Home AfrikaSenegalParc National de la Basse-Casamance

Parc National de la Basse-Casamance

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Het Parc National de la Basse-Casamance (PNBC) is op papier een van de meest waardevolle ecosystemen van West-Afrika, maar in de praktijk is het al decennialang een onbereikbaar schimmenrijk. Gelegen in het uiterste zuidwesten van Senegal, nabij Oussouye en de grens met Guinee-Bissau, beslaat het park zo’n 5.000 hectare aan tropisch laaglandbos en uitgestrekte mangroven. Sinds 1993 is het park echter officieel gesloten voor het publiek. De oorzaak is de harde frictie van het slepende conflict in de Casamance, waardoor het gebied getransformeerd werd van een natuurreservaat naar een onbegaanbare zone vol landmijnen.

De frictie tussen biodiversiteit en mijnenveld

De ecologische waarde van het park is onbetwist. Het herbergt soorten die elders in Senegal nauwelijks meer voorkomen, zoals de rode colobusaap, de West-Afrikaanse lamantijn en zelfs zeldzame populaties bosolifanten en buffels. De logistiek van natuurbehoud is hier echter volledig tot stilstand gekomen. Sinds het uitbreken van de gewapende strijd tussen de Senegalese staat en de separatisten (MFDC) in de jaren tachtig, werd het park een strategisch toevluchtsoord voor rebellen. Tegenwoordig schat men dat er nog tienduizenden vierkante meters aan mijnen liggen, wat elke vorm van onderzoek of toerisme fysiek onmogelijk maakt zonder levensgevaar.

Status 2026: Hoop op een moeizame heropening

Het park is momenteel nog steeds niet toegankelijk. Er zijn echter recente ontwikkelingen die wijzen op een mogelijke omslag. Sinds 2024 en begin 2026 zijn er intensieve gesprekken gaande tussen het Senegalese leger, lokale comités en rebellenfacties om het déminage-proces (het ontmijnen) te versnellen. De kosten voor het veilig maken van het gebied worden geschat op circa 700 miljoen CFA-frank. Het doel is om uiterlijk in maart 2026 een groot deel van de ‘vervuilde’ zones rond de dorpen aan de rand van het park schoon te hebben, maar het volledige park heropenen voor toerisme is een logistiek proces dat waarschijnlijk nog jaren in beslag zal nemen.

De menselijke tol van een gesloten park

Voor de omliggende dorpen, zoals Santhiaba Manjacque, heeft de sluiting geleid tot decennia van economische stilstand. Het park, dat ooit het toeristische hart van de regio was naast Cap Skirring, fungeert nu als een fysieke barrière voor de lokale Diola-bevolking, die hun landbouwgronden niet meer veilig kunnen bereiken. De frictie tussen de staat — die de grond onteigende voor het park — en de lokale gemeenschap is hierdoor groot. Een eventuele heropening gaat daarom niet alleen over het verwijderen van mijnen, maar ook over het herstellen van de sociale balans tussen de overheid en de inwoners van de Casamance.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie