Home AfrikaSenegalFietsen in Senegal en Gambia: route, ervaring en praktische informatie

Fietsen in Senegal en Gambia: route, ervaring en praktische informatie

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Vijf weken fietsen we door Senegal en Gambia: 2.030 kilometer, van Banjul door de Casamance en terug, in december en januari. Dit artikel bundelt de praktische kant van die reis: route, wegen, verkeer, geld en reistijd. De dagelijkse verhalen staan bij elkaar in het reisoverzicht Senegambia.

Senegambia is geen land maar een geografische realiteit. Gambia ligt als een smalle strook langs de rivier, aan drie kanten omsloten door Senegal. De grenzen zijn koloniaal getrokken, Brits en Frans, maar taal en handel trekken zich er weinig van aan. Wie hier fietst, wisselt onderweg van munt en voertaal, maar zelden van landschap.

Route en dagritme

Lokale veerpont met fietsen en passagiers steekt een brede rivier over in Gambia

De route is vlak, hoogtemeters spelen geen rol. De uitdaging zit in hitte, afstand en wegdek. Het kwik komt vrijwel dagelijks boven de dertig graden, dorpen liggen twintig tot veertig kilometer uit elkaar en buiten de steden is het verkeer dun. We rijden etappes van zeventig tot honderdtwintig kilometer, vertrekken vroeg om de ergste hitte voor te zijn en zoeken rond het middaguur de schaduw op.

Twee bepakte reisfietsen op een rode zandweg door West-Afrikaanse savanne met baobabs

De hoofdwegen zijn geasfalteerd en redelijk berijdbaar. Daarbuiten wisselen los zand, diep wasbord en rode pistes elkaar af, en die rode stof bedekt aan het einde van de dag alles: tassen, ketting, benen.

Brede banden en ruime watercapaciteit zijn hier geen luxe maar noodzaak.

Verkeer en veiligheid

Senegal kent buiten Dakar weinig zwaar vrachtverkeer. Gambia is drukker, vooral rond Banjul, maar de snelheden liggen lager en automobilisten houden doorgaans rekening met fietsers. Smalle wegen zonder vluchtstrook vragen aandacht.

Onveilig hebben we ons geen moment gevoeld. Anoniem ben je ook nooit: mensen spreken je aan bij elke waterpauze, op elk schoolplein en bij elke marktkraam. In Gambia gaat dat in het Engels, in Senegal in het Frans of Wolof.

Advertentie

Praktisch: visum, geld, water en reistijd

Nederlanders reizen beide landen zonder visum in: Senegal vraagt alleen een bewijs van terug- of doorreis, Gambia geeft bij aankomst een verblijf tot negentig dagen. Senegal rekent in de West-Afrikaanse CFA-frank, vast gekoppeld aan de euro (ruwweg 655 frank per euro); Gambia heeft de dalasi. Contant geld is buiten de steden essentieel: pinautomaten staan alleen in de grotere plaatsen en zijn in Gambia geregeld leeg. Kleine coupures maken het dagelijkse afrekenen eenvoudiger.

Drinkwater is vrijwel overal te koop, in flessen of zakjes; reken in de drogere streken op grotere afstanden tussen de verkooppunten.

De beste maanden zijn november tot en met februari, het droge seizoen: minder regen, iets koelere nachten en berijdbare zandwegen. Vanaf maart loopt de temperatuur snel op en in het regenseizoen verandert menig zandweg in modder. Aan de kust maakt de hoge luchtvochtigheid de hitte zwaarder dan de thermometer doet vermoeden.

Vliegen met de fiets is goed te organiseren; in Dakar en Banjul zijn accommodaties waar de fietsdoos tijdens de reis kan blijven. Daarna begint het eigenlijke verhaal, op dag één: van glazen liften naar rode stof.

Heeft deze gids je geholpen? Een kleine bijdrage houdt hem actueel.





Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie