Home EuropaNederlandKajakken in de Weerribben: helder water waar dat niet hoort

Kajakken in de Weerribben: helder water waar dat niet hoort

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Kajakker in een rode kajak op een smalle vaart tussen het riet bij Blankenham, Overijssel
Kajakker in een rode kajak op een smalle vaart tussen het riet bij Blankenham, OverijsselAlle foto’s uit Nederland ›

Het weekend belooft warm en windstil te worden, de zoveelste keer deze zomer, dus willen we het water op. Vorig jaar peddelden we al eens door de Weerribben en dat smaakte naar meer. Het plan is deze keer ambitieuzer: tent en spullen achterin de kajak en overnachten op een van de vele aanlegplaatsen midden in het rietland. Dat plan sneuvelt bij het eerste zoekwerk. Kamperen mag daar officieel niet, en hoe streng er gecontroleerd wordt weten we niet. In hoogseizoen het risico nemen dat je ’s avonds je tent weer moet afbreken op een steiger waar je alleen met een boot vandaan komt, lijkt ons geen goed idee.

Het alternatief valt tegen. De campings in de buurt zitten vol en wat er nog vrij is op Booking begint bij een slaapzaal van honderd euro. Uiteindelijk kom ik uit bij Recreatiecentrum de Kluft in Ossenzijl, waar ik al een kajak had gereserveerd voor drieëntwintig euro per dag. Op diezelfde site staat een trekkershut voor drieënzeventig euro, direct aan de Ossenzijlersloot, de doorgaande vaarroute. Geboekt. Het is ruim honderd kilometer rijden vanaf Heiloo, en om twaalf uur liggen we in het water.

Water waar je doorheen kijkt

De Weerribbenroute is veertien kilometer en loopt vanaf Ossenzijl door vrijwel het hele westelijke deel van het gebied, met halverwege het dorp Kalenberg. Het eerste stuk is smal en gaat tussen hoog riet door. Het water is zo helder dat je de bodem ziet liggen, met daartussen dichte velden waterplanten, lisdodde langs de kant en witte waterlelies en gele plomp tussen de drijvende bladen. Ik vind het prachtig.

Volgens de eigenaresse van de camping hoort het zo niet. Helder water is hier geen goed teken, zegt ze, en al die planten zijn een plaag. Dat is precies andersom dan wat waterbeheerders erover schrijven: helder water met veel ondergedoken planten geldt in een laagveengebied juist als een gezond systeem, omdat de planten het slib vasthouden en het water helder houden. Wat voor de natuur goed nieuws is, is voor een verhuurbedrijf vooral gedoe. Planten die tot aan de oppervlakte komen, zitten in de schroef van je elektrische fluisterbootje en trekken aan je peddel.

Dat het hier zo groeit, komt doordat dit landschap van begin tot eind door mensen is gemaakt. Vanaf de middeleeuwen is hier turf gestoken. In de Weerribben gebeurde dat gereguleerd: de natte turf werd te drogen gelegd op smalle stroken land, de ribben, tussen de uitgegraven stroken water, de weren. Op de kaart is dat patroon nog één op één terug te vinden; vanaf het water zie je er weinig van, omdat de ribben grotendeels zijn dichtgegroeid met riet en moerasbos. Wat je wél vaart zijn kaarsrechte sloten met rietkragen aan weerszijden. In de Wieden, het zuidelijke deel van hetzelfde nationale park, sloegen die stroken wél weg en ontstonden grote open plassen. Toen turf rond 1920 niets meer opbracht, stapten de bewoners over op riet. Het dekriet uit Kalenberg is nog altijd gewild, en dat verklaart de daken die je overal boven het riet uit ziet steken.

Je zakt hier niet op een bodem maar in een bodem: eerst waterplanten, dan modder, en dan houdt het houvast op.

Er varen redelijk wat kajaks, supborden en fluisterbootjes, maar de route gaat door smalle slootjes en onder lage bruggetjes door, en daar past niets groters onder. Wie een echte boot heeft, komt het binnengebied simpelweg niet in. Wat vooral opvalt is wat je niet hoort. Geen wegen, geen auto’s, geen motoren, geen muziek. Wel vogels, en af en toe een vis die zich verraadt. De aanlegplaatsen onderweg zijn kleine stukjes gras waar je alleen met een boot kunt komen, en bij deze temperatuur is dat geen luxe maar noodzaak.

Zwemmen in veen

Het gebied is opgebouwd uit veen, en dat merk je zodra je gaat staan. Er is wel iets onder je voeten, maar het geeft mee en je zakt weg. Terugkomen op de kant is het echte probleem, want trappetjes zijn er niet en de oevers zijn zacht. Wie zichzelf niet meer met twee armen uit het water kan hijsen, kan beter in de boot blijven zitten.

De tweede dag doen we het korter: twaalf en een halve kilometer over een stuk van de Ossenzijlerroute, en op een gegeven moment slaan we een eigen sloot in. Er staat wat meer wind, mee en tegen, en het landschap wisselt van open rietvelden naar smalle stukken die door bos en wilgenstruweel lopen. Het is nog warmer dan gisteren, dus we gaan drie of vier keer het water in. Op drinken onderweg hoef je op de eerste route niet te rekenen, in Kalenberg liggen wel wat terrassen aan het water.

Terug bij de hut liggen de twee kajaks naast elkaar in het gras, mijn opblaasbare en de gehuurde van Mette. Op de daken aan de overkant staan ooievaars te klepperen; op de schoorsteen van het restaurant zit een nest. Wij zitten voor de hut naar het verkeer op de sloot te kijken, en vanaf het water groet iedereen die langsvaart. De muggen komen tegelijk met de schemering. Als de zon zakt valt het vaarverkeer stil, wordt de Ossenzijlersloot glad, en staan de huizen van Ossenzijl er twee keer.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Advertentie

Praktische informatie

Verhuur en overnachten: Recreatiecentrum de Kluft in Ossenzijl verhuurt kajaks, sups en fluisterbootjes en ligt aan de doorgaande vaarroute. Wij betaalden drieëntwintig euro per dag voor een kajak en drieënzeventig euro voor een trekkershut. Er is een restaurant met een kaart, en daarnaast kun je er afhaalpizza, patat en dergelijke halen. In hoogseizoen zijn de campings rond Ossenzijl vol en is wat er op boekingssites overblijft duur; reserveer ruim van tevoren.

Kamperen onderweg: kamperen op de aanlegplaatsen in de Weerribben is niet toegestaan. Wie wel met de kano wil overnachten, moet in De Wieden zijn, het zuidelijke deel van het nationaal park: Natuurmonumenten heeft daar drie kanokampeerplekken op een vlonder (De Kluitenberg, Walengracht en Giethoorn Oost). Ze zijn gratis, zonder voorzieningen en niet te reserveren, dus wie het eerst komt.

Routes: de Weerribbenroute vanaf Ossenzijl is veertien kilometer en gaat via Kalenberg, waar terrassen aan het water liggen. Op de rest van die route is geen gelegenheid om iets te drinken, dus neem voldoende water mee. De Ossenzijlerroute is korter en goed te combineren met eigen zijsloten. De routes staan op het water aangegeven.

Zwemmen: de bodem is veen en geeft mee, en de oevers hebben geen trappetjes. Zwemmen kan prima, maar zorg dat je jezelf op de kant kunt werken of stap in en uit vanaf een aanlegplaats.

Muggen: ’s avonds zijn er veel. Neem een middel mee.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Nederland ›

Waar dit verhaal ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie