Dwars door Canterbury: een stad zonder centrum en kerst op een lege weg

Published: Updated: 0 comments

We ontbijten op het strand van Amberley Beach met uitzicht op de Pacific, waar dolfijnen langs zwemmen. Hectordolfijnen, anderhalve meter, de kleinste en zeldzaamste soort ter wereld en alleen hier te vinden. Ze horen bij deze kust zoals de meeuwen bij de onze, en niemand op het strand kijkt op. Wij dus ook maar niet te lang, want we willen naar Christchurch, en dat lukt grotendeels buiten Highway 1 om: eerst over grindwegen door agrarisch land, na de Ashley River over een pas aangelegd fietspad door de Tuhaitara Coastal Reserve. De Nieuw-Zeelanders hebben het fietsen ontdekt, en wij plukken daar de vruchten van.

De stad die naar buiten is verhuisd

Christchurch komt van de noordkant binnen als een aaneenschakeling van laagbouw. Wat opvalt is de omvang: uitgestrekt en volgeparkeerd voor een stad van 350.000 mensen. Onze camping ligt in het oosten, precies in het gebied dat de aardbevingen van 2010 tot 2012 het zwaarst hebben getroffen. Een deel van het terrein is nog afgesloten, het toiletgebouw is vervangen door noodunits, de pier in de baai is verzakt.

De volgende ochtend fietsen we langs de Avon naar zee, door wat volgens de kaart woonwijk is. Er staan bijna geen huizen meer. De wegen liggen vol gaten, bruggen hangen scheef, straatnaambordjes wijzen naar percelen met gras erop. Bijna negenduizend huizen zijn gesloopt en een flink deel van de bewoners is nooit teruggekeerd: hun grond is uitgekocht en het gebied gaat niet opnieuw bebouwd worden. De eerste beving liet de meeste mensen nog zitten, de tweede richtte de schade aan, de derde zette alles onder water. In het centrum staat Re:START, een winkelstraat van gestapelde zeecontainers, opgezet toen het echte centrum onbruikbaar was. Het heeft iets van een festival, en juist daardoor valt de leegte eromheen des te meer op.

Straatnaambordjes wijzen naar percelen met gras erop.

Dan slaat het weer om, de andere kant op. Bij het zoeken naar het beginpunt van de Little River Rail Trail, een fietspad op een oud spoortracé richting Banks Peninsula, is het al 33 graden; bij een pauze verderop 39. Vier dagen eerder reden we in de regen bij elf graden. De laatste vijf kilometer is Floor op en neem ik alle bagage over, wat mij met acht rode tassen aan één fiets tot een zonderlinge verschijning maakt. In Okuti Valley staat een camping in een onaangetast dal, beheerd door iemand die Christchurch vijf jaar geleden heeft ingeruild voor dit terrein. Bij het afkoelen in de beek voelt iets wit-roods gevlekts aan mijn grote teen: een paling die duidelijk iets van me wil.

De rustdag daarna maakt de omslag compleet. Grauw, regen, elf graden, harde wind. Van het plan om het schiereiland te verkennen komt niets terecht. In Little River geven we in één ochtend meer uit aan koffie en kleinigheden dan een nacht kamperen kost, en we komen tot de conclusie dat Nieuw-Zeeland tot nu toe overrated en overpriced is. De natuur is mooi, maar we hebben nog weinig gezien dat we niet ergens anders ook zouden kunnen vinden. Waarschijnlijk zijn we ook gewoon verwend.

Waar het land zijn gezicht kwijt is

Daar staat wat tegenover, en dat merk je pas als je hier fietst. Overal staan openbare toiletten, zonder uitzondering schoon, met papier en zeep. Drinkwater is nooit ver. Er is een complete ladder aan campings: dure holiday parks met alle voorzieningen, DOC-terreinen van gratis basic tot betaalde standard en scenic, en de goedkopere domain-terreinen die vaak door een lokale vereniging worden beheerd. En dan het meest opvallende: nergens zwerfvuil. Geen plastic, geen glas, geen papier in de berm, waar het in Marokko soms voelde alsof we over een vuilnisbelt fietsten. De lucht is er ook naar, helder tot aan de horizon.

Het landschap tussen Lincoln en Rolleston maakt dat weer ongedaan. Kaarsrechte wegen door plat agrarisch gebied, plaatsen die sprekend op elkaar lijken, en in Rolleston een supermarkt waar we voor drie dagen inslaan. Gezond eten is hier duidelijk duurder dan ongezond eten, en het straatbeeld van fastfoodketens bevestigt dat. Voorbij Aylesbury pikken we de inland scenic route 72 op, en na Darfield wordt het eindelijk rustig op de weg. In de gehuchten daarachter, Glenroy en Windwhistle, staan meer letters in de naam dan huizen, maar er is wel een community hall waar eens in de zeven weken de bibliotheek langskomt. Bijna alles staat te koop, tegen prijzen die eerder bij een vastgoedmarkt passen dan bij een leeglopende plattelandsstreek.

Bij Whitecliffs slapen we op een domain-terrein waar niet duidelijk wordt waar je moet afrekenen, dus overnachten we voor niets. Het dorp staat vol geparkeerde caravans die al klaarstaan voor de eigenaars die na kerst arriveren: plekken zijn hier alvast veiliggesteld. We wassen ons in de rivier en horen daarna dat er blauwalg in zit.

Kerst op een dichte weg

De afdaling naar de Rakaia Gorge komt als een verrassing na uren vlakte: het land opent zich en er ligt plotseling een kloof met azuurblauw water en bergen erachter. Op de verenigingscamping staan we met uitzicht over de rand, bij dertig graden in de zon. De wandeling die we wilden maken loopt dood tegen de rotswand, dus lezen we bij het water en zwemmen we. De campingbeheerder komt langs met een rode kerstmuts, zodat we het toch een beetje kunnen vieren.

Eerste Kerstdag begint met dertien procent klimmen om de kloof weer uit te komen, en daarna is de weg volledig leeg. Alles is dicht. Hadden we daar geen rekening mee gehouden, dan hadden we die dag niets te eten gehad. In Mayfield is de eigenaar van de dairy aan zijn eigen kerstlunch bezig, maar hij laat Floor nog even binnen voor sap en chips. Met een gunstige zijwind rollen we moeiteloos naar de Rangitata en buigen af naar Peel Forest, een grote DOC-camping in een stuk oerbos. De registratieplek is dicht vanwege kerst, dus staan we ook hier gratis. In het bos staat de Big Tree, een totara van negen meter doorsnee en eenendertig meter hoog, naar verluidt duizend jaar oud. Veel van dat bos is er niet meer: in nog geen tweehonderd jaar is het grootste deel van de oorspronkelijke begroeiing van beide eilanden gekapt.

Op Boxing Day is het afgelopen met de rust. Het is een officiële feestdag, de kiwi’s gaan massaal op vakantie en de plekken in Peel Forest zijn vanaf vandaag vrijwel allemaal gereserveerd. In Geraldine slaan we in voor dagen vooruit, tot verbazing van Brad, de fietser die al een paar dagen met ons op en neer kruist: of dat allemaal echt in die tassen moet. Het lukt. Dan slaan we rechtsaf, de Canterbury Plains uit, de Alpen in, en daar rijdt heel Canterbury met ons mee. Achter de pick-uptrucks hangen boten, jetski’s, fietsen, motoren, soms een tweede auto. In Fairlie nemen we afscheid van Brad. ’s Avonds borrelen we met een familie uit Christchurch die met twee auto’s een compleet minikamp op het tentenveld heeft opgebouwd, en die ons foto’s laat zien van de beving die hun stad trof: dezelfde verwoesting die wij vier dagen eerder met eigen ogen zagen.

Deze etappe volgt op de Rainbow Road naar Hanmer Springs; de hele reis staat dag voor dag in het reisoverzicht van Nieuw-Zeeland.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Advertentie

Praktische informatie

De route: van Amberley naar Christchurch kun je Highway 1 grotendeels vermijden via grindwegen en het fietspad door de Tuhaitara Coastal Reserve. Vanuit Christchurch loopt de Little River Rail Trail over een oud spoortracé richting Banks Peninsula; het eerste stuk vanaf de stad gaat nog over hoofdweg en industrieterrein, het echte pad begint pas voorbij Lincoln. Verder naar het zuiden is de inland scenic route 72 het rustige alternatief voor Highway 1, met de Rakaia Gorge en Geraldine als logische stops.

Christchurch nu: het Re:START-containerwinkelcentrum uit onze reis bestaat niet meer; het sloot begin 2018 en op die plek staat inmiddels de permanente Riverside Market. Het herstel van de anglicaanse kathedraal aan Cathedral Square loopt al ruim tien jaar en ligt periodiek stil bij gebrek aan geld; reken er niet op dat je een afgebouwde kerk aantreft. De uitgekochte woonwijken langs de Avon in het oosten worden niet opnieuw bebouwd maar omgevormd tot een groene rivierzone, goed doorkruisbaar op de fiets en de beste plek om te zien wat een beving met een stad doet.

Slapen: rond Christchurch is het aanbod het grootst, maar de mooiere plekken liggen op Banks Peninsula en langs de inland route. Domain-campings zijn de goedkoopste optie: eenvoudige gemeenteterreinen, vaak met een honesty box. Peel Forest is een DOC-terrein in oerbos en een van de mooiste van deze etappe.

Kerst en Boxing Day: op 25 december is vrijwel alles gesloten, ook supermarkten en tankstations. Sla twee dagen vooruit in, want een dorp met een gesloten dairy biedt geen enkel alternatief. Vanaf Boxing Day trekt heel Nieuw-Zeeland naar de meren en de kust: campings vol, wegen druk met pick-ups en aanhangers, en een gereserveerde plek is dan geen luxe.

Weer: Canterbury kan in dezelfde week van elf naar bijna veertig graden gaan. Neem zowel regenkleding als voldoende water mee, en houd er rekening mee dat er op de vlaktes vrijwel geen schaduw is. In rivieren in deze streek komt ’s zomers regelmatig blauwalg voor; let op de waarschuwingsborden voor je erin gaat.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Nieuw-Zeeland

Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Nieuw-Zeeland

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Nieuw-Zeeland ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie