Elke ochtend word ik om stipt zes uur gewekt door vogels. Duiven, kleurrijke zangvogels waarvan ik de namen niet ken. Ik open de tent en tuur over het brede water van de Chobe. Nijlpaarden? Olifanten? Niets. Dan maar koffie zetten. Maurits slaapt nog. Ik geniet van mijn moment: uitzicht, koffie, een vogelorkest uit de struiken. Aan de overkant ligt Namibië. Achter ons Chobe National Park.

Chobe National Park
Chobe is Botswana’s oudste nationale park, in 1968 officieel uitgeroepen na decennia van discussie die al in 1931 begon. Het park beslaat bijna 11.700 km², ruwweg even groot als de provincie Noord-Holland plus Utrecht samen, en grenst aan Zimbabwe, Zambia en Namibië. Het staat bekend om de grootste olifantenpopulatie van Afrika: naar schatting 120.000 dieren, waarvan een groot deel de Chobe-regio als thuisgebied gebruikt. In de droge tijd trekken ze in enorme kuddes naar de rivier.
Nu, midden in het regenseizoen, zijn ze verspreid over een veel groter gebied. Naast olifanten leven er grote kuddes buffels, leeuwen, luipaarden, hyena’s, wilde honden en meer dan 460 vogelsoorten. De Chobe Riverfront, het stuk langs de rivier direct bij Kasane, geldt als een van de wildrijkste gebieden van Afrika. Binnen de parkgrenzen mag niet worden gefietst. Te gevaarlijk, zegt iedereen hier. De enige manier om het park in te komen is per voertuig, dus hebben we een safaririt geregeld voor vanmiddag 2 uur.

Plan voor de komende dagen
Terwijl we wachten bespreken we het plan voor de komende dagen. We bevinden ons in het uiterste noordoosten van Botswana. Naar Kasane kunnen we niet fietsen; de weg loopt door het park. Dat betekent morgen een lift regelen naar de andere kant. Vanaf Kasane zijn er twee opties richting de Victoria Falls: via Zambia over de noordoever van de Zambezi, of via Zimbabwe. De Zambia-route valt af vanwege slechte wegen en zwaar vrachtverkeer. Zimbabwe voegt ook nog een land toe aan het avontuur.
We overwegen ook nog om vanuit Kasane met een 4WD het park verder te verkennen, maar het exceptionele regenseizoen heeft veel paden onbegaanbaar gemaakt. Vastzitten in modder en klei voor dagen is een reëel risico. Of we zelf een auto huren laten we afhangen van wat de safaririt vandaag oplevert.

De safari
Om kwart voor drie worden we opgehaald. Het blijft Afrika; tijd is hier meer een richtlijn. Bij de Ngoma Gate kopen we een permit voor 270 pula per persoon, omgerekend ongeveer 23 euro.
We rijden het plateau op langs de brede rivier. Het landschap verschilt volledig van de vlakte aan de Namibische overkant. Hier is het heuvelachtig, dicht bebost. Reusachtige baobabs staan verspreid in het landschap, met dikke tonvormige stammen en kale takken die als wortelstelsels omhoog steken, alsof de boom ondersteboven in de grond is gezet. In het water nijlpaarden en krokodillen. Langs de oever diverse reigers, visarenden, ijsvogels, de scharlakenrode bijeneter en de heilige ibis met zijn gebogen snavel.

Impalas zijn er overal, net als koedoes. Een sable-antilope, zeldzamer, met zijn lange gebogen hoorns en zwarte flanken. Het feest zijn de giraffen: er blijven er maar komen, en het beeld wordt niet snel saai. Baobabs, giraffen, de lage zon. Chobe is dicht bebost en dat maakt het zoeken. We rijden door het bos maar zien weinig. Dan opent het landschap zich naar een licht golvend, open terrein.
Twee troepen bavianen zijn in conflict, maar verder dan veel kabaal en dreigementen komt het niet. Daartussen de impalas in de bronsttijd: mannetjes die schreeuwen, hun harem bij elkaar proberen te houden en tegelijk concurrenten verjagen. De vrouwtjes lijken er weinig van te moeten hebben. Ze blijven maar rennen en springen.
Een grote familie olifanten eet rustig in de avondzon. Twee jonge mannetjes duwen en oefenen schijngevechten. We horen ze eten, grommen en snuiven. De slagtanden van de twee mannetjes raken elkaar met een droge knal.

Het luipaard
Wat nog ontbreekt zijn leeuwen en een luipaard. Dan, als we al bijna terug zijn bij de uitgang, ligt er zo maar een luipaard op het pad. Het drinkt rustig uit een modderpoel, neemt de tijd, interesseert zich totaal niet voor ons. Dan sjokt het naar het bos en verdwijnt.
Wat voor mens ben je als je op zo’n moment niets liever wilt dan zo’n dier een kogel door z’n kop te schieten omdat je het mooier vindt als vloerkleed? Wij schieten ook, maar met de camera. De Big Five is compleet: leeuw, luipaard, olifant, neushoorn en buffel. De buffel nog niet op de foto. We vragen onze chauffeur of hij morgen ook beschikbaar is. Dat is hij. Hij ziet meer dan wij. De auto huren we niet.
2 comments
Fantastisch!!
Ik sluit me volledig bij Mette aan. En de springbokken heb je schitterend op beeld gezet!