Bij het opstaan schijnt de zon door de bomen. De halve camping stond gisteren nog onder water en de lucht was dagenlang grijs, maar vandaag is het droog. Vocht en warmte samen maken de lucht zo klam dat kleren niet meer opdrogen; in de tent hangt een geur die we liever niet omschrijven. We rijden terug naar de B8 en draaien de zeventig kilometer naar de grens met Botswana. Het landschap heeft weer kleur: bloemen langs de weg, grote bomen die weerkaatsen in ondergelopen land. Koeien maken hier de dienst uit, grote kuddes met hun herders ertussen.

Onderweg mijmeren we over de afgelopen weken. Dit Afrikaanse platteland is kleinschalig op een manier die je uit geschiedenisboeken kent: nederzettingen van hutten, akkers die gemeenschappelijk worden bewerkt, een kraal om het vee te beschermen en een omheining tegen wilde dieren. Tot in de jaren zestig en zeventig zag het Nederlandse platteland er niet heel anders uit, met gemengde bedrijfjes, vee dicht bij huis en gedeeld grondgebruik. Daar maakte de schaalvergroting in één generatie een einde aan. Of dat hier ook gebeurt is de vraag: de grondstoffen zijn er, de bevolkingsgroei ook, alleen het kapitaal ontbreekt. Kinderen langs de weg roepen “I’m hungry” en wrijven over hun buik. Of ze het menen weten we niet, maar we begrijpen best dat je op een gegeven moment iets anders wilt dan de maïs- of gierstpap die hier bij vrijwel elke maaltijd op tafel staat, met bonen, bliksardientjes of gedroogde vis ernaast als het meezit.
De Chobe vormt de grens. Het is de meest ontspannen grensovergang die ik ooit heb meegemaakt: geen rij, een handtekening in een boek, een uitreisstempel en “thank you, see you next time.” Halverwege de brug zit een visarend in een dode boom. Aan de Botswaanse kant loopt de oever steil omhoog, en achter het loket volgt de vraag die de dag samenvat.
“Ja, maar wat is het kenteken van de motorcycle?” Nee, we zijn echt op de fiets. Geen kenteken.
Het formulier heeft er geen hokje voor. “Passen jullie op voor de olifanten? Er zijn er heel veel.” We zijn benieuwd.
Een ander landschap
We rijden omhoog naar de hogere oever, en meteen is alles anders dan aan de Namibische kant. Bavianen langs de weg, reusachtige baobabs met dikke knoestige stammen en kale takken die als omgekeerde wortelstelsels omhoog steken. De vegetatie is opener: meer bomen, minder struikgewas, met overal de platte kronen van de parapluacacia. Op minder dan tien kilometer van de grens liggen campings aan de Chobe. In de droge tijd is de rivier hier nauwelijks een doorlopende stroom, maar nu kijken we uit over een eindeloze waterplas met bomen als eilanden en hele graslanden onder water. Het zou zomaar kunnen dat die waterzee de seizoenstrek van de dieren verstoort: te breed en te diep om over te steken. Als dat klopt, moeten we onze kansen hier benutten.
Waar de fiets niet mag
Chobe is Botswana’s oudste nationale park, uitgeroepen in 1968 en met bijna 11.700 vierkante kilometer ongeveer zo groot als Noord-Holland en Utrecht samen. Het staat bekend om de grootste olifantenpopulatie van Afrika, naar schatting 120.000 dieren. Binnen de parkgrenzen mag niet worden gefietst. Te gevaarlijk, zegt iedereen. Aan de Ngoma Gate krijgen we het waarom te horen.
Een dier ziet je als een soort die het niet kent, legt de ranger uit, en dan gebeurt een van drie dingen. Het rent weg, zoals de springbokken en impala’s. Het blijft staan, zoals de giraffen. Of het valt aan, en een aanval van een olifant, buffel of leeuw overleef je niet. Jij fietst niet harder dan zij rennen, en ze hebben je allang gehoord voordat jij ze ziet. We wachten op een pick-up, binnen een kwartier zit alle bagage achterin en wijzelf ernaast. Net als we denken dat we dit stuk best hadden kunnen fietsen, passeren we de ene olifant na de andere. Het is maar goed dat we geluisterd hebben.
Vanaf de achterbank
De enige manier het park in is per voertuig, dus regelen we een safaririt. Bij de Ngoma Gate kost de permit 270 pula per persoon, omgerekend zo’n €18. Onze gids Ankanyang spreekt Setswana met elke collega die hij tegenkomt, en zo hoort hij waar de dieren zijn. Na weken zelf trappen is dit een vreemde omschakeling: niet meer vooruitkomen op eigen kracht, maar stilzitten en kijken.
En er is veel te zien. In het water nijlpaarden en krokodillen, langs de oever reigers, visarenden en de scharlakenrode bijeneter. Impala’s overal, koedoes, een zeldzame sable-antilope met zwarte flanken. Het feest zijn de giraffen: er blijven er maar komen. Een familie olifanten eet in de avondzon, twee jonge mannetjes oefenen schijngevechten en hun slagtanden raken elkaar met een droge knal. Dan, vlak voor de uitgang, ligt er zomaar een luipaard op het pad. Het drinkt uit een modderpoel, neemt de tijd en sjokt daarna het bos in. De volgende dag verandert de rit in een etappe Parijs-Dakar: Ankanyang hoort dat er leeuwen zijn gezien en scheurt door mul zand en modder tot we vijf slapende leeuwinnen vinden, en even later het mannetje in zijn hol tussen de struiken, waar het als een vorst ligt. Als de groep opstaat lopen de dieren vlak langs de auto, zo dichtbij dat je de ademhaling hoort.
Kasane, waar vier landen elkaar raken
Van het kamp bij de Ngoma Gate naar Kasane kunnen we niet fietsen; de weg loopt door het park, dus liften we weer op een pick-up. Kasane is geen gewone stad. Het ligt vlak bij het punt waar Botswana, Namibië, Zambia en Zimbabwe elkaar bijna raken, en bestaat vooral uit lodges, campings en safaribedrijven. Of het echt het enige vierlandenpunt ter wereld is, zoals overal wordt beweerd, is geografisch omstreden: de grenzen raken elkaar waarschijnlijk niet op precies één punt. Wat opvalt voor zo’n afgelegen plek is het aantal grote winkels, niet voor de toeristen maar voor de vele grensgangers die hier dagelijks passeren. De grensovergangen naar Zambia en Zimbabwe liggen op een kwartier rijden, de Victoria Falls negentig kilometer verderop.
De mislukte nachtsafari
De laatste avond staat een nachtsafari gepland. Honderd procent kans op hyena’s, belooft Ankanyang. Overdag proberen we nog het vierlandenpunt op de fiets te bereiken, maar dat lukt niet zonder de brug naar Zambia te nemen, en daarvoor moet je het land uit. Dus wachten we, starend over het water, tot een oranje zonsondergang de avond inleidt.
Ankanyang is vertraagd; zijn auto is stuk. Om kwart voor acht rijden we mee met een stel bekenden van hem, een donker bos in richting Zimbabwe. Het grensgebied heet Elephant Alley, een corridor tussen Chobe en het Zimbabwaanse Hwange National Park waar tienduizenden olifanten heen en weer trekken. Geen hekken, alleen paaltjes die geen dier tegenhouden en ons ook niet. De beloofde buffels zien we een paar seconden, tot er te hard gepraat en te wild met zaklampen gezwaaid wordt en ze in het donker verdwijnen. We volgen hyenasporen die nergens heen leiden, komen twee keer vast te zitten en stappen uit om te duwen. Gisteren moesten we in Chobe nog olifanten ontwijken en zelfs in de straten van Kasane lopen ze. Maar vanavond, op de plek waar het moet gebeuren, blijft het stil.
Praktische informatie
Hoe er komen: de meest gebruikte toegang tot het noordoosten van Botswana is Kasane, met een klein vliegveld en wegverbindingen naar Namibië, Zambia en Zimbabwe. Vanaf de grens bij Ngoma volg je de Chobe stroomafwaarts. Fietsen mag op de openbare wegen buiten het park, maar niet binnen de parkgrenzen: het laatste stuk naar Kasane leg je liftend of per voertuig af.
Slapen: langs de Chobe tussen de Ngoma Gate en Kasane liggen campings en lodges met uitzicht op de rivier, waaronder het Muchenje-kamp; in Kasane zelf is het aanbod aan lodges en campings het grootst. Reserveer in het hoogseizoen (juli tot oktober), als de dieren zich rond het water verzamelen.
Eten: de campingwinkels bij de rivier hebben vaak weinig meer dan blikvoer, dus doe grotere inkopen in Kasane, waar supermarkten en fastfoodketens als Debonairs en Hungry Lion zitten. Op de verkoop van alcohol gelden strikte regels; koud bier is niet vanzelfsprekend.
Het park in: binnen Chobe mag alleen per voertuig. Een safaririt met gids kost een parkpermit van 270 pula per persoon (ongeveer €18) plus de ritprijs. In het regenseizoen (november tot april) staat het water uitzonderlijk hoog en zijn veel 4WD-paden onbegaanbaar; zelf een auto huren is dan een gok.
Nog weten: grote dieren vormen een reëel risico, tot in de straten van Kasane. Betaal met Botswaanse pula (100 pula is ongeveer €6,80); de Zuid-Afrikaanse rand wordt op veel plaatsen geaccepteerd. Aan de grens vullen ze een voertuigformulier in dat geen rekening houdt met fietsers.
Plan je reis
- Overnachten in Botswana: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Botswana: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Botswana: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Bekijk de volledige kaart van Botswana ›
Meer uit Botswana
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.


