Tsjechië heeft een gematigd landklimaat: warme zomers, koude winters en een duidelijk verschil tussen de seizoenen. Doordat het land geen kust heeft en omsloten wordt door bergketens, zijn de temperatuurverschillen groter dan in West-Europa. De ligging in het hart van het continent betekent ook dat het weer kan omslaan: een warme zomerdag kan eindigen in een onweersbui die vanuit de bergen komt opzetten.
Verschillen per regio
Het centrale Boheemse bekken rond Praag is het warmst en droogst van het land. De stad ligt beschut in een dal van de Moldau en kent zomers met gemiddelde maxima rond de 24 tot 26 graden, met uitschieters boven de dertig. Zuid-Moravië, rond Brno en de wijngaarden bij Mikulov, is het warmste deel van Tsjechië en lijkt in de zomer al op het Pannonische klimaat van buurland Oostenrijk.
De berggebieden langs de randen zijn aanzienlijk koeler en natter. In het Reuzengebergte (Krkonoše), de Šumava en de Witte Karpaten ligt de temperatuur in de zomer een stuk lager en valt meer neerslag. Op de hoogste toppen, zoals de Sněžka (1603 meter), kan ook in de zomermaanden nog sneeuw blijven liggen. Wie in de bergen wandelt, doet er goed aan op wisselvallig weer te rekenen, ook midden in juli.
De seizoenen
De zomer (juni tot augustus) is het hoogseizoen. Het is de beste tijd voor wandelen in de bergen en voor de festivals en terrassen in de steden, maar het is ook de drukste en duurste periode, vooral in Praag en in Český Krumlov. De maanden mei, juni en september bieden vaak het aangenaamste evenwicht: zacht weer, lange dagen en minder gedrang.
De herfst kleurt de beukenbossen van Moravië en de Witte Karpaten geel en bruin, met heldere, koele dagen die zich goed lenen voor wandelen. In de wijnstreken van Zuid-Moravië valt de oogst in september en oktober samen met de burčák, de jonge, half gegiste wijn die maar een paar weken verkrijgbaar is.
De winter is koud, met temperaturen rond of onder het vriespunt en regelmatig sneeuw, vooral in de bergen, waar de skigebieden van het Reuzengebergte en de Šumava dan in bedrijf zijn. Praag in de winter is sfeervol maar guur; de kerstmarkten trekken niettemin veel bezoekers. De lente komt laat op gang: april is wisselvallig, en pas in mei stabiliseert het weer.
Beste reistijd
Voor een rondreis door het hele land zijn mei tot september de meest geschikte maanden. Wie de bergen in wil, kiest het best voor de zomer, wanneer de hutten open zijn en de paden sneeuwvrij. Wie vooral steden en cultuur zoekt en de drukte wil mijden, reist beter in het late voorjaar of de vroege herfst.
Het continentale klimaat maakt Tsjechië voorspelbaar in de grote lijn en onvoorspelbaar in het detail: de seizoenen doen wat ze horen te doen, maar de bui in de bergen komt wanneer hij wil.