De oversteek naar het Zuidereiland

Published: Updated: 0 comments

Rustig in het hostel gisteravond, op een half uur na waarin het leek of de disco van de buren nog een nachtje wilde doorhalen. Loos alarm: het nummer Last Dance is hier net zo goed de afsluiter als overal. Nu we een nachtje over de treinreis van gisteren hebben kunnen nadenken, durf ik het hardop te zeggen: de Northern Explorer, een van de beroemde ‘epic train journeys’ van het land, valt gewoon tegen. Interessant om het landschap zo te zien, spectaculair niet.

Het ontbijt zou bij de kamer inbegrepen zijn, maar daar merken we ’s ochtends weinig van. De pannenkoeken moet je zelf bakken, andere opties zijn er nauwelijks. We eten ons eigen ontbijt maar op. Ontbijtzalen in hotels zijn het voorportaal van de hel, vind ik, en die mening verandert vandaag niet.

Wachten op de boot

De Interislander vertrekt om kwart voor drie ’s middags, en we moeten uiterlijk om één uur inchecken. Genoeg tijd om nog een rondje door Wellington te fietsen, langs het water van de baai waaraan de hoofdstad ligt. Wat vooral opvalt is het enorme aantal nationaliteiten en de bijbehorende eettentjes; gisteravond aten we bij een Maleisisch restaurant, een van talloze buitenlandse keukens in de stad. Er wordt flink gezwommen in de baai, die tegelijk de haven is; het water is helder. Boodschappen blijken hier net zo duur als in Auckland.

We fietsen langs de kade, waar de oude havenactiviteit heeft plaatsgemaakt voor horeca, tot aan de terminal. Inchecken, wachten, en dan mogen we met de fietsen aan boord, nadat grote aantallen vrachtwagens en vier treinen van boord zijn gereden en er vier nieuwe voor in de plaats komen. Onze fietsen krijgen een plek tussen de treinen. De overtocht duurt drieënhalf uur. Op het dek waait het zo hard over de Cook Strait dat we een deel binnen doorbrengen, op een paar relaxte stoelen. Zodra we de Queen Charlotte Sound in varen, gaan we weer naar buiten: de groene, grillige kust glijdt rustig voorbij.

De groene, grillige kust glijdt rustig voorbij.

In Picton, de toegang tot het Zuidereiland, tanken we en doen boodschappen voor twee dagen vooruit. Het is al zes uur geweest, dus verspillen we geen tijd meer: nog tien eenvoudige kilometers, twee baaien verder, naar onze eerste DOC-camping. Er zijn verschillende types; deze heeft toiletten en drinkwater, $6 per persoon, te betalen door een bon in te vullen en het geld in een brievenbus te doen. Voor $12 kamperen op een mooie plek aan de Queen Charlotte Sound is een goede deal.

We zetten voor het eerst onze nieuwe tent op, een groene driepersoons tunneltent van Vango, aan het water. Een weka, een grote, nieuwsgierige loopvogel, komt de graspol naast de tent inspecteren, en overal om ons heen klinken vogels. Aan de kleine zwarte vliegjes rond de tent besteden we geen aandacht. ’s Avonds koken we pasta met tonijn, paprika, ui en knoflook. Wat we vergeten zijn: in Picton een fles wijn kopen.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Foto’s uit Nieuw-Zeeland

Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›

Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie