Home AziëLaosPakse, Tat Lo en het Bolaven-plateau: olifanten, koffie en de bommen onder de grond

Pakse, Tat Lo en het Bolaven-plateau: olifanten, koffie en de bommen onder de grond

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Na de busmarathon van gisteren doen we in Pakse een dag helemaal niets. Het guesthouse is een groene tuin met vijvers vol grote vissen, en we liggen zo lang in de hangmat dat Floor er misselijk van wordt. Pas om vier uur dwingen we onszelf tot een rondje, en na vijfhonderd meter belanden we bij een Indiaas restaurant. Er wonen relatief veel Indiërs in Laos, en de eigenaar serveert uitstekende roti. Pakse is meer een echte stad dan Vientiane, met Frans-koloniale huizen langs smalle straten en zelfs een “Van der Sar Internetcafé”. Dan begint het harder te regenen dan tot nu toe op de hele reis.

Met de houten bus de jungle in

De volgende ochtend rijden we zeven kilometer dwars door het uitgestrekte Pakse naar het busstation, dat eigenlijk een chaotische, modderige markt is waar toevallig ook bussen vertrekken. De bus naar Tat Lo is een oude houten bus, vol Laoten, goederen en een paar levende ganzen in het ruim. We vertrekken stipt om negen uur, om er meteen buiten weer te stoppen voor een complete supermarktvoorraad die op het dak gaat. Je vraagt je af wanneer de assen breken.

Onderweg komen de vrouwen de bus in met kip, ratten, krekels en dikke harige spinnen aan stokjes.

We houden het bij wat we kennen, want gezond zijn we, en dat willen we blijven. Na tweeënhalf uur worden we langs de weg afgezet, en de laatste twee kilometer naar Tat Lo doen we per tuktuk. Het dorp is een aangename verrassing: kleine houten bungalows aan het water, met uitzicht op de waterval en een eigen veranda met hangmat, voor 25.000 kip per dag, in 2005 nog geen twee euro.

Mr. Tim en het dilemma van de bedelende kinderen

Tat Lo draait om Mr. Tim, een van de Laoten die het volledig heeft begrepen. Hij spreekt goed Engels, kent de streek en regelt voor de handvol toeristen alles wat er te doen valt, waar het dorp van meeprofiteert; hij is ook de drijvende kracht achter de computers op de lokale school. Wandelen kan zonder gids, langs dorpjes waar de kinderen zwaaiend sabaidy roepen. Bijna allemaal bedelen ze ook, aangeleerd door toeristen die geld geven. Mr. Tim is er stellig over: geef nooit iets, tenzij ervoor is gewerkt, want een bedelend kind dat meer binnenhaalt dan zijn werkende ouders ontwricht het gezin.

Voor zijn guesthouse staat een auto van UXO, de bomopruimingsdienst, en we raken aan de praat met twee Australische oud-militairen. Wat ze vertellen verklaart de armoede die je als toerist niet meteen ziet. Laos is het zwaarst gebombardeerde land ter wereld: er viel naar schatting 1,9 miljoen ton, meer dan in de hele Tweede Wereldoorlog, waarvan een groot deel nooit is ontploft. De Noord-Vietnamezen gebruikten Laos als bevoorradingsroute naar het zuiden, en de Amerikanen bombardeerden die officieel niet bestaande route jarenlang, met daarnaast grote hoeveelheden ontbladeringsmiddel. Vier maanden geleden stierf in Tat Lo nog een jongetje door een gevonden bom.

Voordat hier ook maar iets kan gebeuren, moet eerst iemand de grond vrijmaken van bommen.

Een boer kan geen extra stuk grond ontginnen zonder dat UXO eerst komt kijken. In dit deel van Laos sterft een op de vier kinderen voor het vijfde jaar, vooral aan de dodelijke malariavariant. De mannen leiden Laoten op om zelf de bommen te ruimen, maar de middelen schieten tekort, en de oorlog in Laos was en bleef grotendeels geheim.

Op de olifant en met de fiets omhoog

De dagen erna zijn lichter. We sjokken op een olifant door de jungle, vijf dollar per persoon, naar een dorpje waar de kinderen niet opkijken van de olifant maar wel van de blanken erop. In elk dorp staat inmiddels een waterpomp, een voorbeeld van hulp die werkt: schoon drinkwater was lang een van de grootste problemen van het land. Een boer van vijfentwintig, getrouwd en met twee kinderen, laat ons zijn land zien, zonder hek of paaltje, met rijst, pepers, pinda’s, bananen en aubergine; hoe heter de pepers, hoe meer ze opbrengen.

De tweede dag huren we bij Mr. Tim twee kleine fietsen zonder versnellingen en klimmen we in de ochtendhitte het Bolaven-plateau op, het grootste deel lopend. Boven fietsen we naar de bovenkant van dezelfde waterval waar we eerder onderaan stonden, met een weids uitzicht over het land. De dorpen hierboven zijn armer dan Tat Lo, en het valt op dat hier juist niet wordt gebedeld, wat bevestigt dat het bedelen door toeristen is aangeleerd.

Praktische informatie

Hoe er komen: Vanuit Pakse rijden lokale bussen richting Sekong; voor Tat Lo stap je uit bij het afslagbord en doe je de laatste kilometers per tuktuk. Reken op twee tot drie uur. Pakse zelf is het vervoersknooppunt van het hele zuiden.

Slapen: In Tat Lo kleine bungalows aan de rivier met watervaluitzicht; Mr. Tim’s adres is al jaren het vaste vertrekpunt voor reizigers. In Pakse guesthouses met tuin.

Eten: Pakse staat bekend om goed eten, waaronder de Indiase keuken met roti en curry. Op het Bolaven-plateau groeit de Lao Coffee op vulkanische grond, een van de betere koffies ter wereld.

Beste reistijd: November tot februari. In het droge seizoen valt er minder water over de watervallen, maar zijn de wegen naar Tat Lo en het plateau beter begaanbaar.

Nog weten: Blijf op de gemarkeerde paden, want niet-ontplofte munitie is in deze streek geen theoretisch gevaar. Olifantentochten en fietsen regel je ter plaatse; geef geen geld aan bedelende kinderen, maar steun de school of koop iets.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie