Van Auckland naar Marlborough: een dure start en de wind pal tegen

Published: Updated: 0 comments

De reis begint niet op Schiphol maar in de garage, met isolatiebuizen en bubbeltjesplastic van de Gamma. Twee dozen, dichtgetapet, met stift “Auckland” erop. Een fiets in een doos is betaalde extra bagage, per enkele reis, en die rekening hadden we voor vertrek al geslikt. Via een tussenstop in Guangzhou die door een reparatie aan het toestel uitloopt tot een hele dag, met hotelkamer en dagvisum, landen we een etmaal later dan gepland in Nieuw-Zeeland. Twaalf uur tijdsverschil: het is hier maandagmiddag terwijl het thuis nog zondagavond is. Achter de douane zetten we de fietsen in elkaar. Ze zijn heel, wij zijn suf, en we moeten nog dwars door de stad naar ons adres.

Vanaf het vliegveld ten zuiden van de stad rijden we langs de Manukau Harbour, steken het water over en klimmen daarna stevig naar de wijk waar we slapen. Thuis hebben we de rustigste route al in de Garmin gezet, zodat we ons op één ding kunnen concentreren: links rijden. Om zes uur ’s avonds vallen we in slaap alsof iemand de stekker eruit trekt. Volgens onze eigen klok is het midden in de nacht.

Een stad die je budget opeet

Auckland is duur. We kopen allebei een helm, hier wettelijk verplicht, en schrikken van de bon. Boodschappen tikken aan, koffie tikt aan, en één avond uit eten bij de Indiër om de hoek kost ons meer dan drie nachten kamperen. De uitweg zijn de foodcourts: Food Alley aan Albert Street, de International Food Court aan Ponsonby Road, waar je met z’n tweeën eet voor de prijs van één restaurantgerecht.

In die foodcourts valt behalve de prijs het publiek op. In het straatbeeld is de blanke Nieuw-Zeelander hier duidelijk niet de meerderheid; het zijn vooral Maori, Chinese en Indiase gezichten, en de keukens volgen. De stad zelf is enorm uitgesmeerd, houten huizen met veranda’s over kilometers heuvels, en een centrum dat mooi aan het water ligt maar zich weinig aantrekt van wie geen auto heeft. Wij fietsen langs de haven naar St Heliers, nemen de ferry naar Devonport en het pontje van Bayswater terug: twee overtochten van niks, tien minuten elk, en toch de prettigste manier om je hier te verplaatsen. Op de Auckland Harbour Bridge mogen fietsers niet komen.

’s Avonds fiets ik naar Mount Eden, met 196 meter het hoogste natuurlijke punt van de stad en een van de meer dan vijftig vulkanen waarop Auckland gebouwd is. Je kijkt zo de begroeide krater in, en daarachter liggen de wolkenkrabbers, de baaien en de suburbs tot aan de horizon. In de straten eronder staan houten huizen volledig in kerststijl versierd. Kerst bij dertig graden blijft wennen.

Twaalf uur trein en drieënhalf uur boot

De Northern Explorer, de trein van Auckland naar Wellington, geldt als een van de grote treinreizen van het land. Vanaf Britomart kruipt de trein eerst door de eindeloze buitenwijken, daarna door het groene, agrarische Waikato langs de gelijknamige rivier, met 425 kilometer de langste van het land. Bij elke kern staat een fastfoodketen. Na Hamilton wordt het heuvelland steiler en zit er boomvaren in de dalen. Om het vulkanische plateau in het midden van het Noordereiland te halen is de spoorlijn in een spiraal aangelegd, de enige manier om zonder onmogelijke helling hoogte te winnen. We rijden door Tongariro National Park langs besneeuwde toppen, waaronder de vulkaan die in de Lord of the Rings-films voor Mount Doom doorging. Vanuit de open wagon is er alle ruimte om te kijken, en zodra de intercom iets aankondigt, loopt die wagon vol.

Daarna wordt het land weer plat en grijs en gaat de regen door. De trein stopt, hobbelt stapvoets verder, stopt weer. Bijna twaalf uur na vertrek rijden we Wellington binnen. Om ons heen zit vrijwel alleen kiwi’s; van internationale toeristen is weinig te merken. Een van de epische treinreizen van de wereld, staat er in de folder. Wij zouden het eerder een lange dag noemen.

We zijn tot nu toe vooral onderweg geweest om te gaan fietsen.

De volgende middag vaart de Interislander om kwart voor drie uit. De fietsen krijgen een plek in het ruim tussen de treinwagons, want deze boot vervoert vrachtwagens en volledige treinstellen. Op de Cook Strait waait het zo hard dat we naar binnen gaan; zodra we de Queen Charlotte Sound in draaien, staan we weer buiten. Groene, grillige heuvels schuiven langzaam voorbij, drieënhalf uur lang, tot Picton. Daar doen we boodschappen voor twee dagen, want het is al zes uur geweest, en fietsen tien vlakke kilometers naar de eerste DOC-camping, twee baaien verderop. Toilet, drinkwater, en betalen doe je zelf: bon invullen, geld in de brievenbus. We zetten de tent op aan het water. Een weka, een grote, nieuwsgierige loopvogel, komt de graspol naast ons inspecteren. Aan de zwarte vliegjes rond de tent besteden we geen aandacht.

Gravel, wijngaarden en windkracht acht

Dat blijkt de eerste van een reeks vergissingen. De volgende ochtend zitten onze enkels vol rode, jeukende bulten en valt het kwartje: dit zijn de sandflies, de bijtvliegjes waar het Zuidereiland berucht om is. Vanaf de camping is het meteen klimmen, door een groene waas van boomvarens naar vierhonderd meter met uitzicht over Port Underwood, en er net zo steil weer af. Daarna gaat de weg over in grind en wordt het honderd meter omhoog, honderd meter omlaag, uur na uur. De laatste klim naar Whites Bay haalt de veertien procent, op los grind, waardoor zelfs afdalen werk is. Voor een eerste echte fietsdag is dat aan de stevige kant.

Aan de kust wordt het makkelijker en tegelijk zwaarder. Het gravel maakt plaats voor asfalt, maar in de vlakte rond Blenheim staat de wind pal uit het westen, precies de richting waarin wij moeten. Vijftig kilometer lang rijden we door de vineyards van Marlborough, over kaarsrechte wegen zonder een boom of schuur om achter weg te duiken. De wind loopt op van kracht vier naar kracht acht. Om de zes kilometer stoppen we. De bergen komen tergend langzaam dichterbij, de wijnstokken maken plaats voor grasland met schapen, en pas aan de Wairau River, bij Kowhai Point, is het klaar.

Op de camping in Blenheim was het al opgevallen: die wijngaarden draaien op backpackers. Bijna allemaal Duitsers, in drietallen of als stel in een veel te grote camper, om zes uur ’s ochtends al op weg naar het werk in de druiven of het fruit. Een goedemorgen levert een schrikreactie op; de aandacht zit bij de telefoon. Zo liepen wij tien jaar geleden in Australië ook rond, dus veel recht van spreken hebben we niet. Verderop zit een Belg, voor de derde keer in Nieuw-Zeeland en verder nooit op vakantie geweest, ook niet in Europa. Hij vraagt ons wat het mooiste land van Europa is. Wij zeggen Slovenië, en Georgië, als dat laatste nog telt.

Bij Kowhai Point is het water van de Wairau zo helder dat je het zou kunnen drinken, en we koken het toch. Zwemmen is ijskoud. De zandvliegen komen in zwermen op ons af, en na het insmeren en volspuiten met deet eten we pasta, volledig gesloopt, in een landschap dat nauwelijks mooier kan.

Dit is de eerste etappe van een fietsreis van 3.400 kilometer over het Zuidereiland; de hele reis staat dag voor dag in het reisoverzicht van Nieuw-Zeeland.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Advertentie

Praktische informatie

Hoe er komen: de meeste vluchten uit Europa komen aan in Auckland. Een fiets in een doos is bij vrijwel elke maatschappij betaalde extra bagage; wij betaalden €175 per fiets per enkele reis en regelden vooraf een schriftelijke bevestiging, wat bij het inchecken veel gedoe scheelde. Vanaf het vliegveld naar het centrum is het ongeveer twintig kilometer, met één stevige klim.

Van Auckland naar het Zuidereiland: de Northern Explorer rijdt drie keer per week zuidwaarts (maandag, donderdag en zaterdag, vertrek 7.45 uur, aankomst Wellington 18.25 uur) en drie keer noordwaarts; rond de jaarwisseling rijdt hij enkele weken niet. Fietsen gaan mee in de bagagewagen, maar alleen vooraf geboekt en tegen een toeslag. Boek ruim van tevoren en vergelijk de prijs die je vanuit Nederland te zien krijgt met het Nieuw-Zeelandse tarief: wij kochten onze kaartjes destijds via een VPN-verbinding, alsof we in Nieuw-Zeeland zaten, en dat scheelde aanzienlijk. Of dat verschil er nu nog is, hangt af van het moment van boeken. De Interislander vaart in drieënhalf uur van Wellington naar Picton; met de fiets moet je minstens zestig minuten voor vertrek inchecken bij de passagiersterminal, en in de terminals en aan boord wordt geen contant geld meer aangenomen.

Slapen: het net van DOC-campings is de goedkoopste manier om het Zuidereiland te doen. Basic sites zijn gratis, standard sites kosten $10 tot $20 per volwassene per nacht en serviced sites $25; bij de onbemande terreinen betaal je zelf in een brievenbus. Commerciële holiday parks liggen daar ver boven. In Picton en Blenheim is het aanbod aan campings en motels het grootst; in de kerstvakantie is reserveren geen overbodige luxe.

Geld en eten: Nieuw-Zeeland is duur, en supermarkten zijn dat ook. Foodcourts in de grote steden zijn de betaalbare uitzondering, met borden van rond de $10. Wij rekenden in 2015 met NZ$1 = ongeveer €0,65; medio 2026 staat de koers rond €0,51, wat de bedragen in euro’s iets vriendelijker maakt dan ze toen waren.

Fietsen: een helm is wettelijk verplicht, ook voor volwassenen, en het is links rijden. In Marlborough waait het overheersend uit het westen, dus wie van Picton naar het zuiden wil, kan beter vroeg op de dag rijden. Op de Auckland Harbour Bridge zijn fietsers niet toegestaan; gebruik de ferry’s, die fietsen gewoon meenemen. De route van Picton via Port Underwood naar Whites Bay is een mooie maar zware gravelroute met hellingen tot veertien procent.

Nog weten: sandflies zijn op het Zuidereiland een blijvende factor, vooral bij water en aan de westkust. Lange broek, sokken en insectenwerend middel schelen dagen jeuk. Water uit beken en rivieren is meestal drinkbaar, maar in gebieden met vee is koken verstandig.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Nieuw-Zeeland

Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Nieuw-Zeeland

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Nieuw-Zeeland ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie