De overgang naar toeristisch Gambia is abrupt. Het gros van de gasten is Westers, veelal Nederlands, met schema’s, gidsen en chauffeurs. TUI-logica. We spotten een PSV-shirt, een tijgerjurk en een corsetachtig ensemble. Abca’s Creek Lodge zelf is mooi: een kreek, apen in de tuin, eekhoorns en vogels overal, hangmatten en bankjes aan het water. Er staan ook bitterballen op de kaart. Zelfs wij trappen erin.
Na het ontbijt stap ik op de fiets, over zandpaden en gravelwegen langs akkers en bos. Verder weg van de lodge verandert de sfeer: op een lange onverharde weg waar nauwelijks iemand komt, kijkt een boer me verbaasd aan. Hij wil ook zo’n fiets. Hoe komt hij daaraan? Met geld. Hoe kom je aan geld? Door te werken. Waarmee? Door boer te zijn. Hoeveel kinderen heb je? Misschien tien. Dat kost geld. Ik heb geen kinderen, zeg ik. Daarom kan ik deze fiets hebben. Hij knikt.
Schoolkinderen geven me een hand; ze zijn klaar met lessen en lopen naar huis, vanmiddag gaan ze voetballen. Alleen de jongens: de meisjes niet. Deze regio is streng islamitisch en ook jonge meisjes zijn hier al volledig bedekt. Onderwijs, religie en dagelijks leven lopen hier sterk door elkaar.
Een grote groep bavianen trekt langs en overal staan imposante baobabs. Ze dragen alleen blad in de regentijd, wanneer de stammen vol water zitten en de vruchten als groene ballonnen aan de takken hangen.
De kajak die geen kajak werd
Het idee is simpel: met afgaand tij peddel je vanuit de lodge met de stroom mee door de kreek, zo’n twaalf kilometer naar Bintang, en de lodge regelt vervoer terug. Rustig, stil, natuur. Maar we starten pas rond vijf uur en de zon gaat om zeven uur onder. Toch wordt ons verzekerd dat het geen probleem is. We vertrekken dapper, maar al snel blijkt dat het water nog niet zakt en we tegen de stroom in peddelen. Mijn horloge meldt een snelheid van drie kilometer per uur.
Als het iets na zessen is en we pas 3,3 kilometer hebben afgelegd, kijken we elkaar aan. Even hoofdrekenen. Met dit tempo: Aankomst rond negen uur. Twee uur na zonsondergang. In een mangrove. Zonder licht. Met krokodillen. De toerboot voor ons keert om. Niemand zegt iets. Dat is het moment waarop we besluiten om te draaien. Teleurgesteld, maar verstandig. Met de stroom mee gaan we terug; net voor zonsondergang zijn we weer bij de lodge.
Een illusie armer, maar een nachtelijke dwaaltocht door de mangrove rijkelijk ontweken.
Meer uit deze serie:
← Vergeet ons niet
Oesters op touwen →