Ongeveer een kwart van Nederland ligt onder de zeespiegel, en zonder dijken en gemalen zou ruim de helft van het land regelmatig onderlopen. Het laagste punt ligt bij Nieuwerkerk aan den IJssel, in de Zuidplaspolder, op bijna zeven meter onder NAP. Wie daar fietst kijkt tegen een dijk op waarachter het water van een boezemkanaal hoger staat dan de weg. Dat is geen uitzondering maar het grondprincipe van het Nederlandse landschap: het water zit ingesloten in een fijnmazig stelsel van sloten, vaarten en kanalen, en wordt weggepompt zodra het te hoog komt.


Land dat gemaakt is
Grote delen van het westen en noorden zijn geen natuurlijk land maar polder: ingedijkte grond die van het water is afgesneden en drooggemalen. De oudste polders ontstonden in de middeleeuwen, toen boeren veenmoerassen ontwaterden en molens het overtollige water uitsloegen. Omdat ontwaterd veen inklinkt, zakte de bodem, en hoe verder hij zakte hoe harder er gepompt moest worden. Veel van het Groene Hart en Friesland ligt daardoor lager dan de rivieren en meren ertussen.
Waar een heel meer werd drooggelegd, spreekt men van een droogmakerij. De Beemster uit 1612 is de bekendste van de oude, met zijn kaarsrechte kavels en wegen in een raster. De twintigste eeuw ging veel verder. Nadat de Afsluitdijk in 1932 de Zuiderzee had afgesloten en tot het zoete IJsselmeer had gemaakt, werd een reeks polders drooggelegd: de Wieringermeer in 1930, de Noordoostpolder in 1942 en de Flevopolders in de jaren vijftig en zestig. Flevoland, drooggevallen zeebodem, werd in 1986 de jongste provincie van het land. De bossen waar fietsers in de Wieringermeer doorheen rijden staan op grond die een eeuw geleden nog onder water lag.

Het water als vijand en gereedschap
Dat dit systeem kwetsbaar is, bleek in de nacht van 1 februari 1953, toen een noordwesterstorm samenviel met springtij en de dijken in Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant bezweken. Ruim achttienhonderd mensen verdronken. Het antwoord waren de Deltawerken, een reeks dammen en stormvloedkeringen die de zeearmen in het zuidwesten afsloten. De Oosterscheldekering, in 1986 voltooid, kan bij storm dicht maar laat normaal het getij door, zodat de schelpdierbanken erachter bleven leven. Bij Rotterdam sluit sinds 1997 de Maeslantkering de Nieuwe Waterweg af als het echt tegenzit.
Het dagelijkse beheer is minder spectaculair maar even bepalend. De waterschappen, bestuurslagen die ouder zijn dan het koninkrijk zelf, houden het peil in de gaten en verdelen het water over boezems: de hoger gelegen kanalen en plassen die het overtollige polderwater opvangen voordat het naar zee wordt gemalen. Dat verklaart het merkwaardige beeld dat overal in het lage land terugkomt: sloten die tot de rand vol staan, een vaart die hoger ligt dan het weiland ernaast, en een gemaal dat het verschil in stand houdt.
Wie het land op de fiets of vanaf het water bekijkt, ziet die logica overal. De rechte lijnen van een [drooggelegde polder als de Wieringermeer](https://www.bestemmingonbekend.nl/bossen-in-de-wieringermeer/) verraden de tekentafel; een eiland als [Tiengemeten in het Haringvliet](https://www.bestemmingonbekend.nl/nederland-tiengemeten/) is juist teruggegeven aan het water, ontpolderd tot natuur. Beide zijn beslissingen, geen toeval.
Nergens staat het duidelijker dan bij dat laagste punt: een bord dat meldt dat de weg bijna zeven meter onder de zeespiegel ligt, en een sloot ernaast waarin het water rustig hoger staat dan je schoenen.
Plan je reis
- Overnachten in Nederland: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in Nederland: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Meer uit Nederland
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.


