De Rainbow Road: twee dagen over privéland naar Hanmer Springs

Published: Updated: 0 comments

Vanaf Kowhai Point aan de Wairau is het maar vijfentwintig kilometer naar Saint Arnaud, en voor het eerst hindert de wind ons niet, omdat het landschap eindelijk iets teruggeeft. We klimmen door loofbos, passeren de afslag naar de Rainbow Road en rijden door tot het dorp aan de rand van Nelson Lakes National Park. In het informatiecentrum blijkt maar één camping open, aan het water. Vanuit de tent kijk je over Lake Rotoiti, een meer dat door allang verdwenen gletsjers is uitgesleten en aan alle kanten door steile groene bergen wordt ingesloten. Het water is kraakhelder en er zwemmen palingen in van negentig centimeter.

De avond verloopt volgens een patroon dat we hier vaker zullen zien. Tegen zessen loopt de camping vol backpackers en klinkt er van alles door elkaar; tegen zevenen zit iedereen weer in de auto, want de zandvliegen winnen. We spreken een Nederlands stel dat in een tempo de wereld rondreist waar wij niet aan kunnen tippen, en bellen daarna naar Rainbow Station met de vraag of we morgen de Rainbow Road op mogen. De weg is officieel nog dicht.

Een tolweg over een schapenboerderij

De Rainbow Road loopt honderdtwaalf kilometer van Saint Arnaud naar Hanmer Springs en is geen openbare weg. Hij ligt over stationland, particulier bezit, en het gebruik ervan is een gunst van de pachter, geen recht. Dat is te merken: hekken die je achter je moet sluiten, kuddes die op en langs de weg staan, en overal traps, vallen voor de dieren die hier pests heten. Na de afslag naar het skigebied houdt het asfalt op. We rijden door een vallei die eerst breed en groen is, met de rivier links en zon op de rug, en steken een reeks fords over, kreekbeddingen waar soms water in staat en soms niet. Bij een van de bredere gaan de schoenen uit en waden we op blote voeten naar de overkant.

Halverwege komt de beheerder aanrijden om te kijken wie zich op zijn land bevindt. Ik vertel dat ik gisteren gebeld heb. “You must have spoken to Jim, then,” zegt hij, een boer zonder ondertanden, en hij rekent de tol af: een paar dollar per fiets, een veelvoud daarvan voor een motor. Op dit station lopen driehonderd runderen en achtenhalfduizend schapen, vertelt hij. Of we ons geen zorgen moeten maken. “You will be alright.” We komen niemand meer tegen.

Daarna wordt het alleen maar mooier: het bos maakt plaats voor tussock, het dal wordt langzaam smaller, en de weg klimt gestaag over keien, wasbord en los grind, waardoor ook de dalende stukken werk blijven. Vlak voor Hells Gate, de kloof die de grens vormt tussen Rainbow Station en het veel grotere Molesworth Station, schuilen we voor een hagelbui. Kort, maar de lucht is intussen omgeslagen. In het dal was het twintig graden bij volle zon; in de kloof veertien; bij het gratis DOC-terrein aan Coldwater Creek, waar we in natte sneeuw aankomen, staat de teller op vijf. We zetten de tent op en verdwijnen erin. We staan volstrekt alleen tussen besneeuwde toppen en zien er door de wolken helemaal niets van.

Anderhalve graad op de hoogste weg van het land

De nacht brengen we met alle kleren aan door. ’s Ochtends wijst de thermometer anderhalve graad en hangt er een loodgrijze hemel. Fietsbroek, trainingsbroek, regenbroek, thermoshirt, T-shirt, windstopper, fleece, regenjas: alles wat we hebben gaat aan. De schoenen zijn nog nat van gisteren, de handschoenen ook. De onverharde hellingen zijn glad en steil, soms acht procent en meer, en op de zwaarste stukken duwen we. Een fiets heet hier een push bike, om hem van een motorfiets te onderscheiden, maar vandaag verdient het woord zijn naam.

Het dal van Molesworth, het grootste veeteeltbedrijf van Nieuw-Zeeland, wordt breder naarmate we vorderen. Kuddes staan verspreid over hellingen die kaal zijn op laag struikgewas en gras na. We komen geen auto tegen en geen fietser. Af en toe scheurt de wolkensluier open en zien we hoe wit de bergen om ons heen zijn. Een groot deel van de dag striemt natte sneeuw in ons gezicht, met een koude tegenwind erbij. Island Saddle, met 1.347 meter het hoogste punt van de route en volgens de borden de hoogste openbaar toegankelijke weg van het land, is zo steil dat we ook daar lopend eindigen. We hopen dat het weer aan de andere kant beter is. Het slechte weer komt precies uit de richting waar we heen gaan.

Het is een belachelijk gaaf landschap om zo ellendig doorheen te fietsen.

De afdaling gaat kilometers lang over hobbelig grind tussen gele brem. Verkleumd rollen we Hanmer Springs binnen en doen voor het eerst in dagen niet wat we altijd doen: op Pines Holiday Park nemen we een cabine met verwarming. Warme douche, warm bed, een ruimte die niet zo koud is als buiten.

Kuuroord, en dan de kust

De volgende dag is helder, en pas nu zien we waar we doorheen zijn gekomen: de bergen achter ons zijn wit uitgeslagen. Een motorrijder op de camping vertelt dat we een van de mooiste routes van het land hebben gefietst. Hanmer Springs zelf is een kuuroord dat volledig om zijn warmwaterbronnen heen is gebouwd, met een stoet dagjesmensen en caravans die er ’s middags doorheen trekt. Wij eten fish ’n chips op een bankje, wassen de fietsen in de rivier bij Thrillseekers Canyon, waar je kunt bungeejumpen en raften, en wachten netjes tot negen uur ’s avonds, want dan is het badhuis gratis. Bij aankomst staat er een rij locals, maar niemand loopt naar de kleedhokjes. Ze leveren allemaal hun handdoek in. Het bad gaat om negen uur dicht.

De afdaling naar de oostkust volgt de Alpine Pacific Triangle langs de Waiau River en begint in de zon. Na Culverden, een plaats die uit een paar huizen en winkels langs de hoofdweg bestaat, ligt vijfentwintig kilometer kaarsrechte, lege weg. In Hurunui staat een boscamping aan de rivier waar je voor een prikje kunt overnachten, te betalen via een honesty box: geld in een busje, niemand die controleert. Wij lunchen er alleen. Terwijl de eieren bakken, valt iets op dat al langer aan ons knaagt: buiten de zandvliegen is er in dit bos geen enkel insect. Geen mier, geen kever, hooguit een spin. Voor een land dat zijn ratten, hermelijnen en possums met vallen langs elke weg bestrijdt, is het een logische stilte, maar wennen doet het niet.

Voorbij Waikari zakt de temperatuur naar elf graden en striemt de regen door de regenkleding heen. We halen Highway 1 nog net niet aan, glippen door wijngaarden en schapenweides naar Amberley en rijden de laatste vijf kilometer naar Amberley Beach, een parkeerplaats aan zee waar langparkeerders staan en waar we voor weinig de tent mogen neerzetten. We eten ravioli met een prut van pompoen en courgette. Na een dag die in de zon begon en in de kou eindigde, smaakt dat beter dan het klinkt.

Deze etappe sluit aan op de eerste week door Marlborough; de hele reis staat dag voor dag in het reisoverzicht van Nieuw-Zeeland.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Advertentie

Praktische informatie

De route: de Rainbow Road verbindt Saint Arnaud met Hanmer Springs over 112 kilometer onverharde weg, met Island Saddle (1.347 m) als hoogste punt. Voor bepakte fietsers is het twee dagen. Onderweg is er geen winkel, geen benzine en geen mobiel bereik: alles wat je nodig hebt, neem je mee vanuit Saint Arnaud of Hanmer Springs.

Toegang en tol: de weg loopt over privéland van Rainbow Station en gaat pas open op tweede kerstdag om 7.00 uur; hij sluit weer op Paasmaandag. Tijdens het seizoen zijn de hekken open van 7.00 tot 19.00 uur. Wij fietsten er ruim een week vóór de opening en belden daarom vooraf; dat is nog steeds de enige juiste route als je buiten het seizoen wilt. De tol bedraagt inmiddels $5 per fiets, contant te betalen bij het tolhek halverwege, en geldt het hele jaar. Controleer voor vertrek de roadstatus-pagina van het station: bij hevige regen of brandgevaar gaat de weg zonder aankondiging dicht.

Slapen onderweg: kamperen mag uitsluitend op de DOC-plekken langs de route, waaronder Coldwater Creek, Lake Tennyson en de Sedgemere Sleepout; betalen doe je aan DOC. Open vuur is er niet toegestaan vanwege het brandgevaar, dus neem een brander mee. In Hanmer Springs is er van holiday parks tot lodges van alles; na twee dagen in de kou is een cabine met verwarming het overwegen waard.

Weer: dit is alpien gebied en het weer draait er binnen een uur. Wij gingen op één dag van twintig graden en zon naar vijf graden met natte sneeuw, in december. Reken op nachtvorst boven de duizend meter, ook midden in de zomer, en neem winterkleding mee die je op de rest van het Zuidereiland nauwelijks gebruikt.

Hanmer Springs: de thermale baden zijn de reden dat het dorp bestaat en dagelijks tot in de avond open; controleer de sluitingstijd voordat je met je handdoek voor de deur staat. Van Hanmer Springs naar de oostkust volg je de Alpine Pacific Triangle langs de Waiau River, een lange, geleidelijke afdaling met een kaal stuk van vijfentwintig kilometer voorbij Culverden.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Nieuw-Zeeland

Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Nieuw-Zeeland

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Nieuw-Zeeland ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie