4.30 – China | De Driekloven

Van de Drieklovendam tot Chongqing, een afstand van meer dan 600 kilometer verderop, is de Jangtsekiang (Yangtze) eigenlijk één groot stuwmeer. Het water erin moet geleidelijk rijzen tot 175 meter boven de zeespiegel, 100 meter hoger dan vroeger. Nu schommelt het waterpeil nog rond de 135 meter, maar de bordjes met 175, het uiteindelijke peil, zijn onderweg al duidelijk te zien. De Driekloven zijn 70 miljoen jaar geleden ontstaan toen door tektonische beweging van de aardkorst twee gebergteketens tegen elkaar schoven. Het water zocht een uitweg en vond deze door diepe kloven uit te snijden in het zachte kalksteen. Er werd gevreesd dat de verhoging van het waterpeil de schoonheid van de kloven kapot zou maken Helaas varen we ’s nachts door, waardoor we niet alles van de Driekloven meekrijgen. ’s Ochtends in alle vroegte glijden we over het snelstromende gladde water van de rivier langs rotsen van meer dan 1.000 meter hoog. Bij deze hoogte maakt honderd meter minder niet zo’n groot verschil.

De verhoging van het waterpeil heeft het ook mogelijk gemaakt om allerlei zijrivieren comfortabel op te varen. De Shennong bijvoorbeeld, die we ’s middags met een kleinere boot opvaren. Het water is er groen en helder, een groot contract met het open riool dat de Yangtze is. Ook aan boord van deze kleinere boot zitten de Chinezen liever televisie te kijken dan dat ze zelfstandig naar buiten staren. Pas als de gids zegt dat er iets moois aankom, schieten ze voor maximaal 2 minuten naar buiten voor de dwangmatig geposeerde foto. Daarbij worden wij ruchtsichloss op zij geduwd. Veiligheidshalve blijven wij daarom aan boord bij de tweetal verplichte ‘shop-till-you-drop-stops’. Wat wij zien als meuk, wordt door de Chinezen gezien als de meest geweldige souvenirs om tuis de buurman de ogen mee te kunnen uitsteken.

Zowat zestien kilometer stroomopwaarts komen we in een dorp van de Tujia, de stam van de vroegere boottrekkers van de Yangtze. Ooit trokken ze met honderden schepen door de kloven van de hoofdstroom zelf. Nu zijn ze een toeristische attractie. Vroeger werkten ze volledig naakt, omdat het zo veel praktischer is om in en uit het water te springen dan almaar met natte kleren te zitten. Vooral toeristen hadden daar klachten over, de naaktheid is nu dus niet meer. Wij krijgen een reddingsvest om en moeten plaatsnemen in kleine boten gemaakt van bamboe. Al peddelend in de sampan varen we door de smalste en mooiste kloven. Tegen de steile rotswanden zien we nog net een paar apen wegschieten tussen de uitbundige groene vegetatie. Helaas is het niet mogelijk om van al dit moois te genieten. Stil is het hier namelijk echt niet. Wanneer twee met toeristen gevulde sampans elkaar passeren, schreeuwen de mannen als kleine kinderen naar elkaar. Ondertussen voeren ze een heus waterballet op, waarbij alles en iedereen in de sampan het moet ontgelden. Met regelmatige tussenpozen staan er ‘authentieke’ muzikanten in ‘authentieke klederdracht tussen het groen. Ze brengen ‘authentieke’ pling-plong muziek ten gehore, want dat is nou eenmaal wat je als Chinese toerist wilt zien en horen. Wij houden er een bijzondere bijsmaak aan over. Eigenlijk vinden we het vreselijk, maar het is ook wel weer bijzonder lachwekkend. Hoe kom je er bij om muzikanten in een afgelegen kloof te plaatsen?

Geef een reactie

  Subscribe  
Abonneren op