

Voor 10 RMB per stuk, huren we een paar fietsen om de omgeving te verkennen. We fietsen naar het Erhai meer ten oosten van de stad. We rijden langs rijstvelden waar de arbeidsintensieve oogst in volle gang is. Het is erg mooi te zien hoe de mensen in de Erhai vallei aan het werk zijn tussen de groene tinten op het veld en hoe de rijstkorrels op de weg te drogen worden gelegd. Helaas is het fietsen zelf maar weinig succesvol. Langs het meer ligt geen weg, zodat we alleen van een afstand kunnen zien hoe de visser op het meer gebruik maken van tamme aalscholvers om vissen mee te vangen. De wegen zijn veel te druk, luidruchtig en gevaarlijk. Niemand houdt hier rekening met een fietsers dus we houden er al snel mee op.

Een wandeling in de Cangshan bergen lijkt daarom een beter plan. Met de bus rijden we naar een plek, vanaf waar het nog eens drie kwartier lopen is naar een kabelbaan. Continue worden we aangesproken door taxichauffeurs die ons wel naar boven willen brengen en niet lijken te begrijpen dat we geheel voor onze lol aan het wandelen zijn. We delen de kabelbaan cabine met een groep stedelijke Han-Chinezen op tour, die met hun gele petjes en hoog opgetrokken flodderbroeken een vrolijke indruk maken. Net als wij laten ze zich vervoeren naar een beroemde waterval. De grap is alleen dat er geen water is. Geen water betekent ook geen waterval. Toch maakte dit voor de Chinesen geen enkel verschil. Massaal schoten ze hun verplichte geposeerde foto, waarvan de essentie echter volledig ontbrak. Alhoewel, we hadden al eerder geconcludeerd dat de geposeerde Chinees juist de essentie is van de foto.

Voor ons is de waterval de start van de 11 kilometer lange wandeling over het ‘Cloud Path’ in de ‘Cangshan Mountains’. Een wandeling over een verlaten pad met weinig interessante kenmerken, behalve dan de fraaie uitzichten op het Erhai meer dat in de diepe ligt te schitteren. Dit heeft ook wel te maken met de opzet van het pad. Een geasfalteerd pad dat zich geheel vlak langs een berghelling slingert kan geen uitdaging worden genoemd. Chinezen lijken niet te begrijpen dat er een direct verband bestaat tussen de uitdaging en de belevingswaarde. De stoeltjeslift weer naar beneden is eigenlijk het leukste onderdeel, omdat we over een grote begraafplaats tussen de bomen zweven. De achterstraten van Dali zijn kleurrijk door de overdadig bloeiende bougainville, het maïs dat op de weg ligt te drogen en enorme hoeveelheden rode pepers die op de trottoirs zijn uitgestald.

4.41 – China | Van Kunming naar Dali

Het Camellia Hotel hanteert een bijzonder relaxte check-out tijd van 14.00 uur. Dit betekent dat we ongehaast kunnen uitzoeken hoe we in Dali kunnen komen, terwijl we onze spullen nog op de hotelkamer hebben staan. We zijn namelijk eigenwijs en zoeken graag zelf uit hoe we ergens moeten komen. De bussen naar Dali rijden de hele dag door. De reis van vijf uur kost 65 RMB (€ 6,55) per persoon. Na enige moeite komen we er ook achter dat er geen treinverbinding is met Vietnam. We zullen dus met de bus moeten. Vanaf Kunming vertrekken er een aantal keren per dag bussen naar de grensplaats Hekou. De nachtbus zal 90 RMB (€ 9,10) per persoon kosten en zal negen uur duren, waardoor de we de grens met Vietnam ”s ochtends kunnen oversteken. We besluiten pas een kaartje voor de bus naar Hekou te kopen wanneer we weer terug zijn in Kunming.

Nadat we dit alles hebben uitgevonden gaan we terug naar het hotel om onze bagage op te halen. Om 14.30 uur halen we ons paspoort op bij het consulaat van Laos. Nu met een prachtige sticker van Laos erin bevestigd. Onze paspoorten beginnen er steeds interessanter uit te zien. We geven onze paspoorten af bij het Vietnamese consulaat, waarna we weer op de bus stappen naar het busstation. Hier kopen we kaartjes voor de bus naar Dali die over 15 minuten vertrekt. Wie beweerd er dat reizen in China moeilijk is? Voor de verandering lijken we dit keer een snelle en zo op het oog comfortabele bus te hebben. Nu moeten we de stad nog uit zien te komen. Dat valt in deze verkeerschaos nog niet mee. Ook hier zijn weer van die Chinese monsterprojecten aan de gang. Nieuwe snelwegen worden hier direct dubbeldeks uitgevoerd. Het resultaat voor nu is een gigantische verkeerschaos, maar straks oh zo fijn. Stapvoets rijden we door een stoffig en uitgestrekt bedrijventerrein, wat gespecialiseerd is in natuursteen. Overal staan beelden, grafstenen en liggen platen natuurstenen bestemd voor de buitenlandse markt. Hier betaal je voor een grafsteen € 60,-, terwijl daar in Nederland € 1.000,- voor moet worden betaald. Iets gaat er niet goed, of juist wel voor de handelaar.

Ondanks het uiterlijk van de bus, blijken we niet in de express-bus te zitten. Dit betekent dat de chauffeur om de haverklap moet stoppen om stempels te verkrijgen. De vertraging die we hierdoor oplopen, wordt ruimschoots goed gemaakt op de delen van de nieuwe weg die al zijn opengesteld. Daar maakt onze chauffeur gebruik van het strakke asfalt om het gaspedaal zo ver in te drukken dat we als een maniak over de nagenoeg lege weg scheuren. Het is natuurlijk wel een tolweg. Dit is niet zo vreemd in een land waar voor bijna alle wegen buiten de dorpen en steden moet worden betaald. Mocht je als toerist al met de auto door China kunnen of willen reizen, dan zetten wij vraagtekens bij het genot daarvan. Je zult een godsvermogen kwijt zijn aan de enorme tol die er om de haverklap moet worden afgedragen.

We komen in het donker aan in Dali. In Dali New City welteverstaan. Wij zijn goed geïnformeerd, waardoor we niet de fout maken te denken dat we er al zien. Wij willen naar Dali Old City. Omdat het al donker is, houden we een taxi aan om ons naar het oude deel van Dali te brengen. Het is een rit van 30 minuten. Zoals gewoonlijk wil de taxichauffeur ons naar een hotel van één van zijn relaties brengen. Daar doen we niet aan mee, want we weten waar we naar toe willen. Als we het idee krijgen dat hij maar wat aan het rijden is om de meter te laten doorlopen, stappen we uit. We zijn in Kunming getipt over een goed hotel. Deze heeft echter geen kamers meer vrij, waardoor we noodgedwongen een kamer nemen in een naastgelegen hotel. Voor 30 RMB (€ 3,00) krijgen we daar een simpele kamer naast veel te gore toiletten.

4.40 – China | Kunming, stad van de eeuwige lente

Na een rit van 30 uur door een enorme hoeveelheid tunnels komen we aan in Kunming. Kunming is de hoofdstad en grootste stad van de provincie Yunnan. De stad heeft naar schattig 6,5 miljoen inwoners. Het is voor het eerst in China dat we slecht weer hebben. Het regent hard en met 20 graden is het ook erg fris. Dit lijkt in strijd te zijn met de bijnaam die deze stad draagt: ‘stad van de eeuwige lente’. We zijn in elk geval erg blij met de jassen die we in Chengdu hebben aangeschaft. We denken te zijn aangekomen op het noordelijke treinstation. We zijn op zoek naar het Camellia Hotel, maar doordat we in werkelijkheid op het centraal station zijn aangekomen kunnen we ons niet oriënteren en komen we nergens terecht. We zouden natuurlijk een taxi kunnen pakken, maar dat vinden we dan weer te makkelijk. Uiteindelijk weten een bus te vinden, die ons in de buurt van het hotel kan afzetten. Stadsbussen in China heb je in twee smaken: de bus zonder luxe kost 1 RMB (€ 0,10) per rit, voor de bus met enige luxe moet 2 RMB (€ 0,20) worden betaald. Dit is ook weer iets dat je moet weten, want in eerste instantie denk je dus dat je wordt opgelicht. Kunming is een goedkope stad om te overnachten. In het Camellia Hotel nemen we een ”dure” kamer, wat in Kunming betekent dat dit 120 RMB (€ 12,10) kost. Dat is dan ook nog inclusief ontbijtbuffet. In Yangshuo betaalden we 60 RMB (€ 6,05) voor onze hotelkamer en daarnaast nog eens 40 RMB (€ 4,04) voor het ontbijt. We betalen hier dus 20 RMB (€ 2,-) meer voor een luxere kamer. Het is bijzonder te beseffen hoe snel we ons aanpassen aan het goedkope land dat China is. In Mongolië betaalden we 80 RMB (€ 8,10) per persoon, voor een nacht in een slaapzaal. Dat vonden we toen goedkoop. De reden dat we overnachten in het Camellia Hotel is dat we hebben besloten om naar Vietnam en vervolgens naar Laos te reizen. In het hotel zijn de consulaten van deze landen gevestigd.

Omdat we niet langer dan noodzakelijk in Kunming willen blijven, nemen we een paar snelle beslissingen. Het consulaat van Laos verschaft binnen drie werkdagen een visum voor 30 dagen. We hebben 60 dagen de tijd om in Laos aan te komen, voordat de termijn van 30 dagen in gaat. De kosten voor dit visum bedragen 380 RMB (€ 38,40) per persoon. Het visum voor Vietnam kost 400 RMB (€ 40,40) per persoon en is 30 dagen geldig. Er moet een aanvraagformulier worden ingevuld die we afgeven aan de medewerker van het consulaat. Na drie dagen kunnen we dan terugkomen om ons paspoort af te geven, waarna we nog één dag moeten wachten op de verwerking. Het lijkt ons daarom slim om als eerste het visum voor Laos aan te vragen. We laten ons paspoort achter en betalen het gevraagde bedrag. Direct daarna gaan we langs bij het Vietnamese consulaat, waar we een ingevuld aanvraagformulier voor het Vietnamese visum achterlaten. Over drie dagen, net voor het weekend, kunnen we ons paspoort met het visum voor Laos ophalen. Vervolgens kunnen we dan ons paspoort inleveren bij het Vietnamese consulaat. In de tussentijd kunnen wij mooi nog een paar dagen doorbrengen in Dali.

4.39 – China | De lange treinreis van Guillin naar Kunming

Na een veel te korte nacht staan we uitgeput op. De nacht was vol lawaai. Chinezen zijn zo vreselijk asociaal en luidruchtig. Op straat wordt er geschreeuwd door de reizigers die ‘s nachts aan zijn gekomen op het station. Stel je voor dat niet iedereen je zou horen! De hele nacht je televisie aan laten staan op het hoogste volume is ook heel normaal. Wat kan jou de rest van de wereld nou schelen? Tegen de belofte in worden we niet gewekt door de ‘wake-up call’ en is de uitgang van het hotel afgesloten met een hekwerk. Er is maar één mogelijkheid om dit hotel tijdig te verlaten en dat is net zo asociaal te doen als de rest van de mensen. Onze herrie leidt gelukkig als snel tot het gewenste resultaat. Een slaperige Chinese heeft een sleutel bij zich om ons te bevrijden uit dit weinig prettige hotel. We hebben een trein te halen. In de trein hebben we dit keer gescheiden plaatsen. We hebben een boven- en een onderbed, maar dan in gescheiden compartimenten.

We merken dat het landschap waar we doorheen reizen is ons steeds minder kan enthousiasmeren. In het begin maakten we nog veel foto’s vanuit de trein. Nu vinden we dat eigenlijk helemaal niet meer interessant. We zijn het ruige en bergachtige Chinese landschap ‘normaal’ gaan vinden. We kijken nu veel meer naar de details. Ook willen we het land en de mensen echt proberen te begrijpen. Waarom zijn ze zo ‘irritant’ anders dan wij? Waarom lukt het ons niet om ze te begrijpen? Inmiddels weten we dat ‘gezichtsverlies’ misschien wel het belangrijkste is dat door een Chinees voorkomen dient te worden. We hebben ook geleerd dat iemand recht in de ogen kijken als iets respectloos en aanvallends wordt gezien. Bij ons is dat precies andersom. Ook leren we dat de Han-stads-Chinees wil voorkomen dat hij of zij als een boer of een arbeider wordt gezien. Daarom ook lopen bijna alle vrouwen met een paraplu. Niet tegen de regen, maar om te voorkomen dat je bruin wordt. Bruine gezichten en armen zijn iets voor de armen. Het is het teken dat je op het land werkt. Het hebben van schone, fijne handen met lange nagels verstrekt dit streven om niet als een boer of arbeider gezien te worden. Regelmatig zien we een Chinees, mannen, vrouw, jong of oud, met één of meer nagels van 10 centimeter of langer. Enorm arrogant als je er zo bij stil staat.

We moeten ook constateren dat Chinezen niet bijzonder goed zijn in logisch nadenken en probleemoplossend vermogen. Een afwachtende houding is iets wat je het meeste tegenkomt. Wat je op de Chinese televisie ziet benadrukt dat nog eens te meer. Volgens ons kan het zeer interessant zijn om een groep Chinezen op Robinson eiland te plaatsen. Je zou daar zeer interessante televisie van krijgen. Het grote nadeel zou echter zijn dat geen enkele Chinees dit zou overleven. Iets anders zijn de kinderen. Als een kind iets laat vallen, dan gaat het huilen. Het kind is niet in staat te bedenken, dat het weer zelf oppakken de enige juiste oplossing voor het probleem is. Bij de kinderen kan deze houding echter ook te maken met het gevolg van het één-kind-beleid. Kinderen worden daardoor verschrikkelijk verwend. Er groeit een hele generatie kinderen op die enkel hoeft te piepen om iets voor elkaar te krijgen. Dat kan nooit goed gaan. Het is vreemd te beseffen dat een hele generatie Chinezen opgroeit zonder ooms en tantes.

Het valt ons iedere keer weer op dat de studenten erg ver van hun ouderlijk huis studeren. Is er misschien sprake van een actief spreidingsbeleid om studenten naar afgelegen gebieden te sturen met al doel heel China te laten overheersen door de Han Chinezen? We vermoeden van wel. In de trein zit ook een politieagent uit functie, maar wel in uniform. Hij is extreem ranzig en zit aan één stuk te rochelen en te spugen op de grond. Het gaat de hele nacht en dag door. Niemand anders dan wij lijken zich daaraan te storen. Hij is trots op zijn uniform met rode ster en laat overduidelijk blijken zich erg belangrijk te vinden. Dat is allemaal prima. Dat moet hij lekker zelf weten, maar dat kan ook best zonder al dat vieze gerochel. Het fluimen zelf is nog tot daar aan toe, maar dat schrapende en raspende geluid van de rochel die ergens achter in de keel wordt klaargemaakt is echt te smerig.

Om 22.00 uur gaan zoals gewoonlijk de lichten uit in de trein. Tijd om te slapen betekent dat. Alleen niet iedereen in de trein denkt er hetzelfde over. Aardige mensen die Chinezen met wie we de coupe delen, maar ook zij kunnen absoluut niet tegen stilte. Ze praten maar door en dan ook niet op een volume dat past bij de nacht. Het principe van een fluistergesprek lijken ze niet te kennen. Rekening houden met anderen ook niet. Gelukkig zijn de Chinezen wel gewend om te luisteren naar opdrachten. Als je dus aan ze vraagt om stil te zijn, dan doen ze dat ook. Ze staan er alleen totaal niet bij stil dat ze anderen tot last zijn.

4.38 – China | Yangshuo & Guillin

Met pijn in het hart vertrekken we vandaag uit Yangshuo. We checken uit bij het Double Moon Hotel, wat voor de afgelopen dagen toch een beetje een thuis is geworden. Voordat we vertrekken wil Floor nog een zijden broek kopen in een van de vele winkeltjes in Yangshuo. Ze durven er 380 RMB (€ 39,40) voor te vragen, terwijl Floor 100 RMB (€ 10,10) een meer realistische prijs vindt. Gelukkig hebben we Maggi bij ons. Zij is een Engelse van Chinese afkomst wat de communicatie enigszins vergemakkelijkt. Voor ons dan, want de verkoopster denkt dat Maggie onze gids is en biedt haar 100 RMB commissie als ze helpt om ons 380 RMB te laten betalen. De verkoopster voelt zich redelijk ongemakkelijk als Maggie laat blijken een meer vriendschappelijke relatie met ons te onderhouden. Je zou toch denken dat je een gids hebt om je te helpen, of om er voor te waken dat je niet te veel betaald voor een artikel dat je zou willen kopen. Hier is het tegendeel waar. Wanneer de gids je hier helpt, dan weet je zeker dat je veel te veel betaald.

Om 17.00 uur vertrekt de bus naar Guillin, dat een decor vormt door een interessante scene. Er stappen een aantal militairen in de bus die weigeren te betalen voor hun kaartje. De bijrijder (de persoon die het geld voor de kaartjes inzamelt) geeft de jonge militairen luid en duidelijk te verstaan niet onder de indruk te zijn van hun uniform. De jonge militairen weigeren echter nog steeds om te betalen, waarop de buschauffeur de bus stopt en de militairen zonder pardon de bus uit worden geflikkerd. Hulde! Het is goed om te zien dat er Chinezen zijn die zich niet bang laten maken. Als we om 18.00 uur aankomen in Guillin, komen we er dankzij Maggie achter dat er om 19.00 uur nog vanaf het andere treinstation van de stad een trein vertrekt naar Kunming. We besluiten de gok te wagen en met een taxi naar het station aan de andere kant van Guillin te vetrekken. Een rit van een half uur, waar we 28 RMB (€ 2,80) voor moeten betalen. Helaas blijken de kaartjes te zijn uitverkocht. Het is voor het eerst dat we geen kaartje kunnen krijgen. De eerstvolgende trein naar Kunming vertrekt om 5.45 uur. Voor een kaartje betalen we 277 RMB (€ 28,00).

Er zit niets anders op dan dat we hier ook de nacht doorbrengen. Buiten het station worden we aangesproken door een hoteleigenaar. We onderhandelen ook hier over de prijs en komen 50 RMB (€ 5,05) voor een (korte) nacht overeen. Daarna gaan we shoppen voor de treinreis van morgen die 30 uur in beslag zal nemen en gaan we op zoek naar een restaurant. We verblijven in zo’n standaard flatwijk, waar alles is opgebouwd uit tegeltjes. Uit het grote aanbod van kwaliteitsrestaurants kiezen we er één waar al een hoop mensen zitten. Zoals gewoonlijk staat de televisie aan, waarop een luidruchtige en vooral erg gewelddadige film word vertoond. De andere gasten rochelen zich een ongeluk in emmers en teiltjes die voor dat doel zijn opgesteld. Smakelijk is het niet als er een zwetende Chinees een rochel vanuit zijn tenen met vee kabaal in een emmer naast onze fluimt. Het eten is goedkoop, maar wat hebben we eigenlijk gegeten? Het is geen varken, geen rund, geen vis en geen kip. Floor denkt dat het hond was, maar ik neig toch naar kat in verband met de kleine botjes. Het zou overigens ook best wel eens een stedelijk knaagdier geweest kunnen zijn. Alhoewel we dat dan weer erg onsmakelijk vinden.

4.37 – China | Boottocht over de Li Rivier

Iedereen die dit gebied bezoekt, maakt een boottocht over de Li Rivier. Misschien wel de mooiste rivier ter wereld. Dit moet je dat natuurlijk niet doen op een van de die vele toeristenboten, waar je ook nog eens 450 RMB (€ 47,40) per persoon voor moet betalen. Beter is het om voor 50 RMB (€ 5,05) per persoon een privé boot te huren om daarmee een paar uur te varen over het mooiste gedeelte van de rivier. Om de massa voor te zijn, vertrekken we om 8.00 uur met de bus naar een dorpje ten noorden van Yangshuo. Het vertrek met de boot kost even wat moeite, vanwege de aanwezigheid van politie op het water. Blijkbaar is het niet helemaal volgens de regels wat we aan het doen zijn. Er wordt dus even een geheimzinnig spel gespeeld, waarbij er wordt geseind, getelefoneerd, ingestapt, uitgestapt op een eilandje in de rivier, om vervolgens weer in te stappen. Ons maakt het allemaal niet uit, want het landschap is geweldig en het is ook nog eens erg gezellig. We liggen lekker te luieren op het voordek, terwijl het landschap bestaande uit honderden steile karstbergen, groene rijstvelden, waterbuffels en bamboe bootjes aan ons voorbij glijdt. We komen zelfs langs een plek die we herkennen. Het is het punt dat op elke biljet van 20 RMB staat afgebeeld.

De op- en uitstapplaats van de boot ligt in een klein, ontspannen dorpje waar het trage plattelandsleven zich afspeelt tussen de akkertjes met groenten en maïs. De fruitbomen in de velden dragen limoenen. Het dorpje heeft een paar aantrekkelijke oude straatjes, waardoor we ons net zo traag als het ritme van het dorp doorheen bewegen. Het is een dorpje met een ‘minderheden’ bevolking, waardoor het extra vreemd is dat er in bijna elk huis een afbeelding van Mao hangt. In één huis zien we door de open deur zelfs een soort van altaar, waarboven afbeeldingen van Mao, Stalin, Lenin, Marx en Engels zijn geplaatst. Wij associëren deze personen toch met minder positieve zaken. Deze heren lijken hier helemaal niet op hun plaats.

Op de nightmarket van Yangshuo kun er in de open lucht gegeten word je maar wilt. De specialiteit is echter de ‘beerfish’. Voor een specialiteit vinden we deze lokale vis behoorlijk tegenvallen. Zoals gewoonlijk met al het eten wordt ook deze vis met een paar flinke slagen met een hakmes in stukken gehakt. Een onderscheid tussen graten, vlees, schubben en ingewanden lijkt zo op het oog niet te worden gemaakt. Ondanks de verfijnde bereidingswijze smaakt de vis meer naar modder dan naar bier. Gelet op de naam van het gerecht is dit toch enigszins vreemd. Beter is het om in het oude centrum van Yangshuo te eten. De menu’s zijn Engelstalig en het personeel is bijna overal aardig en spreekt goed Engels.  Net buiten de drukke toeristenstraat is een straat met aan weerszijden restaurants en terrassen. Voor ieder restaurant staan een paar meisjes die je vragen bij hen op het terras plaats te nemen. We bekijken dan het menu, waarbij we ons laten leiden door de prijs van het bier. We willen niet meer betalen dan 7 RMB (€ 0,70) voor een koude fles van 0,6 liter. Terwijl je op het terras zit komen er een grote verscheidenheid aan verkopers langs die je een minder grote verscheidenheid aan spullen proberen te verkopen. Meer geïnteresseerd zijn we in het eten. Op onze laatste avond in Yangshuo genieten we van ons duurste maal ooit in China. We starten met een uiensoep en daarna volgt een grote verscheidenheid aan lokale gerechten. Dit alles voor in totaal 80 RMB (€ 8,10)

Op het dakterras van Monkey Janes genieten we met onze Yangshuo vrienden van onze laatste avond. We zijn met een stel Canadezen, Engelsen en twee Amerikanen. De discussies tussen de twee Amerikanen zijn erg interessant, omdat de één een overtuigd republikein en de ander een overtuigd democraat is. De discussies zijn ook beangstigend want het is echt een wereld van verschil. Je begint je echt af te vragen of die twee uitersten wel goed kunnen blijven gaan binnen dat land. Ondanks onze tegenstellingen gaat de avond als vanzelf over in een dronken bedoening. Overigens mede mogelijk gemaakt door het Chinese bier dat wordt aangevuld met cocktails. Het wordt die laatste nacht weer eens veel te laat. De nacht eindigt zoals vele eerdere nachten met een zwempartij in het warme water van de Li River. Net als het water van deze wonderschone rivier moeten wij in beweging blijven. Dat is nou eenmaal de kern van reizen: het gaat niet op de bestemming, maar om de reis er naar toe.

4.36 – China | Het goede leven langs de Li Rivier

We volgen de rivier stroomopwaarts en komen ons eigen paradijsje tegen. Een strandje waar niemand anders komt. Behalve dan de vissers in hun kleine bootjes, de waterbuffels die grazen op de bodem van de rivier en de kleine lieve vrouwtjes die het vee hoeden. Het is gedaan met de rust wanneer er tussen 13.00 & 14.00 uur een ware armada van toeristenboten passeert, die over de Li River van Guilin naar Yangshuo varen. We tellen 59 boten die in dat ene uur passeren. Een onafgebroken luidruchtige armada van boten, waarvan sommigen zo lelijk zijn dat we ons afvragen hoe het mogelijk is dat iemand op het ontwerp is gekomen. In Yangshuo wordt de massa mensen uitgebraakt om, begeleid door de nimmer ontbrekende vlaggetjes, langs de shopjes te worden geleid om zoveel als mogelijk geld uit diepe toeristenzakken te kloppen. Als de toeristenparade is gepasseerd is de stilte fantastisch. Het is een sprookjesachtige plek zo aan het water. Het water is blauw en vlak. De puntige groene karstbergen prikken her en der in de blauwe lucht. We horen het geluid van een insect, dat we voor het eerst hebben gehoord langs de Yangtze rivier. Toen dachten we dat het een kunstmatig geluid was om de vogels weg te houden van de bananenplantage. Het insect heeft wat weg van een krekel, maar is dat niet. Het heeft doorschijnende vleugels en maakt een geluid als mediterende monniken.

Ons vaste fruitvrouwtje weet ons inmiddels te vinden. Dat is erg grappig, want ze weet dat we mango’s willen. Die heeft ze dan ook speciaal voor ons meegenomen. Natuurlijk kopen we het fruit bij haar, maar dan wel tegen een redelijke prijs. Het afdingen is een spel. Als je iets niet wilt verkopen of kopen voor een bepaalde prijs, dan doe je dat niet. In principe zijn er bij het afdingen dus alleen maar winnaars. De kunst is alleen om te proberen om maximaal 50 procent of één derde te betalen van de prijs die wordt gevraagd. De verkopers hebben natuurlijk allemaal trucjes en beginnen altijd met een veel te hoge prijs en doen alsof ze het vreselijk vinden dat je een lagere prijs wilt betalen, want het is al zo goedkoop en ze slepen toch al die kilo’s fruit mee, enz. Je moet ook altijd blijven lachen, het spelletje met een glimlach meespelen. Het belangrijkste is dat je nooit boos moet worden. Boos worden is in China nooit een optie om iets voor elkaar te krijgen. Floor beheerst het afdingen tot in de perfectie. Als Floor een prijs is overeengekomen en ze geven toch nog te weinig geld terug, dan pakt ze er gewoon nog wat fruit bij. De fruitvrouwtjes vinden het fantastisch. Ze vinden het waarschijnlijk helemaal fantastisch dat er een blanke is die het spel goed meespeelt en zich niet al te hard laat oplichten. Ze heeft dus respect verdiend, wat in China heel veel waard is. De mango’s, bananen, appelperen, granaatappels en meloenen zijn ook zo ontzettend lekker. Samen met alle groenten en fruitsapjes leven we gezonder dan ooit. We hebben zelf al een lotusbloem gegeten.

Aan de waterkant is het heerlijk een boek lezen met de voeten in het water. Het is ook veel te heet om iets anders te doen. We hebben begrepen dat de enorme hitte en hoge luchtvochtigheid in Yangshuo te maken heeft met de Tyfoon die de dag er voor bij Taiwan aan land is gekomen. Dit betekent dat het klimaat door een tyfoon over een gigantisch gebied wordt beïnvloed. Zo met de voeten in het water komen we tot onze theorie van de asociale Chinees. In de westerse samenlevingen is sociaal zijn de norm. Een ieder moet zich aanpassen en iets inleveren om de samenleving leefbaar te houden. Asociaal gedrag wordt niet gewaardeerd. In China ‘moet’ je asociaal zijn om in de samenleving te kunnen overleven. Iedereen doet wat hij of zijn wilt, zonder daarbij rekening te houden met een ander. De ik-figuur komt altijd op de eerste plaats, gevolgd door de directe familie. De rest doet er niet meer toe. Het punt is dat niemand zich er aan stoort. Wil je voordringen of lawaai maken dan doe je dat gewoon. Iedereen ondervindt daar dan wel hinder van, maar zolang niemand zich daar druk over maakt en zelf ook alleen maar aan zich zelf denkt is er niets aan de hand. Het systeem werkt dus prima. Het is erg paradoxaal in een communistische samenleving waar individualiteit niet zou moeten tellen.

4.35 – China | Watercaving in Yangshuo

We gaan vroeg op pad om de ‘watercave’ te bezoeken. Dit blijkt een stuk lastiger dan gedacht. Iedereen probeert iedereen van alles aan te smeren in Yangshuo, zo ook toertjes naar de ‘watercave’. Maar aangezien we in China nooit meer in een tour zullen trappen, kiezen we voor onze eigenwijze weg. Op een paar gehuurde fietsen gaan we op pad. Langs de weg staan vele borden met advertenties voor de enige echte watercave. Opvallend daarbij is dat iedereen dezelfde foto’s en kaarten gebruikt. Dit is best wel vreemd, aangezien de locaties nogal verschillen. Maar welke is nou de echte? We rijden langs een loket waar ze daadwerkelijk tickets verkopen voor ‘de’ watercave. Althans, dit lijkt even het geval te zijn. Inmiddels hebben we een gezond wantrouwen tegen elke Chinees die iets aan ons wilt verdienen. Het afdingen gaat ook veel te makkelijk. Eerst zien, dan geloven, dan betalen. De Chinees stapt op zijn brommer om ons voor te gaan. Als we worden begeleid naar een plek waar volgens onze informatie de grot niet zou moeten liggen, weten we genoeg. We keren om en laten de leugenaar met een grote lach op zijn gezicht achter. Die lach kan twee dingen beteken. Hij kan zijn ‘gezicht hebben verloren’, waardoor lachen de beste manier is om het verlies te maskeren, of hij weet dat wij weten dat hij niet de waarheid verteld.

Het vreemde is dat niemand de grot lijkt te kennen die wij willen bezoeken. Het helpt daarbij niet dat de gemiddelde Chinees geen kaart kan lezen. Eigenlijk is het ook wel bijzonder om aan de hand van een paar lijnen en kleuren, je positie te bepalen in een onbekende omgeving. Voor ons is dat het zo normaal dat we daar niet eens bij stil staan. Ondertussen fietsen we in de subtropische hitte rond tussen de bergen en de rijstvelden. Over een erg mooi en lang zandpad dat zich tussen de rijstvelden en de kalkstenen bergen slingert, komen we aan bij een grot. Dit zou zowaar wel eens de juiste kunnen zijn. Er liggen bootjes in het water voor een opening dat duidelijk de ingang van een grot is. Maar aangezien we niemand meer vertrouwen durven we het pas aan om tickets te kopen als er een paar andere toeristen verschijnen. We onderhandelen over de prijs en komen 90 RMB (€ 9,-) in plaats van 128 RMB (€ 14,20) overeen. Helaas maken we een denkfout. De verkoper had deze prijs voor twee tickets in gedachten, waardoor we ons door deze onderhandeling aardig in de vingers snijden. Dom! Door het fietsen in de subtropische hitte verliezen we onze scherpte.We nemen plaats in een bootje en varen de grot binnen. We hebben een helm op met een mijnwerkerslamp daarop. De helm is geen overbodige luxe, want het plafond is erg laag en diep bukken blijkt niet altijd afdoende. We zijn met een groepje van zes, inclusief een Engels sprekende gids. Verder is er niemand. We lopen en varen door  een ondergronds gangenstelsel vol stalagmieten en stalactieten, golven en barlijnen van kalk. We kruipen als echte ontdekkingsreizigers door smalle gangen. Ook komen we kleine baden die zijn uitgesleten in de kalk. Diep in de grot treffen we een heuse fotostudio aan, waar we foto’s kunnen laten maken van ons zwemavontuur in het diep ondergronds gelegen modderbad. Een erg aparte ervaring. We glijden van de hellingen in het modderbad waarin we gemakkelijk blijven drijven. Gelukkig is er ook voldoende schoon water aanwezig, zodat we weer toonbaar naar buiten kunnen treden. Daar eten we voor 3 RMB (€ 0,30) mee met de lokale bevolking. We hebben het vermoeden dat de pot dit keer hond schaft. De botjes zijn namelijk van een bijzondere grootte. Wat maakt het ook uit. Het smaakt goed en daar gaat het om.

4.34 – China | Het goede leven in Yangshuo

Yangshuo ligt in een erg mooie omgeving dat wordt gedomineerd door een groot aantal puntige karstbergen die de weide omgeving bedekken. We huren een paar fietsen voor 10 RMB (€ 1,) per stuk om de omgeving mee te verkennen. Vanuit het ‘oude’ centrum fietsen we door het nieuwe en drukke deel van Yangshuo. Daarna fietsen we door een erg mooi landschap met karstbergen die tussen de rijstvelden staan. De omgeving is precies zoals je het platteland van China voorstelt. Het ‘romantische’ beeld bestaat uit rijstvelden tussen de bergen, waterbuffels in de poeltjes en Chinezen met rijsthoeden werkend op het land. In de kleine dorpen die we passeren zien we de inmiddels vertrouwde beelden: de bevolking zit bij elkaar op straat of in de woning, terwijl er kaartspelletjes en mahjong worden gespeeld. Door de mannen wordt aan een stuk gerookt en iedereen komt bijzonder ontspannen en tevreden over. In dit gebied zijn de Han Chinezen overduidelijk in de minderheid. Zowel in uiterlijk als gedrag zijn zij goed te onderscheiden van de zogenaamde minderheden.

Op de weg terug naar Yangshuo fietsen we over een pad langs de Yu Long Rivier. Ontspannen is dat alleen niet, want deze rivier blijkt een ‘tourist-trap’ te zijn. Je kunt hier op een bamboevlot de rivier afzakken. Veel toeristen fietsen daarvoor een klein stukje om zich vervolgens voor 150 RMB (€ 15,15) per persoon per vlot af te laten zaken naar Yangshuo. Wij vinden dat veel te duur. Laat ons maar lekker fietsen. Helaas trekken al die toeristen ook een aantal bijzonder hardnekkige verkopers aan. Zij willen ons maar niet met rust laten en ondanks ons overduidelijke ‘buyao’ (Nee, ik wil dit niet) blijven ze ons een grote variëteit toeristen troep aansmeren.

Het is hier erg mooi, maar ook gruwelijk heet en vochtig. We zweten als een otter, wat niet heel raar is wetende dat het 37 °C is. Gelukkig hebben we een douche, die we nu wel drie keer per dag nodig hebben. Ter verkoeling hebben we de airco afgesteld op 30 °C. Weer opgefrist nemen we onze vaste plaats weer in langs het water van de Li Rivier en genieten van deze bijzondere plek. De kleuren en de geuren zijn anders dan dat we tot nu toe hebben gezien. Bamboe is hier in overvloed en de vlinders lijken alsmaar groter te worden. Over het water van de Li Rivier varen de vissers met hun smalle bamboebootjes, waarbij ze een aalscholver gebruiken om de vis te vangen. De fruitvrouwtjes dragen hun handelswaar in zware rieten manden aan een bamboestok op de schouder. Ze zijn op een plezierige manier ondeugend bij het verkopen van meer fruit dan dat je eigenlijk met goed fatsoen op kunt krijgen. Wij kopen een grote hoeveelheid vers fruit, lezen een boek en genieten bovenal van deze bijzondere plek.