Gisteren spraken we een Zwitser die ook uit de Casamance kwam en Gambia zo snel mogelijk weer wilde verlaten. Zijn theorie: de Britse koloniale werkwijze heeft hier iets achtergelaten wat je nog steeds voelt. Waar de Fransen hun koloniën wilden vormen, wilden de Britten vooral verdienen. Of dat historisch klopt laat ik in het midden, maar het gedrag van kinderen voelt hier anders dan in Senegal.
In Senegal wilden kinderen niets van ons behalve een lach of een zwaai. Hier wil bijna elk kind iets: give me money, give me pen, give me bike. Als ik het zat ben, zeg ik: give me your phone. De verontwaardiging is groot. Dan leg ik uit dat dit ook onbeleefd is, net zoals wat zij bij ons doen. Of het iets verandert weet ik niet, maar ik heb het benoemd. Buiten de toeristische routes zijn mensen hier net zo goedlachs en nieuwsgierig als elders; het concentreert zich rond plekken waar toeristen vaker komen.
Met de wind mee langs de Gambia-rivier
Vandaag fietsen we over de noordelijke oever van de Gambia-rivier, en eindelijk zit alles mee: wind in de rug, we gaan als de brandweer. Na wekenlang beuken tegen tegenwind voelt dit als een cadeau. Het landschap is open savanne met weidse vergezichten en hier en daar groepen baobabs; de weg is verhard en het verkeer beperkt. Af en toe passeert een taxi-brousse, tot ver boven het dak beladen.
Het overige verkeer bestaat uit ezelkarren met brandhout, zakken rijst of houtskool, vaak met een paar kinderen erop. Die kinderen zitten daar op een doordeweekse ochtend, en niet in een klaslokaal.
We missen de Senegalese snotneuzen die niets van ons wilden behalve een high five.
Zodra we denken ongezien te zijn, duikt er altijd ergens een kind op dat het alarmsysteem aanzet: één begint, de volgende neemt het over en voor je het weet rent er een groep met uitgestoken handjes achter ons aan.
Aankomen boven de rivier
Omdat we zo voorspoedig fietsen, rijden we door tot Kauren River Camp, volkomen eenzaam op een heuvel met uitzicht over de rivier en de omliggende vlakte. We worden niet verwacht en het duurt even voor we iemand vinden, maar uiteindelijk zijn we meer dan welkom.
Beneden, in het dorp bij het knooppunt, is het druk, stoffig en lawaaierig. Hierboven is alleen wind, vogelgeluid en ruimte. We kijken uit over de rivier en zien zeilboten stroomafwaarts glijden. Bij vloed duwt de zee het water ver landinwaarts; bij eb stroomt de Gambia-rivier krachtig terug richting oceaan. Net als bij de Casamance verklaart dat waarom er honderden kilometers landinwaarts nog mangroven staan: het water is daar nog zout genoeg. Tegen de tijd dat de zon zakt zitten alle bomen boven de rivier vol vogels, en dat blijft zo tot het donker is.
Foto’s uit Gambia
Meer foto’s uit Gambia ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door Senegambia, nu in Gambia. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
- 24. Terug de grens over naar Gambia
- 25. Give me pen
- 26. Safari met smalltalk
- 27. Waar de snotneuzen ophouden en de stilte begint
- 28. He pays, but you are boss!
- 29. Boss lady aan het werk
- 30. Vergeet ons niet
- Alle 35 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.