
Uit het reisverslag van de grote reis over land, najaar 2005. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik.
De afgelopen twee weken zitten we in Hanoi en in de omgeving van Halong Bay. Hanoi telt 3,5 miljoen inwoners en gevoelsmatig net zoveel scooters. Op straat is het een gekkenhuis, en veilig oversteken kan alleen door je met doodsverachting op het asfalt te begeven en rustig door te lopen; versnellen of stilstaan is de grootste fout die je kunt maken. Het leven speelt zich buiten af, wat logisch is in dit klimaat. Iedereen lijkt handelaar: elke straat heeft zijn eigen soort winkels, alsof de gilden nog bestaan. Vietnam mag dan socialistisch zijn, aan het handelen te zien merk je daar weinig van.
Het mooiste aan Hanoi is dat je overal op straat kunt eten en op kleuterstoeltjes een biertje kunt drinken, een halve liter voor zo’n zeven cent. Je zit dan wel in de goot, maar mocht je te veel drinken, dan zit je meteen goed. Rustig is het niet, want ook daar weten de verkopers je te vinden, ditmaal de boekverkopers: alle gekopieerde titels die je wilt, een paar kilo boeken voor een paar euro.
Halong Bay en Cat Ba
Vanaf Hanoi gaan we met de trein naar de havenstad Haiphong, al missen we door het ondoorgrondelijke dienstregelingssysteem de boot. Die trein is trouwens de slow train, en dat is hij: twintig kilometer per uur, dwars door winkelstraten en langs woonhuizen, vijf uur voor honderd kilometer. Hoe zuidelijker we komen, hoe trager het transport. In Haiphong doen figuren die “kaartjes moeten op zijn” of “het enige verkooppunt” zijn hun best ons geld af te troggelen. We lopen rustig langs alle loketten naar de haven, laten merken dat we geen haast hebben en best naar een ander gaan, en krijgen het mooiste compliment dat zulke verkopers je kunnen geven: “you’re intelligent people”. Zeker: we zijn toeristen, maar niet dom. Voor de juiste prijs hebben we de kaartjes.
Van Haiphong is het tweeënhalf uur varen naar Cat Ba, het enige bewoonde eiland tussen de vierduizend rotsen van Halong Bay.
We nemen een hotel met uitzicht op de baai voor drie euro per nacht. Na vier maanden reizen zijn we toe aan de zee, en een tropische zee is voor ons allebei nieuw. De stranden zijn rustig als je de mooiste net iets verder opzoekt, al heeft een tyfoon van twee weken terug een deel van het strand en de voorzieningen tot puin gereduceerd. Met vrienden uit Vietnam en twee Duitsers die we op het strand ontmoeten, huren we een boot met kok en kapitein en dobberen twee dagen en nachten tussen de eilanden: slapen op het dek onder de sterren, zwemmen en snorkelen boven koraal, verse vis aan boord. Het mooiste dat we ooit hebben gedaan, en zolang je alles zelf regelt spotgoedkoop. In China maakte Floor de lage prijzen; hier doen mijn blauwe ogen dat, tot het punt dat we na acht dagen automatisch korting krijgen omdat ze ons kennen. Tijd om te gaan.
Een vliegtuig naar Laos
Terug in Hanoi, want op 12 oktober vliegen we naar Vientiane. Vliegen, ja. Ons principe is Australië te bereiken zonder vliegtuig, maar tussen Noord-Vietnam en Laos zijn maar twee bruikbare grensovergangen: de ene ligt veel te ver zuidelijk, de andere kost een uitputtende busreis van wel 24 uur, en juist op dat traject wordt geadviseerd niet met de bus te gaan vanwege de kans op flinke oplichterij. Om gedoe en risico te vermijden nemen we voor die vierhonderd kilometer het vliegtuig.
Wat me is bijgebleven van Vietnam: het socialisme heeft hier niet gezorgd voor de robotisering die je in China ziet; mensen doen hun eigen ding. Maar de oorlog is overal aanwezig, niet alleen in de herdenkingen, maar vooral in de inzamelingen voor de slachtoffers van Agent Orange, het ontbladeringsmiddel dat de Amerikanen in miljoenen liters over Vietnam en Laos verspreidden. Samen met de vele niet-ontplofte bommen zorgt dat nog steeds voor slachtoffers: vervuild grondwater, kinderen met erfelijke afwijkingen. De Amerikaanse overheid weigert tot op de dag van vandaag verantwoordelijkheid te erkennen of de slachtoffers te steunen, terwijl ze voor Vietnam dezelfde oorlogsretoriek gebruikte als later voor Irak. Dat blijft moeilijk te verkroppen.
Dit verhaal is gratis, zonder advertenties en zonder cookies. De moeite waard? Betaal mee aan het volgende.
Eenmalig, via iDEAL, zonder account.
Praktische informatie
Route en tijd. Hanoi – Haiphong – Cat Ba (Halong Bay) – terug naar Hanoi – vlucht naar Vientiane, 29 september t/m 12 oktober 2005.
Halong Bay / Cat Ba. Cat Ba is het uitvalspunt. Een boot met kok en kapitein delen met een paar reizigers is veel goedkoper en mooier dan een georganiseerde tour. Let op het tyfoonseizoen (najaar), dat stranden en voorzieningen zwaar kan toetakelen.
Vervoer. De “slow train” naar Haiphong is traag (100 km ≈ 5 uur). In havensteden opereren tussenpersonen die kaartjes duurder maken; loop rustig langs de officiële loketten. De overstap naar Laos ging destijds het praktischst per vliegtuig vanuit Hanoi.
Plan je reis
- Overnachten in Vietnam: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Vietnam: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Vietnam: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Vietnam ›Plan je eigen reis door Vietnam
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Gratis, zonder advertenties
De verhalen en gidsen kosten tijd, hosting en fotoruimte. Betaal mee als je ze de moeite waard vindt.
Eenmalig, via iDEAL, zonder account.
