Vanuit Fairlie klimmen we de hele ochtend naar de Burkes Pass, de fysieke drempel naar het Mackenzie Basin. Ontspannen is het niet: het is de dag na Boxing Day, het verkeer komt uit beide richtingen en de automobilisten houden minder rekening met ons dan de dagen ervoor. Boven de pas ligt het bekken open: een wijde, kale kom met besneeuwde toppen aan de horizon, bloemen in de berm en verder vooral leegte. Bij Lake Tekapo is het meer het mooiste van het dorp, blauw met witte sneeuwtoppen aan de noordkant.
Daar maken we onze eerste echte fout van de reis. Met het vooruitzicht van schaduw en een duik boeken we meteen een plek op de camping in het dorp. Die staat overvol, de meeste plaatsen bezet door backpackers, en van ruimte is nauwelijks sprake. December is voor de kiwi’s het hart van de zomervakantie, en dat is te zien aan de wegen, de meren en elke camping in het gebied. We brengen het grootste deel van de middag in het water door, dat met de diepte zo koud wordt dat het als speldenprikken tegen de huid voelt. ’s Avonds kijken we met een biertje naar het bedrijf op het meer: speedboten, jetski’s, waterski.
Een kanaalweg zonder auto’s
Om half zeven staan we op. Vroeg vertrekken is hier de remedie tegen alles. Bij Tekapo begint een variant van de Alps 2 Ocean-route over een pad langs het kanaal dat het water van Lake Tekapo naar Lake Pukaki brengt, en waar geen auto’s mogen komen. Deels asfalt, deels grind, vlak, met datzelfde blauwe water naast je en de witte toppen rond Aoraki/Mount Cook boven het dal. Onderweg zien we hoeveel plekken er langs het meer zijn waar we gewoon hadden kunnen kamperen, in alle rust. Bij Lake Pukaki wordt dat besef nog scherper: turquoise water, witte bergen erachter, en kamperen mag. De perfecte plek, één dag te laat gevonden.
Op de dam bij Pukaki staat een politiecontrole, niet om te bekeuren maar om weggebruikers op vermoeidheid te wijzen. Er is gratis limonade en brood met worst. De agent grapt dat er de komende dagen wel een miljoen kiwi’s langskomen, wat overdreven is, want zoveel mensen wonen er niet eens op het hele Zuidereiland. Kiwi’s maken graag een praatje, in scherp contrast met de meeste buitenlandse toeristen die we tegenkomen.
Bij de dam ruilen we het kanaalpad in voor asfalt: nog vijfenvijftig kilometer langs Lake Pukaki. Dit is de weg waar de bekendste foto van het land vandaan komt, Mount Cook wit en scherp in het turquoise water. Het is er rustiger dan verwacht, want iedereen lijkt op weg naar Queenstown. Bij Glentanner stoppen we in de hitte, tussen tourbussen vol Chinese toeristen die hier uitstappen voor een helikoptervlucht van dertig tot vijftig minuten boven het berggebied. Vanaf Glentanner is het nog twintig kilometer door het brede dal van de Tasman River, gevoed door gletsjersmeltwater, in een landschap dat zo open is dat afstanden niet meer te schatten zijn. Het is er ruim dertig graden, vreemd zo dicht bij al dat ijs. Dan draait de wind en ploeteren we de laatste tien kilometer er recht tegenin.
We rijden recht op het sneeuw- en ijsmassief af, terwijl de wind ons er bijna vanaf duwt.
De DOC-camping bij White Horse Hill zit propvol tenten, auto’s en campers. Na wat zoeken vinden we een vlak plekje naast een picknicktafel die verder niemand claimt. We staan onder de gletsjers van Aoraki/Mount Cook, en dat maakt de drukte grotendeels goed.
IJs dat zich terugtrekt
De volgende ochtend hangt er een loodgrijze hemel en is van dat hele massief niets te zien. We laten de spullen staan en fietsen tien kilometer naar het beginpunt van de wandeling naar de Tasman-gletsjer, de grootste van het land. Het pad loopt langs de Blue Lakes, die ondanks hun naam groen zijn: de gletsjer heeft zich zo ver teruggetrokken dat ze niet meer door smeltwater maar door regenwater worden gevoed.
Terwijl we naar het uitkijkpunt klimmen, breekt de lucht open. Beneden ligt Tasman Lake vol ijsbergen, met de gletsjer erachter en daarboven de witte top. Op het informatiebord staat wat dat uitzicht waard is: waar je in 1990 nog recht op de gletsjerwand keek, ligt die nu kilometers verderop, en het ijs trekt zich vijfhonderd tot achthonderd meter per jaar terug. De schaal maakt het onmogelijk om afstanden te schatten. Toerboten tussen de ijsschotsen zien eruit als speelgoed.
Terug in Mount Cook Village doen we boodschappen in de enige winkel van het gebied, een shop in het grote hotel, tegen prijzen die daarbij horen. Geen keus. ’s Middags overtuigt een kiwi-familie op de camping ons om niet te wachten met de Hooker Valley: het is hier al twee dagen wolkenvrij en dat is zeldzaam. Met een Canadees uit de tent naast ons lopen we anderhalf uur de vallei in, over hangbruggen boven kolkende, witte gletsjerrivieren. De timing blijkt goed gekozen. Aan het eind van de dag zijn de kleuren op hun sterkst, zijn de dagtoeristen weg en is het stil op het pad. Boven het dal hangt een ijsmassa waar met geweld een stuk vanaf breekt.
Blauwwit ijs in het water en in de ijswand, zonder enige indicatie van schaal.
De dag erna slaat het weer om en blijft het grauw. Terug naar Twizel dus, dezelfde weg als heen, nu zonder uitzicht: geen Mount Cook vanaf het meer, geen gletsjers bij Mount Cook. Ruim dertig graden wordt veertien. Op de dam staat deze keer geen man met worstjes, wel een rij toeristen die fotografeert wat er niet te zien is. Wij hebben geluk gehad met de twee dagen ervoor. Twizel zelf stelt weinig voor, met als enige onderscheid een autovrij winkelcentrum, maar de camping heeft wat we nodig hebben: een wasmachine en een winkel. Het tentenveld loopt vol met fietsers uit alle richtingen, en waar die ineens vandaan komen is ons een raadsel.
Oudjaar zonder vuurwerk
Oudejaarsdag is stralend helder. De route begint langs het Ohau Canal, met kale bergen in ongewone vormen en kleuren, een landschap dat aan een filmdecor doet denken. Bij Lake Ohau volgt het moment waar we voor gekomen zijn: het water ligt volkomen vlak en diepblauw, er vaart nog geen boot, en de kale bergen staan er scherp afgetekend achter. Landschap en wolken spiegelen zich in het oppervlak tot een vroege speedboot de rust verstoort. De Alps 2 Ocean volgt de oever bijna vijfentwintig kilometer, en het uitzicht wordt kilometer na kilometer beter. Geen stof in de lucht, alles kraakhelder.
Onder de wilgen lunchen we laat, met de witte bergen en het stille water als uitzicht. Ook dat duurt niet lang: een familie komt aan met een speedboot, picknickt en gaat waterskiën. We hebben onze uren gehad. Daarna buigt het pad naar de overkant en klimt naar negenhonderd meter, met los gesteente op de laatste kilometers. Zwaar, maar er rijdt geen auto en er loopt bijna niemand.
Bijna beneden vinden we een plek aan een stroompje tussen de lupinen, met uitzicht op de witte bergen en schapen om ons heen. Hier blijven we. In Twizel zijn we ons zakmes kwijtgeraakt, dus het blik bonen gaat open met een schroevendraaier en de groenten worden gesneden met een plastic mesje. Wat we wél bij ons hebben is een pak wijn van drie liter, dat ik gisteren per se wilde meenemen om vanavond te kunnen proosten. Floor vond het overdreven en is er nu blij mee. Tot middernacht redden we het niet: om tien uur liggen we in de tent.
Een oudejaarsnacht zonder vuurwerk en zonder andere mensen. Complete stilte.
Ik zet de wekker om rond twaalven toch nog een foto van de sterrenhemel te maken. Minder overweldigend dan in Australië, maar feller dan alles wat we in Nederland kennen.
Deze etappe volgt op de tocht door Canterbury; de hele reis staat dag voor dag in het reisoverzicht van Nieuw-Zeeland.
Praktische informatie
De Alps 2 Ocean: de officiële route begint bij het White Horse Hill Campground bij Mount Cook Village, gaat in ruim zeven kilometer naar Mount Cook Airport en steekt daar met een helikopter de Tasman River over, want een brug is er niet. Wie die vlucht wil vermijden, start bij Lake Tekapo, bij de Tekapo B-centrale of bij de Jollie River: precies de variant die wij reden. De hele route loopt door tot Oamaru aan de kust, ongeveer driehonderd kilometer. Het mooiste stuk voor een dagrit is de autovrije kanaalweg tussen Tekapo en de dam bij Pukaki.
Kamperen: White Horse Hill is inmiddels een DOC-standaardcamping die vrijwel het hele jaar volzit en vooraf online geboekt moet worden; op goed geluk komen aanrijden, zoals wij deden, gaat tegenwoordig niet meer op. Aan Lake Pukaki en Lake Ohau liggen eenvoudige terreinen waar het een stuk rustiger is dan in de dorpen. In Lake Tekapo en Twizel is het aanbod aan holiday parks en motels het grootst, maar reserveer in de kerstvakantie ruim vooruit.
Bevoorrading: Mount Cook Village heeft één winkel, in het hotel, met prijzen die daarbij passen. Sla in in Tekapo of Twizel; tussen de dorpen is er over tientallen kilometers niets.
Aoraki/Mount Cook: de berg meet 3.724 meter, veertig meter minder dan in 1991, toen een grote rotslawine de top afvlakte. De Hooker Valley Track is de bekendste wandeling van het park: vijf kilometer heen over hangbruggen, reken op zo’n drie uur retour. Ga laat op de dag, wanneer de dagbussen weg zijn en het licht op zijn best is. De wandeling naar het uitkijkpunt over Tasman Lake begint tien kilometer buiten het dorp.
Weer en licht: het Mackenzie Basin kan binnen een dag van dertig naar veertien graden gaan, met tegenwind die ’s middags opsteekt in de dalen. Hetzelfde gebied is als Aoraki Mackenzie International Dark Sky Reserve beschermd tegen lichtvervuiling: bij heldere nachten is de sterrenhemel hier het tweede argument om buiten te slapen.
Plan je reis
- Overnachten in Nieuw-Zeeland: vergelijk accommodaties ›
- Activiteiten en excursies in en rond Twizel: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Nieuw-Zeeland
Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Nieuw-Zeeland ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Nieuw-Zeeland ›Plan je eigen reis door Nieuw-Zeeland
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.
