Na het verval van het Pools-Litouwse Gemenebest werd het Oekraïense land in de loop van de achttiende eeuw verdeeld tussen twee grote rijken. Bij de Poolse delingen van 1772 tot 1795 kwam het westen, met de regio’s Galicië en later Boekovina, onder het Habsburgse rijk te liggen. De steden Lviv, in het Duits Lemberg genoemd, en Chernivtsi groeiden uit tot bestuurlijke en culturele centra met een gemengde bevolking van Oekraïners, Polen, Joden, Duitsers en Armeniërs. Het overige, veel grotere deel, met steden als Kyiv, Charkiv en Odesa, viel onder het Russische tsarenrijk. Daarmee ontstond een tweedeling die de geschiedenis van het land tot diep in de twintigste eeuw heeft gevormd.
De twee rijken voerden een verschillend beleid. In het Habsburgse Galicië was ruimte voor Oekraïenstalige verenigingen, kranten en politieke partijen, vooral na de grondwetshervormingen van 1867. In het Russische rijk werd de Oekraïense taal juist onderdrukt: het Emstoekaz van 1876 verbood het drukken van boeken en het opvoeren van toneel in het Oekraïens. Toch kwam ook daar een nationale ontwaking op gang, met de dichter Taras Sjevtsjenko als boegbeeld, wiens verzen de taal tot literaire standaard verhieven.

Republiek en inlijving
De Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie schiepen een kortstondige kans op zelfstandigheid. Tussen 1917 en 1921 riepen Oekraïners verschillende republieken uit, waaronder de Oekraïense Volksrepubliek onder de Tsentralna Rada en, in het westen, de West-Oekraïense Volksrepubliek. Deze staten verkeerden vrijwel onafgebroken in oorlog, belaagd door bolsjewieken, witte legers, Poolse troepen en anarchistische milities. Uiteindelijk delfden zij het onderspit. Het oostelijke en centrale deel werd ingelijfd bij de Sovjet-Unie als Oekraïense Sovjetrepubliek, terwijl Galicië aan het herrezen Polen toeviel.
In de jaren twintig leek de Sovjetrepubliek een eigen koers te varen, met onderwijs en bestuur in het Oekraïens, maar onder Stalin sloeg dat beleid om in vervolging.

De Holodomor en de oorlog
Het zwaarste hoofdstuk volgde in de winter van 1932 op 1933. Stalins gedwongen collectivisatie van de landbouw, gecombineerd met onmogelijk hoge graanvorderingen en strafmaatregelen, leidde tot een massale hongersnood die bekendstaat als de Holodomor, letterlijk de uithongering. Schattingen van het dodental lopen uiteen, maar gaan in de miljoenen. Wegen werden afgesloten zodat boeren niet konden vluchten, en wie graan achterhield riskeerde de doodstraf. Veel landen, waaronder Oekraïne zelf, erkennen de Holodomor als genocide tegen het Oekraïense volk.
Nauwelijks een decennium later trof de Tweede Wereldoorlog het land opnieuw. Na de Duitse inval in 1941 kwam vrijwel heel Oekraïne onder nazibezetting. In de ravijn van Babyn Jar bij Kyiv vermoordden Duitse eenheden in september 1941 in twee dagen ruim drieëndertigduizend Joden, het begin van een veel grotere reeks massamoorden op die plek. Het land werd een hoofdtoneel van de oorlog: steden werden verwoest, miljoenen burgers en soldaten kwamen om, en de bevolking raakte verdeeld tussen wie zich bij het Rode Leger aansloot en wie hoopte dat de Duitse inval onafhankelijkheid zou brengen.
Die eeuwen van verdeelde heerschappij verklaren waarom west en oost van Oekraïne van elkaar verschillen. Het westen, lang onder Habsburg en Polen, ontwikkelde een sterkere Oekraïenstalige en katholiek-uniate traditie en een blik op Midden-Europa. Het oosten, met zijn industrie en grote Russischtalige bevolking, bleef nauwer met Rusland verweven. Pas in 1939 en 1945 werden beide delen binnen één Sovjetrepubliek samengebracht.
In Lviv staan nog altijd de Weense gevels van de Habsburgers, terwijl in Charkiv de strakke Sovjetblokken het straatbeeld bepalen.