Een lekkere late start. We ontbijten op het dakterras, met uitzicht op de Latijnse brug, de heuvels en de kabelbaan die er als een dun streepje tegenop kruipt. Vandaag verkennen we de stad zelf, en dat is hier vooral een wandeling door de tijd: de Ottomaanse, de Habsburgse en de Joegoslavische stad liggen achter elkaar, je hoeft er alleen maar westwaarts voor te lopen.

Door het Ottomaanse Sarajevo
We beginnen in Baščaršija, de oude bazaarwijk. Sarajevo is hier ontstaan: rond 1461 stichtte de Ottomaanse landvoogd Isa-beg Ishaković op deze plek een stad in het Ottomaanse Rijk, met markt, badhuis en moskee. Het voelt alsof je door Istanbul loopt. Smalle straatjes, koperslagers die op hun werk hameren, kraampjes, en overal de geur van ćevapi van de grill.
De grootste en belangrijkste moskee is de Gazi Husrev-begmoskee uit 1531, al eeuwenlang het religieuze hart van de stad, met aan de overkant de bijbehorende medresa uit 1537. De allereerste moskee van Sarajevo is ze niet; dat is de Keizersmoskee, die Isa-beg al in 1457 liet bouwen. Maar met haar grote koepel en hoge minaret is de Gazi Husrev-beg wel het gebouw waar de wijk om draait. Het is hier toeristisch, maar niet storend toeristisch, en in de smalle straatjes blijf je prettig verdwalen.

Eén stap, een andere eeuw
Vanaf de voetgangersstraat Saraci loop ik westwaarts, en op het wegdek ligt een koperen streep met de woorden Sarajevo, ontmoeting van culturen. Wie eroverheen stapt, verlaat het Ottomaanse deel en komt op Ferhadija, en de stad verandert in één pas. De straten worden breder, de gebouwen groter en zwaarder versierd, met zuilen, erkers en stucwerk in neorenaissance en jugendstil, gevels die eerder aan Wenen of Boedapest doen denken dan aan Istanbul. Dit is het werk van Oostenrijk-Hongarije, dat Bosnië in 1878 onder bestuur kreeg en in 1908 inlijfde, en dat zijn nieuwe provinciehoofdstad in een paar decennia een westerse jas aantrok.
Eén koperen streep in de bestrating scheidt het Ottomaanse Rijk van de Habsburgse monarchie.
Het verschil zit niet alleen in de stenen. In Baščaršija zitten toeristen en locals over een Bosnische koffie rond de Sebilj, de houten fontein op het pleintje; op Ferhadija ogen de terrassen chiquer en europeser, met een ander publiek. Sarajevo heette niet voor niets eeuwenlang het Jeruzalem van Europa: hier woonden moslims, katholieke Kroaten, orthodoxe Serviërs en een Sefardisch-joodse gemeenschap door elkaar. De oorlog van de jaren negentig heeft die verhouding scheefgetrokken, maar de drie geloofsrichtingen prikken nog altijd binnen één blikveld de lucht in.
Verder de twintigste eeuw in
Loop je vanaf het centrum nog verder naar het westen, dan verandert de stad opnieuw. Maršala Tita, de straat genoemd naar de Joegoslavische leider Tito, voert je de twintigste eeuw in, en daarna begint de nieuwe stad: Novo Sarajevo en Novi Grad, met hun functionele beton en grote grauwe woonblokken uit de socialistische periode. Het is de wijk die we gisteren verkenden, neergezet om de groeiende stadsbevolking te huisvesten. Hier houdt het sierwerk op: recht beton, rijen identieke ramen, balkons vol wasgoed en schotelantennes.

Omhoog naar Trebević
Voor het laatste gezicht moeten we de hoogte in. In 1984 hield Sarajevo de Olympische Winterspelen, en de berg Trebević was het toneel van het bobsleeën en rodelen. We gaan dezelfde berg op met de kabelbaan die pal bij de oude stad vertrekt. Niet dat die voor de Spelen is gebouwd: de žičara rijdt al sinds 1959, werd tijdens de oorlog verwoest en ging pas in 2018 weer open. Voor 20 KM, een tientje, zweven we van zo’n 580 meter bij het benedenstation naar ruim 1.160 meter omhoog.
Beneden ligt Sarajevo overzichtelijk in het dal, de wijken naast elkaar uitgestald, minaretten en kerktorens prikken er overal bovenuit. In één blik zie je de Ottomaanse oude stad, de Habsburgse boulevards en de socialistische woonblokken op een rij, dezelfde gelaagdheid die we beneden te voet aflegden.
Hier boven werd geskied, maar interessanter is de bobsleebaan, waarvan het betonnen skelet er nog altijd staat en die deels samenvalt met de wandelroute naar beneden. Voor wie van beton houdt, en dat doe ik, is het indrukwekkend; van graffiti houd ik ook, en dat komt goed uit, want de grote gebogen vlakken van de bochten lenen zich perfect voor spuitbussen. De baan is van boven tot onder beschilderd. Beton, graffiti en naaldbomen door elkaar, urbex op zijn mooist.

De berg die de stad belegerde
Maar deze heuvels waren niet alleen olympisch terrein. De baan die in 1984 voor de Spelen werd aangelegd, diende tijdens het beleg als artilleriestelling. Nadat Bosnië zich in 1992 onafhankelijk verklaarde, sloten Bosnisch-Servische troepen de stad vanaf de omringende hoogten in en hielden haar 1.425 dagen belegerd, tot begin 1996. Vanaf Trebević hadden de scherpschutters en het geschut vrij zicht op alles wat beneden bewoog. Ruim elfduizend inwoners kwamen om, en in de gevels in het dal zitten nog altijd duizenden kogelgaten en de stervormige inslagen van mortieren. Het is een oorlog die ik me van het journaal uit mijn jeugd herinner, en hij is dichterbij dan de volle terrassen doen vermoeden.
Beneden is de Gazi Husrev-begmoskee gerestaureerd, geraakt door meer dan duizend granaten maar overeind gebleven achter muren van twee meter dik. De terrassen lopen vol en de gele tram rijdt weer dwars door een stad die tot voor kort verdeeld was. We lopen langs de beschilderde bochten naar beneden, de stad steeds dieper in de kom onder ons.
Plan je reis
- Overnachten in Bosnië en Herzegovina: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in Bosnië en Herzegovina: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.