De ochtend is onverwacht koel, dubbel welkom voor iemand met koorts. In het schuine licht ligt het bos er anders bij dan gisteren: schaduwen over de weg, dauw op de onderbegroeiing, een veelstemmig vogelkoor uit de boomtoppen. Voorbij Marsassoum houdt dat op. Het bos wijkt terug, de zon staat al hoger dan de bomen en de temperatuur loopt snel op.
Van Marsassoum naar Sédhiou: een kledingverkoper en oude kip

Onderweg halen we een paar lokale fietsers in die dat zichtbaar moeilijk kunnen verkroppen. Ze versnellen, hun fietsen rammelen, en wij doen enthousiast mee aan die kleine wedstrijd, die vooral gelach oplevert. Marsassoum is een druk marktknooppunt: taxi-brousse-busjes staan volgeladen op de laatste passagiers te wachten, de stoffige straten liggen vol koopwaar. We slaan fruit, water en brood in.

Even later sluit een fietser bij ons aan, een kledingverkoper afkomstig uit Mali, die dagelijks zijn ronde doet door de verzengende hitte om een bescheiden inkomen bij elkaar te sprokkelen. Water heeft hij niet bij zich. We fietsen een stuk samen en delen een zakje chips en een fles water.
Hij gooit de lege verpakking achteloos weg; ik raap hem op en stop hem terug in mijn tas. Geen behoefte om te beleren.
Sédhiou is groter en iets beter ontwikkeld dan veel plekken hiervoor: een groot ziekenhuis en opvallend veel apotheken, wat goed uitkomt, want we hebben paracetamol nodig. We belanden bij Chez Nous, voor 28.000 CFA-frank, zo’n 42 euro, in een kamer die in geen jaren onderhoud heeft gezien. Matras en kussen zijn goed, en dat volstaat voorlopig. Het restaurant begint pas om acht uur te serveren. Een lokale brandweerman ontfermt zich over ons en blijft aan onze tafel tot we klaar zijn met eten, niet omdat hij iets van ons wil, maar omdat hij vindt dat het zo hoort. Eigenlijk wil hij voetbal kijken, want Senegal speelt vanavond. We vragen of het eten sneller kan. Niet lang daarna zitten we allebei met diarree op het toilet: kennelijk is verse kip vervangen door opgewarmde oude.
Een kattenbeet en een booster
Twaalf kilometer verder, aan de Casamance-rivier, ligt Hotel Ban to Ban. We kiezen het om de volgende dag naar Kolda te bekorten en om oudjaarsavond ergens door te brengen. Een ruime bungalow bij het zwembad, met uitzicht op de rivier, kost tachtig euro. ’s Ochtends is het complex van ons; in de middag verandert het in een lokaal verzamelpunt met families, muziek en jongeren. Bij het zwembad waden kinderen voorzichtig in het ondiepe, want zwemmen kan bijna niemand. Geiten drinken van de rand, varkens wroeten door de tuin, en groene meerkatten zitten in de bomen boven het water alsof zij hier wonen en wij op bezoek zijn.
Op oudjaarsavond, tijdens het eten, probeert een jonge kat mee te eten. Als ik hem wegjaag, bijt hij in mijn vinger. Ik maak de wond schoon zonder me er druk om te maken, maar Mette reageert anders. Als dierenarts weet ze dat hondsdolheid in deze streek voorkomt en dat katten het virus kunnen dragen. Daarmee ligt er een nieuw reisdoel: een boostervaccinatie.
De volgende dag fiets ik de twaalf kilometer terug naar Sédhiou. Het ziekenhuis oogt van buiten verrassend professioneel. Na uitleg bij de balie brengt de bewaking me meteen naar de spoedeisende hulp, geen loketten of papierwinkel. Een Engelssprekende arts luistert en schrijft een recept. Ik betaal 11.000 frank, zo’n 17 euro, bij de apotheek aan de overkant, keer terug voor 15.000 frank consult, ongeveer 23 euro, en na vijf minuten zet de verpleegkundige de prik. Hij had mijn telefoonnummer gevraagd, wat ik voor beleefde interesse aanzag.
Even later ontvang ik via WhatsApp een foto van mijn vaccinatiekaart.
Hondsdolheid is in de Casamance endemisch en vrijwel altijd dodelijk zodra de eerste verschijnselen optreden. Omdat ik eerder ben gevaccineerd, volstaat een boosterserie; de volgende prik moet over een paar dagen, hopelijk in Kolda. Geld is nodig, de pinautomaat is leeg, en de bewaking loopt met me mee naar een wisselkantoor, waar euro’s omzetten vijf procent commissie kost.
Bavianen in Kolda en de rode weg naar Vélingara

We vertrekken voor zonsopkomst voor de tachtig kilometer naar Kolda. We proberen de dagen op veertig à vijftig kilometer te houden, maar sommige dwingen tot meer. In het donker slapen geiten op de zandpaden; als Senegal ontwaakt, kraaien de hanen, worden de erven geveegd, brandt het afval en rijdt een bakker voorbij met stokbroden op zijn brommer. Vrouwen zwaaien vanaf hun erf en dansen op de herhaalde roep loulou. Rond negen uur eten we ons vaste rantsoen, stokbrood met chocopasta en een banaan. Tegen de zevenendertig graden verdampt het zweet meteen. Bij het Firdou Hotel in Kolda kost halfpension 42.500 frank, zo’n 64 euro, met de prijzen zichtbaar op een bord; afdingen voelt hier niet gepast.
We blijven een dag langer, deels voor de tweede prik, deels omdat Mette nu mijn ziekte overneemt: hoofdpijn, keelpijn, koorts. Kolda staat bekend als een van de heetste steden van Senegal, ver van elke zeewind, waar het kwik in het droge seizoen makkelijk tegen de veertig loopt. Bij de tweede apotheek is de rabiësprik voorradig, gekoeld, zonder dat we opnieuw naar het ziekenhuis hoeven. De stad is levendig en chaotisch: geiten tussen het verkeer, ezels met zwaarbeladen karren, en een openluchtslachterij die op honderd meter al te ruiken is en een wolk gieren in de bomen houdt.
De rest van de dag zitten we bij het zwembad. De groene meerkatten hebben het terrein volledig ingenomen en gebruiken mijn plek als vaste route; ik weet niet of het er tien zijn of vijftig. Dan verschijnt aan de overkant een baviaan, en even later volgen er meer, veel meer: groot, klein, jongen op de rug van hun moeder, tientallen. Ze trekken langs het water, vlooien elkaar, maken ruzie en verdwijnen naar de grote bomen om er de nacht door te brengen.
Voor Mette zijn bavianen ongeveer de ratten van Afrika; ik blijf ze fascinerend vinden.
Voor de honderdtien kilometer naar Vélingara vertrekken we opnieuw voor het licht, na een bakker met croissants en pain au chocolat. Het donker begint zanderig, met brommers die stofwolken opwerpen; bij daglicht gaat dicht bos over in open savanne met baobabs en kapokbomen, en verderop struikgewas en bamboe. Deze weg gold tot voor kort als onveilig vanwege ontvoeringen in dunbevolkt gebied, iets wat inmiddels is verbeterd. Bij Fafakuru, ongeveer halverwege, regelt Mette vervoer per auto terwijl ik alleen doorfiets.
Op de tweede helft duiken de eerste talibés op, jongens in gescheurde kleren die om eten vragen, leerlingen van koranscholen wier bedelen ik in het begin niet begrijp. De laatste kilometers zijn wind tegen, hitte en steeds steniger grond, tot ik Mette in Vélingara terugvind, het meest oostelijke punt van de reis.
Praktische informatie
Route en afstand: van Marsassoum via Sédhiou en Hotel Ban to Ban naar Kolda (ongeveer 80 km) en in een lange dag 110 km oostwaarts naar Vélingara. De laatste etappe loopt deels over rode zand- en gravelwegen; reken op wind tegen en oplopende hitte.
Gezondheid en hondsdolheid: hondsdolheid komt in de Casamance voor en is dodelijk zodra symptomen optreden. Reinig een beet of krab direct en laat je vaccineren. Wie vooraf is ingeënt, heeft alleen een boosterserie nodig. In Sédhiou en Kolda zijn ziekenhuis en apotheken die de vaccinatie kunnen leveren; de prik moet gekoeld bewaard worden.
Eten: vermijd opgewarmd vlees bij twijfel; wij liepen bij Sédhiou een voedselvergiftiging op. Onderweg is stokbrood met chocopasta en fruit het betrouwbaarste rantsoen.
Geld: pinautomaten zijn ook hier onbetrouwbaar en geregeld leeg. Wisselen kan bij een wisselkantoor tegen zo’n vijf procent commissie. Neem voldoende contant mee vanuit Ziguinchor of Kolda.
Slapen: het aanbod loopt uiteen van vervallen kamers (Chez Nous, Sédhiou, ca. €42) tot verrassend nette hotels met zwembad (Firdou, Kolda, halfpension ca. €64; Hotel Ban to Ban aan de rivier, bungalow ca. €80).
Plan je reis
- Overnachten in Senegal: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Senegal: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Senegal: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Meer uit deze reis
Terug in Gambia: checkpoints, chimpansees en de rivier stroomafwaarts5 januari 2026
Kerst in Cap Skirring en de weg naar Ziguinchor24 december 2025
De korte weg door het lange water22 december 2025Plan je eigen reis door Senegal
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.