Odessa ligt in het uiterste zuiden van Oekraïne, aan de noordwestelijke kust van de Zwarte Zee. De stad werd in 1794 gesticht onder Catharina de Grote als havenstad en groeide in de negentiende eeuw uit tot een van de belangrijkste handelssteden van het Russische Rijk. Voor wie het land per fiets doorkruiste, vormde Odessa het natuurlijke einddoel van de Oekraïne-etappe: na de open steppe van Podolië met zijn graanvelden, Italiaanse populieren langs de weg en half uitgestorven dorpen vol Sovjet-architectuur en standbeelden van Lenin, opent zich plotseling de zee.
Een kosmopolitische haven
Odessa dankt haar karakter aan de mensen die er samenkwamen. Vanaf de stichting trok de vrijhaven kooplieden en migranten uit heel Europa: Russen, Oekraïners, Grieken, Italianen en een grote Joodse gemeenschap die op haar hoogtepunt rond een derde van de bevolking uitmaakte. Die mengeling gaf de stad een eigen taal, humor en literatuur. De Italiaanse invloed klinkt door in straatnamen en architectuur, waaronder de bekende winkelstraat Deribasivska, genoemd naar de in Napels geboren stichter José de Ribas.
Het stadsbeeld wordt bepaald door brede negentiende-eeuwse boulevards en enkele beroemde monumenten. De Potjomkin-trap daalt in tweehonderd treden van de stad naar de haven en werd wereldberoemd door de scène in Sergej Eisensteins film Pantserkruiser Potjomkin uit 1925. Het operagebouw, in de stijl van de Weense neobarok, geldt als een van de mooiste van Oost-Europa. In 2023 werd het historische centrum op de UNESCO-Werelderfgoedlijst geplaatst, mede vanwege de bedreiging die de oorlog voor de stad vormt.
De stad keert haar gezicht naar het water, met trappen, boulevards en pakhuizen die allemaal op de haven uitkomen.
De zee als front
Sinds de Russische invasie van februari 2022 is Oekraïne als reisbestemming gesloten, en voor Odessa geldt dat des te sterker. De havenstad ligt aan een Zwarte Zee die door zeemijnen, blokkades en raketaanvallen gevaarlijk is geworden. De haven, lange tijd de motor van de stad en een belangrijke doorvoer van Oekraïens graan, kwam herhaaldelijk onder vuur te liggen, en ook gebouwen in het beschermde historische centrum raakten beschadigd. De plaatsing op de UNESCO-lijst was deels een poging om dat erfgoed internationaal te beschermen.
Odessa blijft daarmee een stad met twee gezichten: een kosmopolitische haven die haar identiteit ontleent aan de zee, en een frontstad waarvoor diezelfde zee nu een bron van dreiging is.
Boven aan de Potjomkin-trap kijkt het standbeeld van de Hertog van Richelieu nog altijd uit over de haven, terwijl beneden de kades en de Zwarte Zee zich tot de horizon uitstrekken.