De afstand is ruim honderd kilometer en met deze hitte is dat voor Mette geen optie: via de eigenaar van het hotel in Vélingara is geregeld dat zij halverwege in Fafakuru met fiets en al wordt opgehaald. We vertrekken nog voor zonsopkomst en om die tijd is er niemand om ontbijt of koffie te verzorgen; brood met chocopasta doet ook zijn werk. Kolda ligt er nog donker bij als we door de stad rijden. We passeren een plek waar net stokbroden naar buiten worden gedragen: een uitstekende bakker, blijkt het, met meer dan alleen baguettes. Croissants, pain au chocolat, en nog meer. In Kolda, dat soms voelt als een uithoek van de wereld.
Vroeg de piste op
Het is nog donker wanneer we de onverharde weg richting Vélingara opdraaien. In het donker is het lastig inschatten waar de harde en zachte stukken zitten; brommertjes zorgen voor stof en onrust en we rijden ons regelmatig vast in mul zand. Gelukkig wordt het licht en gelukkig wordt de weg beter. De piste voert ons door uitgestrekt bosgebied, rustig en groen, met nauwelijks verkeer. Af en toe passeert een taxi-brousse, stampvol mensen tot op het dak. Een kleine groep bavianen schiet weg als ze ons horen aankomen. Verder is het stil.
Van groen naar rood
Wat we op dat moment nog niet weten, horen we pas later: deze weg stond jarenlang bekend als onveilig. Hij loopt door dunbevolkt gebied waar bandieten reizigers overvielen, in een regio waar de separatistische beweging van de Casamance al decennia actief is. Dat verklaart ook waarom er zo weinig verkeer is. In februari 2025 is een vredesakkoord getekend, tien maanden voor wij hier rijden, en het is merkbaar rustiger geworden. Het blijft wel een weg die je bij daglicht rijdt.
Het landschap verandert langzaam: het uitbundige bos maakt plaats voor opener savanne, baobabs en kapokbomen verdwijnen en struikgewas en bamboe nemen het over. De bebouwing verandert mee, met ronde lemen hutten met rieten daken, gegroepeerd achter omheiningen. Auto’s zijn schaars; als er één passeert, laat hij een dikke wolk rood stof achter die overal in kruipt. Fietsen piepen en kraken, longen doen mee.
Halverwege uit elkaar
Rond Fafakuru arriveren we vrijwel tegelijk met de chauffeur. De fiets gaat op het dak, Mette in de auto.
Zij vertrekt in een rammelbak die in Europa al twintig jaar geleden liefdevol was afgeschreven, compleet met Shrek-oortjes aan de binnenspiegel.
Ik fiets door. Het bos maakt plaats voor akkers en kleine dorpen. Mensen zien me van verre aankomen en beginnen te zwaaien. Ik zou hier foto’s kunnen maken, van dorpspleinen en vrouwen rond waterputten, maar ik voel me bezwaard; te zichtbaar, te veel aandacht. Ik rijd door.
In een volgend dorp kom ik een groep kinderen tegen, gekleed in witte lompen, die zwijgend hun hand uitsteken. Geen geroep, geen loulou, alleen die uitgestoken handen. Ik begrijp er weinig van en rijd verder.
De weg wordt zwaarder: tegenwind, hitte, een steeds steniger ondergrond. Na 110 kilometer kom ik aan in Vélingara, het meest oostelijke punt van onze fietsroute. Mette is er al.
Foto’s uit Senegal
Meer foto’s uit Senegal ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door Senegambia, nu in Senegal. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.