Een goede nachtrust is in de binnenlanden van Senegal geen vanzelfsprekendheid, zeker niet wanneer de omgeving besluit een dorpsfeest te vieren. Het geluid van de trommels, dat urenlang als een zware rave door de muren dreunt, dringt dwars door mijn oordoppen heen. In combinatie met de koortsige dromen die de malarone uitlokt, is de nacht een uitputtingsslag. Ik word wakker met een gloeiend hoofd en een lichaam dat protesteert, maar blijven is geen optie. De hitte in de kamer is verstikkend en we hebben een plek nodig waar herstel mogelijk is.
De accommodaties in de komende dagen zijn dun gezaaid, en hoewel we idealiter in Marsassoum zouden overnachten is daar niets te vinden. De beste optie is Relais Fleuri, op twaalf kilometer de verkeerde kant op, wat betekent dat we die afstand morgen ook weer terug moeten. We rijden grotendeels over de weg van gisteren, in omgekeerde richting. Wat opvalt: niemand in de dorpen oogt brak na de nacht vol lawaai. Kinderen roepen onveranderd loulou, volwassenen houden het bij bonjour en ça va, en dorpen lopen vrijwel naadloos in elkaar over, bos afgewisseld met rijstvelden en overal palmbomen.
Jagers uit Europa
Als twee bezwete fietsers worden we door de beheerder duidelijk niet als zijn ideale publiek gezien. Hij probeert ons eerst weg te stoppen in een lawaaierige hut langs de hoofdweg; pas na aandringen krijgen we een stillere kamer, al werkt het slot niet goed en blijft zijn houding vijandig. Dit is het terrein van Europese jagers, een type toerist dat hier komt voor een andere vorm van avontuur en waarschijnlijk meer geld achterlaat bij de bar. Hij vertelt ons dat zijn normale gasten jagers uit Europa zijn. De kok is gelukkig iemand anders, want het avondeten is goed. Het ontbijt moeten we zelf regelen; gelukkig hebben we nog oud stokbrood, jam en chocopasta.
Voor hem zijn we waarschijnlijk een stel paupers die ook nog eens het lef hebben om om zeven uur ’s ochtends een ontbijt te eisen.
Het zwembad ligt er als een droge betonnen bak bij. De kamer biedt wat ik nodig heb: kunstmatige kou. Met de airco op vol vermogen en de gordijnen dicht probeer ik de koorts uit mijn lijf te slapen, terwijl buiten het kwik richting de 37 graden stijgt. De weg naar Marsassoum wacht morgen wel.
In deze serie: Senegambia
- 15. Een plastic tas vol wisselgeld
- 16. Bijeneters boven de rijstvelden
- 17. Koorts, trommels en een bed met airco
- 18. De kledingverkoper uit Mali
- 19. Een kattenbeet op oudjaarsdag
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.