We vliegen Laos binnen, en dat blijft wringen, want we hebben geen idee of de slechte verhalen over de landroute vanuit Hanoi kloppen. Het voordeel is dat we de 495 kilometer in een uur overbruggen, in een Nederlandse Fokker die door de bewolking niets prijsgeeft tot we boven Laos dalen: uitgestrekte bossen, rode zandwegen en de bruine Mekong. Met een zachte klap landen we op Vientiane International Airport, en zonder gedoe staat de stempel in het paspoort.
Miljonair in een dorp met hoofdstadfunctie
In de stad gaan we eerst op jacht naar kip, de lokale munt. Bij de meeste banken lukt het met onze creditcard niet; pas aan een balie langs de Mekong komen we binnen. Voor 300 euro krijgen we vier miljoen kip, en omdat het grootste biljet 20.000 kip is (rond de anderhalve euro), lopen we rond met een onhandelbare stapel geld, miljonair zonder te weten wat hier iets kost.
Vientiane is de hoofdstad, maar dat is er niet aan af te zien. De stad telt zo’n 200.000 inwoners, en op de twee hoofdwegen langs de rivier na zijn de straten zandwegen. Wat er wél in overvloed is, zijn de wats, de boeddhistische tempels in uitbundige kleuren, met monniken in oranje gewaden en de gouden Pha That Luang als nationaal symbool. Op een gehuurde motor blijkt de stad vooral een uitgestrekt dorp: houten huizen op palen, koel en met schaduw eronder, mensen die ’s middags overal liggen te slapen, op de vloer of in een hangmat tussen hun koopwaar.
Wat opvalt is het aantal buitenlanders dat geen toerist is. Vientiane telt naar verluidt enkele duizenden hulpverleners op die tweehonderdduizend inwoners, van de VN tot Unicef en de WHO, en dat zegt genoeg over hoe arm dit socialistische land is.
Op de twee hoofdwegen na is de hoofdstad van Laos een zandweg.
Wie in oktober naar de rust van Laos komt, komt overigens bedrogen uit. Langs de Mekong is het Bun Nam, het bootracefestival dat het einde van het regenseizoen viert. Anderhalve week lang is het vooral een luide kermis, met tussendoor drakenboten op het water. De muziek staat overal op een belachelijk volume; op de podia gebeurt verder weinig.
Langs de rivier naar het zuiden
We nemen de lokale bus naar Tha Khaek, 330 kilometer zuidwaarts, als enige buitenlanders aan boord. Nog voor het busstation uit stoppen we al voor stokbroodverkopers die instappen, hun handel doen en weer uitstappen. De rit loopt vlak langs de Mekong, en daar wordt iets zichtbaar dat de kaart niet vertelt: een groot deel van de zes miljoen Laoten woont in een smalle strook langs deze ene rivier, in houten huizen op palen, terwijl de rest van het land grotendeels leeg is. Nog zo’n veertig procent is bos, al verdwijnt dat snel.
Een groot deel van een heel volk woont in een smalle strook langs één rivier, en daarachter is het land leeg.
Tha Khaek stelt weinig voor, en dankzij een tuktukchauffeur die er een flinke omweg omheen rijdt, hebben we de hele stad meteen gezien. De grote dag is de volgende: met een tuktuk en een Canadese die redelijk Lao spreekt rijden we over een rode zandweg de jungle in, langs vier grotten. De karstbergen zelf zijn na China en Vietnam niet bijzonder meer, maar de weg ernaartoe is dat wel: die hakten de Fransen ooit met explosieven uit de rotsen, als een van de hoofdroutes naar Vietnam. In de grotten is het koel en donker, en de net ontdekte Boeddhagrot dankt zijn naam aan de beelden die er zijn gevonden.
De laatste etappe is een geduldproef. Vanaf half elf zou er elk halfuur een bus naar Pakse gaan, maar na drie uur wachten is er nog geen enkele langsgekomen. We stappen dan maar in de eerste bus naar Savanakhet, waar niemand weet of er iets doorrijdt, en na opnieuw uren wachten vertrekt pas om half zes de nachtbus. Om kwart over tien komen we aan in Pakse, waar mannen met geweren ons opwachten, want in Laos worden bussen nog geregeld beschoten. We vallen meteen in slaap.
Praktische informatie
Hoe er komen: In 2005 vlogen we vanuit Hanoi naar Vientiane (495 km, ongeveer een uur). Over land kan het inmiddels vlot via de Vriendschapsbrug over de Mekong vanuit Nong Khai in Thailand. Binnen Laos rijden lokale bussen langs de Mekong naar het zuiden; reken op trage ritten en veel wachten.
Slapen: Guesthouses langs de Mekong-boulevard in Vientiane; in Tha Khaek de Tha Khaek Travel Lodge. Prijzen liggen laag naar westerse maatstaven, maar Vientiane is duurder dan de rest van Laos.
Eten: Door de Franse invloed vind je overal baguettes, hier met veel koriander, plus de uitstekende Lao Coffee. Een goede koffie en een gevulde baguette kostten samen nog geen euro.
Beste reistijd: November tot februari, na de regentijd en voor de grootste hitte. Reis je in oktober, dan val je midden in het Bun Nam-festival: sfeervol, maar luidruchtig en druk.
Nog weten: Kip is de munt; neem contant geld mee, want pinnen was lastig. De grotten bij Tha Khaek regel je per tuktuk ter plaatse.
Plan je reis
- Overnachten in Laos: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Laos: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Laos: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Bekijk de volledige kaart van Laos ›
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.