Om acht uur vertrekt onze trein vanaf Britomart naar Wellington. De kaartjes kochten we al in Nederland, met de tip om via een VPN-server te doen alsof we in Nieuw-Zeeland zaten: dat scheelde meer dan €100. Omdat de trein niet volgeboekt is, krijgen we allebei een raamstoel, en het personeel is zo behulpzaam dat het bijna een statement lijkt tegen de manier waarop we in Nederland over gastvrijheid mopperen zonder ooit echt te weten wat het is.
De trein rijdt langzaam door de wijdverspreide sprawl van Auckland, stopt bijna direct weer omdat er een storing in de stroom moet worden hersteld, en vervolgt dan pas echt zijn weg. Na Papakura wordt het land leger en agrarisch: market garden-gebied, meldt de intercom. Groener, heuvelachtiger, met bij elke kern een fastfoodketen die het hier kennelijk goed doet. We volgen de Waikato, met zo’n 425 kilometer de langste rivier van Nieuw-Zeeland, langs groene weiden vol schapen en koeien. Hamilton is de eerste grotere plaats; daarna is het gedaan met het platte land.
Een spiraal om de berg op te komen
De spoorweg gaat meer slingeren door steeds steiler heuvelland, met boomvarens in de dalen en overal Maori-plaatsnamen. Om het vulkaanplateau in het midden van het Noordereiland te bereiken, is de spoorlijn in een spiraal aangelegd: de enige manier om de hoogte zonder al te steile helling te overwinnen. We rijden door Tongariro National Park langs met sneeuw bedekte toppen, waaronder de vulkaan die in de Lord of the Rings-films voor Mount Doom doorging. Vanuit een open wagon is er alle ruimte om te kijken, en net als in China loopt het rijtuig meteen vol zodra de intercom op iets bijzonders wijst. Gele brem langs het spoor, naaldwoud, en bij Taihape een paar hoge bruggen over ruige kloven.
Net als in China loopt het rijtuig meteen vol zodra de intercom op iets bijzonders wijst.
Daarna wordt het land weer plat, agrarisch en grijs: het mooie weer is voorbij en de regen zet door. Het landschap doet denken aan Nederland, wat na de bergen een beetje tegenvalt. De trein stopt en hobbelt geregeld stapvoets verder. We wisten dat de rit traag zou zijn, maar dit evenaart zowat ’s werelds traagste trein, die tussen Hanoi en Haiphong. Na bijna twaalf uur onderweg komen we langs de westkust binnen in Wellington, dat net als Auckland rond een natuurlijke haven ligt. Van internationale toeristen is in deze trein weinig te merken: bijna iedereen om ons heen is kiwi.
Om acht uur ’s avonds halen we onze fietsen uit de bagagewagon en rijden naar Nomads Hostel aan Wakefield Street, $95 voor een kamer tussen de backpackers, maar met een heerlijk stille eigen ruimte. Het wordt tijd dat er echt gefietst gaat worden: tot nu toe zijn we vooral onderweg geweest om te gaan fietsen. Oh ja, en deze Northern Explorer, een van de beroemde treinreizen van het land: nogal overrated.
Foto’s uit Nieuw-Zeeland
Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.