De trein naar Mostar vertrekt om kwart over zeven. De tram naar het station rijdt net voor onze neus weg, dus houden we een taxi aan. Veel keus in vertrektijden is er niet: er rijden maar twee treinen per dag naar de bekendste stad van het land, om 7.15 uur en om 16.45 uur. Wie er een hele dag wil rondlopen, neemt de ochtendtrein. De rit duurt iets meer dan twee uur en kost 27 BAM voor een retour per persoon.
Het station is een zwaar, sober gebouw uit 1948, monumentaal socialistisch en inmiddels veel te groot voor de handvol treinen die er nog vertrekken. Ontbijten doen we noodgedwongen op het perron: er is koffie, thee en zelfs een croissant, al is het zo’n voorverpakt plastic exemplaar met chocolade waar een Fransman zich in zijn graf voor omdraait. De trein maakt veel goed: modern, airco, en ondanks de massa reizigers is er plek voor iedereen.

Door de bergen, langs de Neretva
De rit is een attractie op zich. Terwijl de weg in het dal blijft, klimt de spoorlijn de bergen in en kronkelt door een onwaarschijnlijk groot aantal tunnels en over evenzoveel bruggen. Bij Konjic verliest de lijn hoogte met een lus van 180 graden: de trein duikt een tunnel in, komt lager weer naar buiten en rijdt vervolgens onder het stuk spoor door waar hij net overheen kwam. Even ben je je richtingsgevoel kwijt. Daarna gaat het langs het Jablaničkomeer, in de jaren vijftig aangelegd achter een waterkrachtdam, en door de kloof van de Neretva, met aan weerszijden steile bergwanden en naaldbossen tot aan de top.

Eén land, twee namen
Onderweg gebeurt iets wat geen bord aangeeft: we rijden Bosnië uit en Herzegovina in. Het land heet voluit Bosnië en Herzegovina, en dat zijn geen twee landen maar twee streken van één staat. Bosnië is het grote noordelijke deel, genoemd naar de rivier de Bosna; Herzegovina is het kleinere, drogere zuiden. Een officiële grens tussen beide bestaat niet.

De naam Herzegovina is opvallend concreet van herkomst. Hij gaat terug op een vijftiende-eeuwse edelman, Stjepan Vukčić Kosača, die zich herceg liet noemen, afgeleid van het Duitse Herzog, hertog. Zijn gebied werd zo het land van de hertog, en die naam bleef hangen, ook nadat de Ottomanen het veroverden. Sarajevo, waar we vanochtend vertrokken, is de hoofdstad van het hele land en ligt in Bosnië. Mostar, waar we naartoe gaan, is de grootste stad van Herzegovina en geldt als de onofficiële hoofdstad ervan, al staat die titel nergens vastgelegd.

Mostar, de brug en de massa
Mostar ligt waar de Neretva zich tussen bleke kalkrotsen door een nauwe vallei wringt. Het water is opvallend groen. Aan beide oevers klimt de Ottomaanse oude stad tegen de hellingen op, met geplaveide steegjes, kraampjes vol koperwerk en souvenirs, en minaretten tussen de daken. Alles draait om één bouwwerk: de Stari Most, de stenen boogbrug die de twee oevers verbindt en waaraan de stad haar naam dankt, naar de mostari, de brugwachters van weleer.
Die brug is een Ottomaans bouwwerk uit 1566, één slanke boog die zo’n vierentwintig meter boven het water hangt. Eeuwenlang verbond hij de twee oevers, tot de oorlog Mostar opsplitste in een Kroatische west- en een Bosniakische oostoever. Op 9 november 1993 schoten Bosnisch-Kroatische troepen hem kapot en verdween het puin in de Neretva.
Vierhonderdzevenentwintig jaar stond de brug; in één ochtend in 1993 lag hij in de rivier.
Wat er nu staat, is een reconstructie uit 2004, opgebouwd onder toezicht van Unesco met dezelfde steen en techniek, deels met blokken die duikers uit het water opvisten. Springen van de brug heeft hier een traditie van bijna vijfhonderd jaar, en inmiddels is het ook wereldtop: de Stari Most is een van de iconische vaste stops van de Red Bull Cliff Diving World Series, waar de beste cliffduikers ter wereld vanaf een platform op de brug bijna dertig meter de Neretva in duiken.

En publiek is er in overvloed. Mostar is de populairste dagtrip van het land, met busladingen toeristen die vanaf de Kroatische kust komen voor een paar uur oude stad. Door de smalle geplaveide straatjes van de oude bazaar wringt zich een onafgebroken stroom langs kraampjes vol koperwerk, Turkse lampen, sjaals en koelkastmagneten; de terrassen zitten tot de laatste stoel vol, en het is bovendien 34 graden. De enige manier om het uit te houden is van terras naar terras slenteren, telkens met uitzicht op de brug. En toch blijven de verkopers en obers er ontspannen onder, zonder de opdringerigheid die zulke drukte vaak met zich meebrengt; ondanks het massatoerisme heeft Mostar haar vriendelijkheid niet verloren.
Aan het eind van de middag zoek ik zelf de verkoeling op en spring de Neretva in, niet van de brug maar gewoon vanaf de kant. Het water is zo ijskoud dat ik bijna een hartstilstand krijg. Verkoeld en licht verdoofd pak ik even later de trein terug naar Sarajevo.
Plan je reis
- Overnachten in Bosnië en Herzegovina: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in Bosnië en Herzegovina: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Meer uit deze reis
De tunnel onder de startbaan10 juni 2026
Raften op de Neretva9 juni 2026
Een stad met vele gezichten7 juni 2026Plan je eigen reis door Bosnië en Herzegovina
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.